Mijn leven in tussenzinnen

Dik van der Meulen, Cees Fasseur en Hans van den Bergh: Multatuli. Een zelfportret. Het leven van Eduard Douwes Dekker, door Multatuli verteld. Bert Bakker, 358 blz. € 24,95

Gewoonlijk bestaat er grote reserve als het gaat om biografische duiding van fictionele teksten. Terecht. Een hoofdpersoon is immers niet noodzakelijk dezelfde als de schrijver. In het geval van Multatuli hoeven we iets minder voorzichtig te zijn. Voor zijn literaire werk gebruikte Multatuli nogal wat uit het leven van Eduard Douwes Dekker, laatstgenoemde van zijn kant ging zich langer hoe meer gedragen als de ‘man die veel had geleden’.

Drie multatuliaanse wetenschappers kwamen op het aardige idee het leven van Eduard Douwes Dekker door Multatuli hoogstpersoonlijk te laten vertellen. Ter gelegenheid van het jubeljaar 2010 (150 jaar Max Havelaar, 100 jaar multatuliaans genootschapsleven, de 190ste verjaardag van Douwes Dekker) stelden Dik van der Meulen, Cees Fasseur en Hans van den Bergh uit het werk van Multatuli een officieuze autobiografie samen: Multatuli. Een zelfportret.

Het trio samenstellers laat afgezien van korte verbindende of verklarende teksten slechts Multatuli of Douwes Dekker aan het woord. Over zichzelf, chronologisch. Voor wie de biografie van Dik van der Meulen (912 blz.) te veel is, of verbleekt bij de gedachte zelf uit Multatuli’s fictie, non-fictie of diens brieven en documenten (duizenden pagina’s) een egobeeld te peuren is Multatuli. Een zelfportret (358 blz.) een zeer welkom boek.

Multatuli roept vaak ergernis op. Hij is selbstbezogen, ijdel, en kan zeuren als geen ander. Grootheidswaan is hem niet vreemd, hij vertoont Droogstoppelige schoolmeesterachtigheid, en hypochondrie ligt vaak op de loer. Beslist niet altijd een aardige man. Je zou bijna zeggen: Godzijdank. Het geeft hem bite, en tot in zijn zeurstukken is hij een van de grootste (zo niet de grootste) auteurs die Nederland ooit gekend heeft. Wat hij ook schrijft – het ademt. Alleen al daarom is ook Multatuli. Een zelfportret een feest om te lezen.

Het blijkt – en daarvoor verdienen de drie samenstellende multatulianen hulde – dat uit het vele dat Multatuli heeft geschreven heel goed een soortement autobiografie valt samen te stellen. ‘Mijn leven bestaat in tussenzinnen,’ schreef hij. Dat is natuurlijk onzin. Overal bij hem staat het individu Multatuli/Douwes Dekker voorop. In stijl, maar ook als het om de inhoud gaat. Onvergetelijk verwoord zelfbeklag en klassiek, gelijkhebberig gedram (Max Havelaar, Minnebrieven), maar ook de stukken die niet over hemzelf gaan zijn doordesemd van de ‘mens’ Multatuli/Douwes Dekker, de man ‘die held wenste te worden, of zoiets’. Hij deed dat in een literaire stijl (‘mijn stijl – dat ben ik’) die zijn weerga niet kent.

Het verrassende en ook intelligente van Multatuli. Een zelfportret is dat we de waarheid omtrent het verschijnsel Multatuli in deze bloemlezing vol stukken en brokken behoorlijk dicht naderen. Mooi is daarbij dat de samenstellers Multatuli zelf laten verklaren dat zoiets mogelijk is. ‘Sprongen en gapingen liggen in de natuur der dingen’, ‘wie zich toelegt op de waarheid moet wel hakkelige dingen voortbrengen’. Vaak is ook de keuze van deze stukken en brokken smakelijk of verrassend. Mooi is bij voorbeeld de ‘klokkenbrief’ waarmee Multatuli zijn echtgenote Tine in een Haags ménage à trois (samen met zijn vriendin Mimi) tracht te lokken door een rijkdom aan aanwezige uurwerken op te sommen (‘daar roept de koekoek’). Leuk en actueel ook is Multatuli’s uitspraak ‘Ik beschouw België als gecondemneerd (als staatkundige eenheid)’.

In 1885 verzocht letterkundige grootheid dier dagen Jan ten Brink Multatuli zijn eigen leven te beschrijven. Multatuli zag daar niks in. Maar dat het wel degelijk mogelijk is zijn bonte existentie in een verre van dor boek te vangen laat Multatuli. Een zelfportret overtuigend zien.