Er is alleen noodzaak

Anne Teresa de Keersmaker wil al het spectaculaire van zich afschudden. Dus danst zij zonder decor en kostuums. In haar Holland Festival-voorstelling 3Abschied zingt ze zelf.

Met haar rug naar het publiek staat Anne Teresa de Keersmaeker naast de zangeres, ontroerend klein en tenger. Alsof ze zonder het gewicht van haar stoere bergschoenen zou wegzweven. Nadat het laatste deel van Mahlers Lied von der Erde, Der Abschied is ingezet, begint zij voorzichtig te bewegen, eerst als schaduw van zangeres, dirigent, fluitist of strijkers op het toneel, later haar eigen dansinstinct volgend. Elke pas is een poging de muziek te verinnerlijken en tegelijk via haar lichaam te communiceren. Als ze zich een weg tussen de musici heeft gebaand, bezweert ze de aarde of spreidt ze, achteroverbuigend, vol overgave de armen. Tenslotte kan ze alleen nog roerloos luisteren bij de beroemde slotwoorden ‘Ewig, ewig’.

Zo beschreven zou 3Abschied, een van de drie voorstellingen van Anne Teresa De Keersmaeker in het Holland Festival, nog een gewone choreografie kunnen zijn. Maar dat is het geenszins, zeker niet naarmate de avond vordert en zeker niet voor degenen die het werk van de Vlaamse kennen. Hier staat een tot nu toe onbekende De Keersmaeker (49), een die zich klein en kwetsbaar maakt naast grote muziek, die met een dunne, ongeschoolde stem het onaantastbare Lied van Mahler zingt, die conceptuele grappen uithaalt met die beladen compositie over de aanvaarding van de dood – al is dat grotendeels de inbreng van de Franse choreograaf Jérôme Bel, haar compagnon in dit opmerkelijke Mahlerproject.

De voorstelling, die in februari in Brussel in première ging, lijkt een bewuste breuk met het verleden en is in de internationale pers met verbazing ontvangen. Wat heeft De Keersmaeker bewogen haar reputatie van intelligente, muzikale choreografe zo op het spel te zetten, haar hoofd zo uitnodigend op het hakblok van de muzikale puristen te leggen? Van een strategie is geen sprake, zegt de choreografe een dag na de Franse première in Lille: „Er is alleen noodzaak. Mijn vraagstelling bij dit werk was: kun je de betekenis van dit lied in dans laten zien, op een manier die open, scherp en leesbaar is? En zonder de natuur van de muziek te verminderen, want daar houd ik ontzettend veel van.”

3Abschied is het sluitstuk van een reeks voorstellingen die achteraf als triptiek kan worden beschouwd. In Keeping Still - Part I (2007) was Der Abschied al te horen, het groepswerk The Song (2009) is in zijn soberheid (licht, geluid, beweging) verwant aan 3Abschied (2010). Op het Holland Festival zijn de drie stukken voor het eerst als reeks te zien. Een reeks die wel degelijk een keerpunt in het werk van De Keersmaeker markeert. Zacht sprekend, met lange tussenpozen waarin zij elk woord lijkt te wegen, legt ze uit: „Het is mijn wens alle ballast weg te gooien en alleen het noodzakelijke en essentiële over te houden. Zoveel mogelijk bereiken met zo weinig mogelijk: het is een soort esthetisch-ecologische overweging, een radicaal afschudden van alles wat met het spectaculaire te maken heeft. Daarvan hebben we in deze tijd al genoeg om ons heen.” Na een halve minuut stilte volgt de conclusie: „Ik heb er geen nood meer aan.”

De Keersmaeker lijkt ook ‘geen nood’ meer te hebben aan de faam die zij in dertig jaar opbouwde. Ook – zelfs – kritische muziekliefhebbers, traditioneel wantrouwig ten opzichte van choreografieën op muziek die niet voor dans is gemaakt, lieten zich overtuigen door de zorgvuldigheid waarmee zij elke frase, iedere noot analyseerde en van een intelligente kinetische repliek voorzag, vaak gezet in oogstrelend vormgegeven toneelruimtes, vaak op levende muziek en soms kracht bijgezet door film of video. Het vaakst gebruikte zij de minimalistische muziek van de Amerikaanse componist Steve Reich, maar ze choreografeerde ook op werk van Bach, Monteverdi en Bartók.

