Goudhaantje ten onder

Jaap van Heusden maakte ‘Win/Win’, een film over de beurswereld. De regisseur veroordeelt de handelaren niet. „Ze zitten voor ons in de war room van het flitskapitalisme.”

Zie hem als een ingedrukte springveer op zijn kantoorstoel zitten. De 24-jarige aandelenhandelaar Ivan, gouden jongen van investeringsbank Cahan & Greeson. De ogen bol van concentratie. De hand die als een spin over ruitjespapier danst. De tong die slangachtig tussen zijn lippen flitst. Ivan laat de heksenketel van de dealingroom op zich inwerken. Getallen, grafieken en nieuwslezers spoelen over beeldschermen, er is flitslicht, gerinkel en geschreeuw. Het lijkt op de jackpotzaal van een casino, maar Ivan ziet een patroon in de schijnbare chaos, veert overeind. ‘Maarten, heb je een prijs van Axa January 0917 call? Doe maar 50.000.’

De eerste Nederlandse film over de kredietcrisis, zo wordt Win/Win wel genoemd. Niet helemaal juist: deze fraai gelaagde zedenschets van de Amsterdamse Zuidas had ook in tijden van hoogconjunctuur gefilmd kunnen worden. Het idee schoot filmmaker Jaap van Heusden in juli 2008 te binnen. Hij zwoegde aan een script dat speelde in een woonwagenkamp, maar wilde ook iets doen over een jonge cijfervirtuoos in de beurswereld. De kredietcrisis gromde al als onweer vlak achter de horizon. Zijn inval: „Een jongen die wint. En wint. Die blijft winnen. Het wordt zijn ondergang.”

Van Heusden was bang dat hij het onbewust ergens had opgepikt, uit een andere film of uit een boek. Dat bleek niet het geval. In september kreeg hij het groene licht voor Win/Win, die maand viel investeringsbank Lehman Brothers en sleepte half Wall Street mee. Zakenbanken die wonnen, en bleven winnen, tot het hun ondergang werd. Van Heusden: „Voor Win/Win was de kredietcrisis natuurlijk een opsteker.”

Van Heusden las boeken, praatte met voormalige traders. Jongens van vroeg in de dertig, afgefakkeld na tropenjaren in Londen en New York. „Maar mijn eerste gesprek was met iemand die al dertig jaar in het vak zat. Hij was dolenthousiast over de films die ik moest maken. Over de val van ABN, hij kende een rotzak hier, een klootzak daar, die moest ik vooral met de grond gelijk maken. Wat me bijbleef, was zijn bitterheid.”

Van Heusden keek ook rond in The City, Canary Wharf en de Zuidas. „Dat was niet gemakkelijk. Zo’n investeringsbank vraagt: wie is dat? Een filmmaker? Wat hebben wij daaraan?” Een contact smokkelde hem in Londen binnen op een dealingroom met driehonderd werkplekken, rij na rij computerschermen. „Riep zij: ‘bukken, snel naar links, daar komt mijn supervisor’.”

De verleiding was groot om al zijn opgedane kennis te etaleren. Zo draaide Van Heusden „een perfecte scène van tien minuten” waarin Ivan profiteert van de val van een hedgefonds. Die bleef achter in de montagekamer: te uitleggerig. „Als kijker hoor je wat ze tegen elkaar zeggen. Je denkt: dit is hightech, dat hoef ik niet te begrijpen. Het blijft een soort alchemie.”

Win/Win werkt als zedenschets en als bespiegeling over talent en geluk in de beurswereld. Maar allereerst is het een klassieke Werdegang. Ivan ontmoeten we als jongste bediende van Cahan & Greeson. Hij is een speels cijfergenie: elke ochtend laat hij post-its met beleggingstips achter in een lift of urinoir, voor de gelukkige vinder. Tot hij wordt ontmaskerd en het zelf mag proberen als handelaar in de dealingroom.

Ivan wordt met een fascinerend, zachtaardig charisma vertolkt door de jonge Vlaming Oscar van Rompay – tenger, kippenborst, kalend eihoofd. „Zijn lichaamstaal is heel belangrijk”, vindt Van Heusden. „Talent voor beleggen, in een flits een verborgen verband zien in een draaikolk aan informatie, is heel cerebraal. Dat moet je zichtbaar maken. Ik zocht iemand met een jazzy ritme. Ivans vingers bewegen reptielachtig, zijn lijf suggereert een melodie die te ingewikkeld is om helemaal te doorgronden.”

