Pseudologia fantastica fenomeen

Koud Bloed nr.9 Nieuw Amsterdam, 128 blz. € 9,95 ***

‘Waar hadden we zo’n verhaal eerder gehoord?’ vraagt de redactie van het literaire misdaadblad Koud Bloed zich af naar aanleiding van Maria Mosterds verhaal. In het themanummer ‘Fantasten?’ greep de redactie de mogelijkheid aan om niet alleen een fragment uit Echte mannen eten wél kaas te publiceren, maar ook om meteen wat dieper in te gaan op het fenomeen van de leugenachtige getuigenis.

Zo laat Korterink ‘Manou’ aan het woord, die diagnosticeert: ‘Aandacht. Maria moet aandacht hebben’. In een ander artikel neemt Korterink de veroordeling onder de loep van de twee broers die in 1993 veroordeeld zijn in de Eper incestaffaire. Nog even volhouden, een telefoontje naar Peter R. de Vries wellicht en de ontmaskering van een volgende geruchtmakende dwaling lijkt een kwestie van tijd, want al ‘de satanische rituelen’ waarover Jolanda getuigde, klinken al even onwaarschijnlijk en bedacht als veel van de ontberingen die Mosterd moest ondergaan.

In dit nummer komen ook enkele politici aan bod: Charles Schwietert, Philomena Bijlhout en Tara Singh Varma. Maar ook aan Joran van der Sloot, de ‘chassidische bellenblazer’ Friedrich Weinreb, die zijn oorlogsmemoires en verzetsdaden verzonnen had, en wetenschapper Anthonie Stolk: al met al een bont gezelschap leugenaars.

Het mooiste stuk in dit aardige themanummer is dat van een wetenschapper: rechtspsycholoog Harald Merckelbach schrijft over ‘Het fenomeen pseudologia fantastica’. Hij is wars van de actualiteit maar ontleent zijn voorbeelden ook aan kunst en literatuur – en hij laat zien dat ook wij een stuk dichter bij de fantasten staan dan we zouden willen. Alleen: onze leugens hebben een doel: ‘Ze stellen ons in staat om op elegante wijze afspraken te ontduiken, om complimenten uit te delen die we eigenlijk niet menen, om een belastingvoordeel binnen te halen en zo meer.’

Toef Jaeger