Onnodig ingewikkeld

Vandaag spreken de EU-ministers van Financiën weer over de toekomst van de euro.

De Europese Investeringsbank zet het crisismechanisme voor de eurozone op.

Vanmiddag praten de Europese ministers van Financiën met Europees president Herman van Rompuy over meer economische samenwerking en aanscherping van het Stabiliteitspact. Vanavond onderhandelen de ministers van de eurozone verder over het crisismechanisme dat zij aan het oprichten zijn, om elkaar in noodgevallen geld te kunnen lenen. Philippe Maystadt, sinds 2000 president van de Europese Investeringsbank (EIB), schuift ook aan. Hij weet van beide onderwerpen meer af dan de meeste aanwezigen.

Als Belgisch minister van Financiën, in de jaren 90, drong Maystadt al aan op meer Europees economisch bestuur. En de EIB werd maandag door de ministers gevraagd om het crisismechanisme voor de eurozone op te zetten. De EIB, de grootste niet-commerciële financiële instelling ter wereld, leent geld aan overheden, banken en bedrijven met als doel armere, meest Europese regio’s aan economische investeringen te helpen. Die leningen en garanties gaan vaak via ‘special purpose vehicles’, SPV’s. Zo’n constructie willen de ministers nu opzetten voor de 440 miljard euro aan bilaterale garanties. „Omdat wij expertise hebben, hebben ze ons gevraagd om technische assistentie.”

U bent bescheiden. Ministers willen toch ook om politieke redenen dat de EIB, niet de Europese Commissie, de SPV gaat managen?

„Wij managen niets. Een SPV heeft statuten nodig. Voorwaarden moeten duidelijk zijn. Het moet juridisch kloppen. Wij weten hoe je het boekhoudkundig moet regelen. Dat gaan wij doen. Meer niet.”

Vonden sommige ministers het te ‘Europees’, als de Europese Commissie dat mechanisme zou gaan leiden?

„De meeste eurolanden wilden garanties aan de Commissie geven. De Commissie zou die garanties als onderpand gebruiken voor leningen aan eurolanden in moeilijkheden. Zij stelde dit systeem zelf voor. Het was praktisch om het zo te doen, omdat een ander deel van het crisismechanisme – 60 miljard aan echt Europese leningen – ook via de Commissie loopt. Probleem was: een paar landen wilden geen garanties geven aan de Europese Unie. Daarom is uiteindelijk gekozen voor het huidige systeem, waarbij de garanties voor 440 miljard aan een intergouvernementele ‘entiteit’ worden gegeven, de SPV.”

Was u voor de meer ‘Europese’ oplossing?

„Ja. Dat was eenvoudiger geweest.”

U zit bij alle crisisvergaderingen. Waren de afgelopen weken dramatisch?

„Dit zijn moeilijke tijden. Politici moeten improviseren. Normaal krijgen we als we vergaderen teksten voorgelegd. Daar onderhandel je over. Nu zijn er geen teksten, niets. Alles gaat razendsnel. Je merkt ineens hoeveel invloed financiële markten hebben, in een geglobaliseerde economie waarin kapitaal vrijelijk de wereld over gaat. We moeten een betere balans vinden tussen de financiële sector en overheden.”

De crisis ontstond door schulden in de financiële sector. Overheden namen die schulden over en worden daarom nu afgestraft door diezelfde financiële sector. Dit is toch krankzinnig?

„Ja. Griekenland was een speciaal geval, met cijfers die niet klopten. Dat mensen boos zijn over bedrog, begrijp ik. Maar Spanje? Het is te irrationeel voor woorden: de Spaanse schuld is 50 procent van het bbp, de laagste van de eurozone. Dit kunnen we niet tolereren.”

Is de euro in gevaar?

„De euro is een geloofwaardige munt. De ECB is erin geslaagd om de inflatie onder controle te houden, onder de 2 procent.”

Sommigen analisten geven de euro op.

„Geen land heeft er belang bij uit de euro te stappen. Dat hij in waarde daalt, is niet dramatisch. Sommigen hebben daar voordeel bij. De euro staat hoger dan bij de start elf jaar geleden. De krantenkoppen worden vooral veroorzaakt door de snelheid van de ontwikkelingen. Die snelheid ís zorgwekkend. Politici moeten het initiatief terugkrijgen, ook door regulering. Eurocommissaris Michel Barnier is bezig met verstandige voorstellen.”

Gaat u meer aan Griekenland lenen?

„Ja. Vorig jaar hebben we Griekenland 1,7 miljard geleend. Daar kan nu tot 2 miljard bij komen. We geven geen geld, want we lenen nooit geld van belastingbetalers uit. Wij lenen tegen een lage rente, en lenen dat door. We doen alleen co-financiering, als aanvulling op andere investeringen. Voorbeeld: Griekenland krijgt Europees structuurgeld. Daar legt de regering geld bij. Door de crisis kan de regering dat niet, en dreigt ze deze structuurgelden mis te lopen. Dus wij springen in voor de regering.”

Welke lessen trekt u uit de crisis?

„Eén: Eurostat, dat jaren onbetrouwbare Griekse cijfers kreeg, moet macht krijgen om cijfers te checken en eventueel alarm te slaan. EU-ministers stemmen hier binnenkort over. Twee: ‘peer pressure’ werkt niet, waarbij landen van elkaar beoordelen of ze zich aan het Pact houden. Ik heb bij vergaderingen gezeten waarbij lidstaten elkaar vroegen coulant te zijn.”

Dat lukte?

„Jazeker. Er is er maar één die de rol van beoordelaar kan spelen: de Commissie. Die is onafhankelijk, overziet alle lidstaten. Zij moet de macht krijgen zónder goedkeuring van de lidstaten te oordelen. Publiekelijk. Lidstaten hebben de Commissie zelf het werken belet.”