Het stoort Van Heusden dat veel kijkers in hem een autist zien, op zijn minst iemand met Asperger. „Dat tekent de nivellerende blik van Nederlanders. Zie je een eigenaardig karakter, dan stel je direct een diagnose om er grip op te krijgen.” Al laat hij het woord autist ook zelf vallen wanneer Ivan aan receptioniste Deniz zijn fascinatie voor de getallenstroom onder de realiteit uitlegt. Ivan: „Mensen die bang zijn voor getallen vinden zoiets cynisch of gevoelloos. Die noemen ons autisten. Maar dat je zoiets ongrijpbaars als verlangen kunt uitdrukken in getallen, dat is toch mooi?”

Voor Van Heusden is dat de kern van Win/Win: het simpele verlangen naar warmte en contact. Ivan vindt dat niet in zijn desperate nachtelijke omzwervingen door Amsterdam en al helemaal niet in het aquarium van Cahan & Greeson. Daar probeert hij een connectie te maken met Deniz en de stille Koreaan Paul, een poëtische ziel. Intussen leert Ivan het jargon van ‘fucking amazing’ en ‘back off, man’. Koopt hij dure maatpakken. Raast hij grijnzend met zijn supervisor in de speedboat over het water. Maakt hij promotie. Blaast hij stoom af in café Bulls & Bears.

Een troef van Win/Win is dat Van Heusden deze wereld van glas, metaal en neon niet filmt in kille, bleke tinten, wat voor de hand lag. Zijn visuele stijl is eerder warm en lyrisch. Het is een begerenswaardige wereld, maar hoe hard Ivan zijn neus ook tegen het glas drukt, hij breekt niet door de spiegel. Zijn passie voor cijfers verandert in een nare obsessie, zijn succes brengt vervreemding. Van Heusden: „Ik kreeg een interessante reactie van een beursveteraan. Volgens hem ging Win/Win over falen. Typisch zo’n jonge hond die het niet kan consolideren. Had hij zo vaak zien gebeuren.”

Afgehaakte traders noemen ontworteling het grootste bezwaar van hun oude levenstijl. „Om de twee jaar ben je weer elders, je geliefde woont op drie uur vliegen, je hebt geen vrienden en niets is echt van jou”, zegt Van Heusden. Een beurscontact was vooral geroerd door een scène waarin Ivan een appartement op de Zuidas betrekt. ‘Architecten en ontwerpers hebben met zorg gewerkt aan dit unieke woonconcept met een natuurlijke, elegante uitstraling. Geniet’, zalft een stem uit een laptop. Ivan kijkt rond. Gaat op bed liggen. Draait ongemakkelijk op het matras. Van Heusden: „Dat herinnerde het contact aan de dag dat hij zelf in New York op de drempel van zijn droomhuis stond. Zijn grote beloning, maar hij voelde zich leeg, ontwricht.”

Elders staart Ivan languit op het koele parket ontroerd naar een nest roze jonge muisjes in zijn kraaknieuwe bedrijfsappartement. Kaal beton, de 21ste verdieping: hoe doen die beestjes dat toch? Net zo verbaasd kijkt hij naar de grote beesten die de gevestigde orde van Cahan & Greeson belichamen: zijn gesloten baas Max (Hans Kesting), zijn keffende supervisor Stef (Leon Voorberg), de glazige receptioniste Deniz (Halina Reijn). Van Heusden zet een trio gevestigde acteurs van Toneelgroep Amsterdam bewust tegenover twee nog onzekere nieuwkomers. „Phi Nguyen (Paul) is vers van de Toneelacademie, Oscar van Rompay was nog nauwelijks een uur op televisie. Dat klopte helemaal.” Receptioniste Deniz krijgt pas oog voor Ivan als hij het nieuwe goudhaantje blijkt, hij kan de afstand tot haar niet overbruggen. Van Heusden: „Dat was ook voorspelbaar geworden. Jongen dreigt ten onder te gaan in koude beurswereld, maar vindt troost bij warme vrouw.”

