Overheid houdt van alles voor ons achter

Openbaarheid corrigeert wanbeleid. We hebben dan ook net als België een transparantiewaakhond nodig, meent Mariko Peters.

Na de geheimzinnigheid rondom NAVO-verzoeken om extra troepen in Afghanistan, zou je verwachten dat openbaarheid van bestuur een belangrijk element zou zijn van de bestuurlijke hervormingen waar nu van links tot rechts om wordt gevraagd. Maar opmerkelijk weinig partijen besteden er in hun verkiezingsprogramma aandacht aan.

De Wet openbaarheid van bestuur (WOB) bestaat dertig jaar, maar openbaarheid is in Nederland anno 2010 geen vanzelfsprekende bestuursreflex. Dat komt niet alleen door verouderde wetgeving. De ‘Oekaze Kok’ legde de informatiedeling van ambtenaren met parlementariërs en andere externen aan banden. Onder Balkenende werden de termijnen voor de WOB verlengd, de uitzonderingsgronden verruimd, en legde een verkrampt veiligheidsdenken een extra sluier rondom ‘geheime’ overheidsinformatie. Dat staat in schril contrast met de radicale openbaarheidsinitiatieven in bijvoorbeeld Engeland of het Witte Huis waar Obama’s eerste daad een actievere openbaarheid betrof.

Zo’n gebrekkige antenne voor de transparantie van de overheid versterkt het democratische deficit. Journalisten, historici en commissies na commissies van hooggeleerden wijzen daar al jaren op. Ad van Liempt stelde in de Persvrijheidslezing: „Ministeries weigeren soms maandenlang te antwoorden op verzoeken om informatie om zo de journalist te ontmoedigen, en als ze een document onder dwang moeten prijsgeven, dan is het voor driekwart met viltstift onleesbaar gemaakt – met een beroep op de privacywetgeving. De openbaarheid van bestuur is in dit land vaak onbereikbaar.”

Openbaarheid corrigeert wanbeleid, voorkomt verspilling van gemeenschapsgelden en bewijst keer op keer haar functie voor het geloofwaardig draaien van een democratie. Voorbeelden die door WOB-procedures aan het licht zijn gekomen zijn de doofpotaffaire na de Catshuisbrand, de kosten van het koningshuis, de schimmige gang van zaken rondom de Irak-oorlog en het geklungel rondom de ov-chipkaart. Meestal echter weet het bestuur de ingebedde beperkingen van de WOB strategisch in te zetten om informatie niet vrij te geven. Nederland is daarom toe aan een wet die toegang tot overheidsinformatie als burgerrecht garandeert. In het digitale tijdperk is openbaarheid en directe toegankelijkheid van informatie gemakkelijker dan ooit. De WOB mist aansluiting met dit tijdperk.

Ten eerste moet de actieve openbaarmaking door de overheid een verplichtend karakter krijgen. Zij moet een centraal digitaal register bijhouden van beschikbare documenten. Voor niet-openbare documenten kan digitaal een verzoek tot openbaarmaking worden ingediend. Dat zal bovendien veel werk dat ambtenaren nu kwijt zijn met het bijeenzoeken van gevraagde informatie besparen. Als het mogelijk is in EU-verband en in de VS, Noorwegen en Estland, waarom dan niet hier? De categorieën van actief te openbaren informatie dienen ook nauwer omschreven en uitgebreid te worden, naar bijvoorbeeld de agenda’s en besluitenlijsten van de ministerraad. En dossiers kunnen kort na iedere kabinets- of collegeperiode naar de openbare archieven – en niet pas na twintig of dertig jaar, zoals nu.

Ten tweede moet de handhaving van de openbaarheid tanden en smoel krijgen. De Britse overheid stond als zeer gesloten te boek, maar de Britten rekenen nu snel af met hun verleden van een in de schaduw opererende overheid. De katalysator voor de Britse inhaalslag is de Informatiecommissaris, een onafhankelijke ‘transparantiewaakhond’ die met een aanzegging kan bevelen om documenten te openbaren. Ook landen als België, Duitsland en Italië kennen zo’n waakhond. Tegelijk moet de positie van de rijksarchivaris worden versterkt met inspectiebevoegdheden. Bijvoorbeeld in hoeverre stukken kunnen worden ‘gedeclassificeerd’. De commissie-Davids verwonderde zich erover dat, anders dan in landen die een Data Classificatiewet kennen, in Nederland zoveel stukken van het stempel ‘staatsgeheim’ zijn voorzien. Waarom zijn documenten van de Lockheed-affaire nog steeds geheim?

Ten derde moet de werkingssfeer van de WOB breder worden getrokken. Waar belastinggeld wordt uitgegeven, dient verantwoording plaats te vinden. Denk aan DNB en de AFM, en aan private organisaties die publieke taken uitvoeren zoals bijzondere scholen en ziekenhuizen, openbaar vervoer, woningcorporaties, energiebedrijven. De uitzonderingsgronden mogen alleen in écht bijzondere gevallen worden ingezet. De tekst ervan verdient aanscherping, zodat de hoofdregel wordt ‘openbaar, tenzij’.

En ten slotte: overheidsinformatie moet kosteloos zijn, tot in alle bestuurslagen. Dat vindt ook de bestuursrechter, maar de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) persisteert schaamteloos dat gemeenten hun hoge heffingen moeten continueren.

Vorig jaar is de Tweede Kamer gestopt met het openbaren van binnenkomende post. Laat de Kamer daarom zelf het goede voorbeeld geven en deze maatregel terugdraaien.

Mariko Peters is Tweede Kamerlid namens GroenLinks.