De weemoedigheid die komt als je de schrijver vergeet

Detlev van Heest: De verzopen katten en de Hollander. Van Oorschot, 607 blz. € 29,90, €45,- (geb.)

In De verzopen katten en de Hollander, het omvangrijke debuut van Detlev van Heest, zit een legpuzzel verborgen. De puzzel bestaat uit vele stukjes, maar daar staat tegenover dat ze niet moeilijk te vinden zijn. Een stukje heet ‘Voor Han’, de opdracht van het boek. Een ander heet ‘kritische echtgenote’ en is op meer plekken in de roman te vinden, net als de stukjes ‘hekel aan werk’, ‘misantropie’ en ‘liefde voor dieren’. De puzzelaar met een oog voor detail zal stukjes verzamelen bij woorden als ‘korzelig’ of bij de chique spelling van het woord ‘paraplu’ als ‘parapluie’.

Dit zijn de grootste stukjes van de puzzel. Wie ze op de juiste manier in elkaar klikt en wat afstand neemt, concludeert dat er een soort portret van de twee jaar geleden overleden J.J. Voskuil opdoemt. Van Heest verbergt zijn invloed niet. Tot aan de lay-out toe, tussen asterisken in geklemde korte notities, toont de debutant zijn schatplichtigheid aan de schrijver van het uit zeven bakstenen bestaande muurtje dat Het Bureau heet. Van Heest doet nog minder moeite dan Voskuil om de beschreven werkelijkheid te abstraheren. Kregen de personages in Voskuils boeken nog een andere naam aangemeten (zo werd Voskuil zelf Maarten Koning), zelfs dat doet Van Heest niet. Het hoofdpersonage van De verzopen katten en de Hollander wordt gewoon als ‘Detlev’ of ‘Van Heest’ aangesproken. De lezer die bij het horen van het woord roman denkt aan verbeelding of abstractie, is bij Van Heest aan het verkeerde adres. Zijn roman kan met de beste wil van de wereld niet anders ervaren worden dan een combinatie van uitgewerkte dagboeknotities, een vleugje bekentenisliteratuur en journalistieke verslaggeverij.

En dat terwijl Van Heest zo’n hekel heeft aan het bedrijven van journalistiek. Aanvankelijk schreef hij vanuit Japan stukjes voor Nederlandse media: ‘Ach, altijd hetzelfde, over Japan, dezelfde lariekoek’, zegt hij tegen zijn kapper over zijn voormalige professie. Wat hij nu doet is rondhangen in zijn woonwijk in Tokio en gesprekjes voeren met zijn, vaak bejaarde, buurtgenoten. De weerslag van die ontmoetingen is het boek, meer kun je er met de beste wil van de wereld niet over zeggen. Zo’n tien keer achtereen voert Van Heest de lezer door de jaren 1999 tot 2004, en hij zet in ieder deel een andere buurtgenoot centraal. Zo maak je kennis met een kapper, een gepensioneerde lijfwacht en een zwervende kok, waarbij opvalt dat Van Heest vooral vertrouwt op wat de mensen zeggen, en bijvoorbeeld niet hoe ze dat doen.

Het effect daarvan is nihil. Bij Voskuil, om hem er nog maar eens bij te halen, is het in het nauw geraakte individu altijd voelbaar. Dialogen verklappen het, kleine observaties van Maarten Koning verklappen het, de tekst is psychologisch geladen. ‘Van Heest’ is een vergelijkbaar personage als Koning. Ook hij voelt zich vaak bedrukt en bedreigd, maar zijn gevoelsuitingen komen vaak compleet uit de lucht vallen en brengen niets teweeg. Het enige effect dat het boek zo nu en dan oplevert is een gevoel van weemoedigheid, in ieder geval op de momenten dat je vergeten bent dat Van Heest er zo pontificaal op aanstuurt.

De vraag is waarom dit boek er eigenlijk is gekomen. Het leeuwendeel zou ingekort zo in een journalistiek medium afgedrukt kunnen worden. Ziet een bevrijding of een vlucht van werk dat je tegen je zin jaren hebt volgehouden, er zo uit? Nergens blijkt uit – niet uit de toon, niet uit de selectie, niet uit de stijl – dat het belangrijk of onafwendbaar was dat dit boek er kwam. In het beste geval is De verzopen katten en de Hollander een lange aanloop naar Pleun, het vervolg op dit boek. Hopelijk toont het aan dat Van Heest na zijn journalistieke werk inderdaad moest gaan schrijven.