'Iran is niet gedoemd vijand van Westen te zijn'

In plaats van een akkoord te blokkeren zouden de VS tot een regeling met Iran moeten komen. Dat is in Amerika’s belang, zegt Stephen Kinzer.

De Verenigde Staten hebben deze week met de aankondiging van nieuwe sancties een streep gezet door een interim-akkoord met Iran dat Turkije en Brazilië hadden bereikt. In de ogen van de Amerikaanse schrijver en oud-journalist Stephen Kinzer was het juist verstandig geweest het akkoord te accepteren, als een overwinning op te eisen en vervolgens te gebruiken als basis voor toekomstige onderhandelingen. Het is immers in het belang van de VS tot een regeling met Iran te komen: „Geen van onze strategische doelen in het Midden-Oosten kan zonder medewerking van Iran worden bereikt.”

„Maar we hebben besloten voort te gaan op het pad van confrontatie met Iran”, zegt hij in een vraaggesprek in Den Haag. Kinzer was gisteren op uitnodiging van het Turkije Instituut in Nederland voor een lezing over Turkije, Iran en de VS.

„Misschien heeft de regering van president Barack Obama het gevoel dat ze eerst de indruk moet wekken dat Iran wordt gestraft voordat ze een akkoord kan bekendmaken. Het kan zijn dat er mensen zijn als minister van Buitenlandse Zaken Clinton die ervan overtuigd zijn dat er geen compromis kan worden bereikt met Iran; dus dat aanvaarding van het akkoord van Brazilië en Turkije met Iran dwaas zou zijn.”

Hoe dan ook, zegt hij, is het een nieuw teken hoezeer de Amerikaanse politiek ten aanzien van Iran is gebaseerd op emoties. „We zijn nog altijd erg boos op Iran. Omdat ze onze sjah ten val hebben gebracht, omdat ze onze diplomaten hebben gegijzeld en om wat ze de afgelopen dertig jaar allemaal hebben gedaan om onze belangen in de wereld te ondermijnen.”

„We worden geobsedeerd door Iran. We voelen dat Iran ons hard heeft getroffen maar dat wij niet in staat zijn geweest terug te slaan. We hebben het gevoel dat we hun pijn moeten doen. Pas als ze onze macht hebben ervaren, kunnen we onderhandelen.”

Maar emotie is geen goede basis voor een gezonde diplomatie. „Diplomatie gaat niet over het inspelen op emoties of over het straffen van vijanden of het belonen van vrienden. Diplomatie heeft betrekking op het bevorderen van je eigen belangen. Dus je moet je emoties erbuiten laten. Je moet koel bedenken wat je eigen belang is.”

Hij somt op: Washington wenst een oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Welnu, Iran heeft grote invloed op Hamas en Hezbollah en kan daarbij helpen. Amerika wil geen nucleaire wedloop in het Midden-Oosten; zonder Iran kan dat niet lukken. President Obama wil het Amerikaanse leger terugtrekken uit Irak zonder dat dat land weer explodeert – het land dat het beste is geplaatst om Irak te kalmeren is Iran. Iran heeft ook veel mogelijkheden om Afghanistan tot rust te brengen.

Op de lange termijn lopen de Amerikaanse strategische doelen parallel aan die van Iran, ook al ziet het er onder het huidige Iraanse regime niet zo uit. „Maar staatsbelangen veranderen niet fundementeel als regimes wisselen. Ik zie Iran niet noodzakelijkerwijs als een land dat gedoemd is de vijand van het Westen te zijn.”

Integendeel, Kinzer constateert dat Iran veel meer gemeen heeft met het Westen dan veel van de huidige Arabische bondgenoten. In het verleden is met name Amerika vaak in de problemen gekomen door relaties aan te knopen met elites, zegt hij. „Dat is geen basis voor een gezonde langetermijnrelatie. De maatschappij van dat land moet enigszins lijken op die van jouw land.

„We hebben niets gemeen met de maatschappij van Saoedi-Arabië. Maar Iran werkt al honderd jaar aan democratie. De mensen weten wat een parlement is, een politieke partij, hoe je je stem uitbrengt – dit zijn dingen die Iran tot een goede langetermijnpartner maken voor de VS. We moeten nu zoeken naar manieren om zo’n partnerschap op te bouwen.”

Kinzer ziet nog een andere reden waarom Washington deze week het door Braziliaanse en Turkse bemiddeling tot stand gekomen nucleaire akkoord met Iran torpedeerde. „De manier waarop Brazilië en Turkije zich manifesteerden wekt de indruk van een rebellie van de periferie. Ongenode gasten die het feestje van de grote mogendheden verstoren. Als ze zich ontwikkelen tot een soort alternatief machtscentrum, voelen de huidige mogendheden zich mogelijk uitgedaagd en verzwakt. De Brazilië-Turkije-as, die ik erg interessant vind, voelen sommigen in Washington misschien als een bedreiging.”

Het fundamentele probleem, zegt hij, is dat de Verenigde Staten hun denken moeten veranderen wil een oplossing binnen handbereik komen. „De wereld verandert. We kunnen de rest van de wereld niet meer de wet voorschrijven. De VS moeten het idee accepteren van gelijkwaardige bondgenootschappen. Maar die verandering zal veel tijd vergen.”

Wat Kinzer betreft zou Turkije een goede gids kunnen zijn voor het Westen. „Het heeft een visionaire buitenlandse politiek. Het kan akkoorden sluiten waartoe het Westen niet in staat is. Het ziet in dat alle huidige crises in de regio met elkaar zijn verbonden en dat je ze niet één voor één kan oplossen. We zouden daaruit profijt moeten trekken.”