Haar Mahlerproject is, evenals Keeping Still en The Song, een terugkeer naar de basis: het lichaam. Het lichaam in de ruimte, in de maatschappij, het sterfelijke lichaam. In 3Abschied geen weelderig decor- en kostuumontwerp, zoals in de ‘vette jaren’ bij de Brusselse Muntschouwburg, waar De Keersmaekers groep Rosas tot voor een paar jaar geleden huisgezelschap was. Op het toneel staan alleen een mengtafel, een krukje, stoelen en lessenaars voor de dertien musici van het ensemble Ictus. De Keersmaeker bedient zelf licht en geluid als zij, bij wijze van proloog, uitlegt hoe de voorstelling tot stand is gekomen.

In die gesproken inleiding is de inbreng van Jérôme Bel (43) te herkennen. Hij liet de laatste jaren meer dansers over zichzelf en hun vak spreken, bijvoorbeeld in Pichet Klunchun and Myself, Lutz Förster en op dit festival Cédric Andrieux. Bel en De Keersmaeker: het is een onwaarschijnlijke combinatie. Zij, de bloedserieuze, introverte muziekchoreografe, hij, de immer ironische voorman van de Franse dansconceptuelen. Bel roemt haar moed. „Dat zij dit doet, met haar status, bewijst dat ze niet bang is voor de mening van anderen. Haar werk verraadt dat ook: haar hele oeuvre gaat over vrouwen in verzet. Dit stuk draait om overgave, loslaten. Voor een perfectioniste als Anne Teresa is dat een strijd.”

Eenmaal losgeweekt bleek De Keersmaeker zelfs radicaler dan Bel. Zij stond erop dat zijn bijdrage aan 3Abschied gehandhaafd zou blijven. Zelf had hij het liever geschrapt – te flauw. Om de dood te ‘conceptualiseren’ (dood is: afwezig zijn, leegte) laat hij namelijk de leden van het ensemble Ictus een voor een van het toneel weglopen, als in Haydns Abschiedssymphonie. Ook vraagt hij de musici te ‘sterven’, ofwel voor dood ter aarde te storten. „Ik vond het te licht. Het is een trucje, een tegenhanger van de gewichtige betekenis van Der Abschied.” Hij grinnikt: „Ik denk dat zij het gewoon niet alleen wilde doen, want vlak voor de première sloeg de schrik ons wel om het hart. Binnen deze dramaturgie werkt het wel, als tegenhanger van het laatste deel waarin Anne Teresa zingt en danst. Dat is één brok emotionele intensiteit.”

Bel vermoedt dat De Keersmaekers besluit nu eindelijk een voorstelling te maken met de muziek die zij al zo lang bewondert, is terug te voeren op haar naderende vijftigste verjaardag (tijdens het Holland Festival is het zover): „De dood wordt dan voor iedereen een actueler thema in het leven. Maar zij is een danser, een echte danser, altijd gebleven. Hoe lang kan ze dat volhouden? Dit wil ze nog meenemen, in haar lichaam stoppen.”

Misschien heeft hij gelijk en heeft zij daarom haar takenlijstje nog eens herzien. Voor haar volgende choreografie gebruikt zij muziek van Vlaamse polyfonisten, een stijlperiode die zij tot nu toe links liet liggen. Tot 3Abschied had zij zich nog nooit aan Romantische muziek gewaagd. „In een van mijn recente werken, Zeitung, met muziek van Bach, Webern en Schönberg, is de Romantiek the big gap. Het is een cliché, maar ik heb er altijd een gevoel van teveel bij gehad. Ook”, aarzelt ze, “omdat ik zelf een romantisch persoon ben. Dan dreigt het teveel des te meer.”

3Abschied, 12 /13 juni Stadsschouwburg Amsterdam. Inl. www.hollandfestival.nl