Dol op lightverse en het snelsonnet

Necrologie

Driek van Wissen was de plezierdichter die Dichter des Vaderlands werd.

„Ik vond het mijn taak als Dichter des Vaderlands om meer medeburgers met de dichtkunst te laten kennismaken”, schreef dichter Driek van Wissen vorig jaar in deze krant. Hij trad op voor plattelandsvrouwen, in tbs-inrichtingen, jeugdhonken en bejaardenhuizen. Deze houding sierde hem. Afgelopen woensdagnacht is hij op 66-jarige leeftijd overleden aan een hersenbloeding in Istanbul.

Driek van Wissen werd in 2005, na een intensieve campagne, benoemd op de vooraanstaande positie van Dichter des Vaderlands. Hij heeft deze functie tot 2009 vervuld. De stijl van zijn poëzie is extreem vormvast, waardoor hij rijmdwang niet schuwde. Hij muntte uit in lightverse, liedjes en snelsonnetten. Op 16 mei van dit jaar wijdde hij ‘snelsonnet’ 3508 aan de CDA-partijstrateeg Jack de Vries. De laatste regels luiden: „Opdat ik straks, uit meelij met De Vries,/ Toch voor de christen-democraten kies.”

Dat ‘meelij’ hebben is kenmerkend. Van Driesen was een bescheiden, beminnelijke dichter die zich tooide met een kleurrijk strikje. Hij woonde nog in Groningen, waar hij op 12 juli 1943 werd geboren. Hij studeerde Nederlands in die stad en werkte tussen 1968 en 2005 als docent Nederlands.

Een van zijn geliefde versvormen is het ollekebolleke, een luchtig, licht-ironisch gedicht. In 1987 werd Van Wissen onderscheiden met de Kees Stip Prijs voor lightverse. Als schrijver van liedteksten was hij verbonden aan het Groningse ‘Geld-maakt-niet-gelukkig-ensemble’ en het radioprogramma ‘Spijkers met koppen’.

In de bundel Onverwoestbaar Mooi bracht Van Wissen alle gedichten tot 2003 samen. In 2009 verscheen Voor het vaderland weg, waarin de verzoekgedichten als Dichter des Vaderlands zijn gebundeld. Voorts werkte hij met Jean Pierre Rawie aan de Rijmkroniek des Vaderlands, een berijmde vaderlandse geschiedenis.

Van Wissen heeft zijn vormvaste principes nooit verlaten en daarmee oogstte hij veel kritiek. Zijn werk stond ver af van de overheersende, hermetische stroming in de letteren. Met een reusachtige hoeveelheid poëzie zette hij de traditie van Kees Stip en Drs. P voort. Zijn poëzie typeerde hij zo: „Elk vers is een verbluffende synthese/ Van wijsheid en esprit, van ernst en grap/ Van sprankelend begin tot sterke frappe.”