Beurshandel leverde tot dusver weinig filmdrama op. Wat er is, volgt twee sjablonen. Eén: een variant op Death of a Salesman zoals Al Pacino’s Glengarry Glen Ross. De beurs als haaienvijver, het leven als trapezeact boven een ravijn. Succesvol of op zijn retour, er komt altijd een moment van reflectie waarin de handelaar de existentiële leegte in de muil staart. Twee: Wall Street van Oliver Stone uit 1987. Gretige jongeman wordt verleid door het klatergoud van Porsche en trofeevrouw, tot hij ontdekt dat hij zijn ziel aan de duivel heeft verkocht en op de valreep het goede doet.

De huidige kredietcrisis levert niet zo’n heldere moraal op als de film Wall Street, vreest Van Heusden: „Eind jaren tachtig speelden de eerste ‘leveraged buyouts’: dat grote financiers het management overhalen hun eigen bedrijf met een enorme schuldenlast op te zadelen. Legaal en met aantrekkelijke bonus. NRC weet er alles van sinds de overname door Apax. Dat maakt razend en schept een duidelijk moreel universum. In de kredietcrisis ontbreekt dat. Het is te gemakkelijk te wijzen naar moreel verdorven jongelui die in trading rooms speculeren en miljarden verdienen als complete landen bankroet gaan. Feit is: ze zitten voor ons in de war room van het flitskapitalisme. Als wij een hypotheek of pensioen nemen, zetten we een enorme zak geld bij ze neer om daar zo snel mogelijk zoveel mogelijk van te maken. Loopt dat fout, dan zijn ze opeens schurken.”

Van Heusden verbaast zich wel over de houding die van jonge traders wordt verlangd. „Wordt het Monopolygeld te echt, dan moet je ermee stoppen, vertelde iemand mij. Wanneer je een huis, vrouw en hypotheek krijgt, wordt geld reëel. Je hebt jongens nodig die alles op het spel zetten, inclusief eigen bonus.”

Het geheim achter succes op de beursvloer heeft Van Heusden niet ontrafeld. Hij kwam in Londen in contact met één van de succesvolste traders, met een P&L (profit and loss) van 90 miljoen euro. „Een verrassende ontmoeting. Het was een Italiaanse jongen van het platteland, verbazend normaal. Hij kon niet goed uitleggen wat hij anders deed dan zijn buurman. Werkte met een exotisch financieel derivaat waar hooguit tien mensen in handelden die elkaar allemaal kennen. Zijn supervisor had geen idee hoe het werkte, het was gewoon: je maakt winst? Doorgaan! Hij was heel bitter over het systeem, doodziek vond hij het.”

Allerlei benaderingen werken, denkt Van Heusden. „De een trekt lijntjes en bereikt met technische analyse vrij aardige resultaten, de ander zegt dat alles draait om connecties: bel de hele dag, ken iedereen die ertoe doet, weet wat gaande is. Weer iemand anders paste met succes voodoo toe.”

In Win/Win lijkt Ivans geheim zijn intuïtie voor cijfers. Zijn aanpak grenst aan die van de beroepsgokker. In een vroege scène zien we hem backgammon spelen in een Turks koffiehuis. Dezelfde gebaren en tics als in de dealingroom, al goochelt hij hier met een sigaret in plaats van een pen. ‘Een man kiest niet zijn geluk, het geluk kiest zijn man’, zegt iemand als Ivan weer dubbel zes gooit. Later meldt Ivan zich bij onlinetherapie voor gokverslaving, maar haakt beschaamd af als hij moet erkennen dat hij gisteren weer een half miljoen euro won.

Van Heusden: „Een trader vertelde me hoe hij winkelt. Hij wandelt door de supermarkt, gooit blindelings rechts en links dingen in zijn wagentje, en bij de kassa maakt hij automatisch een inschatting: hoeveel zal dit kosten? Dat zit ook in de film.” Het is een talent, vraag is of dat ingezet moet worden om exotische financiële constructies te verzinnen of op flitswinst te jagen. Want daar houden de scherpste geesten zich tegenwoordig mee bezig. „We zijn allemaal opgevoed met de boodschap dat we vooral moeten doen waar we goed in zijn. Gek dat nooit van ons wordt gevraagd of dat ook iets zinvols is.”

Win/Win draait in 12 bioscopen.