Dit kost nou wat ze bedoelen

In hun programma’s schrijven de partijen wat ze met Nederland voorhebben.

Het CPB heeft uitgerekend wat al die verschillende bedoelingen kosten.

Als een kind zo blij keek hij gistermorgen de zaal in toen hij het zei: alle politieke partijen hebben „de uitdaging aangenomen” om de overheidsfinanciën ingrijpend te verbeteren. Gemiddeld met 30 miljard euro, zei directeur Coen Teulings van het Centraal Planbureau (CPB). „Maar er zijn grote verschillen tussen de partijen. Er valt dus wat te kiezen!”

Het CPB maakte gisteren bekend wat de effecten zijn van de beloften die politieke partijen doen in de verkiezingen die op 9 juni worden gehouden. Het levert een overzicht op met duizelingwekkende getallen, harde ingrepen met soms verrassende uitkomsten en onvermoede politieke koerswijzigingen.

Trok de PvdA deze week op het laatste moment een been bij met een slordige 10 miljard euro aan saneringen om in de buurt te blijven van de concurrentie, andere collega’s blijken bij de onafhankelijke analisten van het CPB plannen te hebben ingeleverd die haaks staan op wat recentelijk werd uitgedragen. Nam het CDA na de val van het kabinet met veel lawaai afstand van het rekeningrijden, inmiddels willen de christen-democraten een kilometerheffing voor auto’s en een voor vrachtverkeer. Het CDA bezuinigt per saldo op het onderwijs. De PVV blijkt met haar sociaal-economische ruk naar links een partij die de overheidstekorten – samen met de SP – het meest laat voortbestaan, waardoor latere generaties een hogere rekening betalen. De VVD komt uit de bus als een slechte filebestrijder, de PvdA als een harde snijder in de zorg die veel enthousiaster blijkt over marktwerking dan ze de laatste maanden suggereerde, GroenLinks als een schepper van werkgelegenheid en D66 als een partij die op internationale samenwerking beknibbelt.

Maar wie naar opmerkelijke uitkomsten per partij speurt, zou bijna over het hoofd zien hoe vergaand alle partijen de maatschappelijke realiteit willen veranderen. Vrijwel allemaal saneren ze in de sociale zekerheid, de SP is de enige partij die er extra geld voor uittrekt. Vrijwel alle partijen bezuinigen op de zorg, PVV en SP houden de uitgaven constant. En vrijwel iedereen snoeit maximaal in het lokaal bestuur, hoewel het CPB grote bedenkingen heeft bij de haalbaarheid daarvan. Met uitzondering van de SP daalt bij alle partijen de werkgelegenheid bij provincies, gemeenten en waterschappen volgens de partijprogramma’s met een kwart. „Dit betekent een flinke daling in de dienstverlening van het lokale bestuur en/of de kwaliteit daarvan”, schrijft het planbureau.

Als het gaat om de overheidsfinanciën ontlopen de partijen elkaar niet veel. De SP en PVV realiseren zoals gezegd op lange termijn de minste verbeteringen. De SP blijft 13 miljard euro en de PVV 12 miljard euro achter op de hervormingsopdracht die het planbureau eerder formuleerde.

De verschillen tussen de andere partijen zijn kleiner als het om bezuinigingen gaat. De VVD verbetert de overheidsfinanciën op langere termijn met 39 miljard, de PvdA met 31 miljard. De rest van de partijen zit daar tussenin. Trots op Nederland en de Partij voor de Dieren lieten hun programma niet analyseren.

De PVV en SP scoren slecht met het scheppen van banen, vooral doordat zij het meest terughoudend zijn met wijzigingen in de sociale zekerheid en het ontslagrecht. Op lange termijn heeft het CPB juist hier hoge verwachtingen van, waardoor de VVD de meeste banen zal scheppen, gevolgd door GroenLinks, CDA en D66.

De effecten op de koopkracht heeft het planbureau slechts globaal berekend. Over de gehele linie gaat de koopkracht van huishoudens achteruit, behalve bij de PvdA en, met name, de SP. Het CDA springt er negatief uit doordat het de zorgtoeslag en kinderopvangtoeslag verlaagt. VVD en CDA laten de hoogte van de uitkeringen niet meer automatisch mee stijgen met de lonen. Over het algemeen ontzien CDA en VVD vooral de hogere inkomens – anders gezegd voelen vooral mensen met lagere- en middeninkomens de pijn.

Dat de liberalen van Mark Rutte er het sterkst uitkomen op het gebied van overheidsfinanciën én werkgelegenheid heeft wel een prijs, bijvoorbeeld voor de huurders. Bij de VVD stijgen de huren jaarlijks 3 procentpunt boven de inflatie. Het „marktconforme” niveau dat zo rond 2040 wordt bereikt betekent een huurniveau dat meer dan 50 procent hoger ligt dan nu.

De VVD blijkt een van de slechtste filebestrijders, doordat zij niet voor de kilometerheffing kiest. De verkeersmaatregelen van de VVD zullen het aantal uren dat men gemiddeld in de file staat met 5 procent verlagen. Het CDA reduceert de file-uren met 35 tot 40 procent, de PvdA met 40 tot 45 procent, D66 met 45 procent en GroenLinks zelfs met 60 procent. PVV en SP blijken eveneens slechte filebestrijders door hun afwijzing van het rekeningrijden. Teulings zei vanochtend dat de VVD vooral files wil bestrijden met meer asfalt. „Je moet wel heel veel wegen aanleggen wil je daarmee welvaartswinst boeken.”

Voor het eerst in de geschiedenis hebben politieke partijen veel aandacht voor de langdurige AWBZ-zorg. Dat komt doordat deze AWBZ-zorg samen met de AOW de meest ‘vergrijzingsgevoelige’ en dure component in de collectieve uitgaven is. Vrijwel alle partijen zijn ervan overtuigd dat die langdurige zorg nu niet doelmatig is. Maar de manier waarop partijen dit willen veranderen verschilt enorm. Wel willen alle partijen de eigen bijdragen met miljarden verhogen.

Anders dan de verkiezingsretoriek en zelfs de verkiezingsprogramma’s doen voorkomen, willen bijna alle partijen (behalve de SP en de PVV) verder met de liberalisering van de ziekenhuiszorg. Linkse en rechtse partijen verschillen alleen in het tempo waarin zij de markwerking willen voortzetten. Sinds het begin van de campagne heeft de PvdA geregeld gezegd tegen verdere marktwerking in de curatieve zorg te zijn, maar uit de CPB-rapporten blijkt iets anders. „De PvdA wil de marktwerking in de zorgverzekeringswet verder bevorderen...”. In het PvdA-verkiezingsprogramma staat: „Voor ons staat voorop dat niet de markt maar de overheid sturend moet zijn...” En: „Wij verkiezen samenwerking boven concurrentie en stellen grenzen aan marktwerking.”