De geheime taal interesseert me

Luuk van Middelaar schrijft als politiek filosoof de speeches voor Van Rompuy.

Het onaffe van de politiek in Brussel interesseert hem: wat is politiek, wat is gezag.

We hebben afgesproken in een restaurant dichtbij het gebouw van de Europese Raad in Brussel. Luuk van Middelaar heeft net een toespraak over de Europese Unie gehouden voor het Vlaamse parlement. Hij heeft honger. Terwijl hij een groot stuk appeltaart met roomijs verorbert, praten we over zijn fascinatie voor Europa.

Van Middelaar (37) is politiek filosoof. Maar hij dénkt niet alleen over politiek, hij wérkt er ook in. Dankzij zijn in 1999 verschenen boek Politicide, een verhandeling over drie generaties naoorlogse Franse filosofen, kwam hij als tekstschrijver terecht bij Frits Bolkestein, destijds eurocommissaris. In januari van dit jaar is hij toegetreden tot het kabinet van Herman Van Rompuy, de voorzitter van de Europese Raad. Van Middelaar is nu Van Rompuys adviseur en speechschrijver, een prestigieuze baan die hij te danken heeft aan zijn tweede boek, Passage naar Europa. Geschiedenis van een begin.

Van Rompuy had het boek gelezen, net als Van Middelaars columns op de opiniepagina van NRC Handelsblad. Hij was onder de indruk. En inderdaad, Passage naar Europa is een meeslepend geschreven boek over het ontstaan van de Europese Unie. Met veel anekdotes en zonder te vervallen in technocratisch jargon beschrijft Van Middelaar hoe niet de instituties in Brussel, maar de grote geschiedenis de katalysator is geweest voor het ontstaan van de EU. Het boek werd onlangs bekroond met de Socrates Wisselbeker, de prijs voor het beste Nederlandstalige filosofieboek van het afgelopen jaar. Dat is ook de aanleiding voor dit interview.

Waar komt uw fascinatie voor politiek vandaan?

„Het is niet iets wat ik van huis uit heb meegekregen. Mijn vader was studentenpastor, mijn moeder werkte in een bejaardenhuis. Ze waren zeer betrokken bij de maatschappij, zoals dat ging in de jaren tachtig. Ze liepen bijvoorbeeld mee in demonstraties tegen kruisraketten. Maar tegelijk hielden ze zich niet bezig met partijpolitiek. Aan die tijd heb ik twee dingen overgehouden: een verlangen naar rechtvaardigheid en een kritische blik. Je moet altijd kijken naar belangen achter bepaalde stellingnames. En ook naar onbedoelde gevolgen van beslissingen. Het gaat om resultaten, niet om mooie intenties.”

Wat doet een speechschrijver en adviseur van Herman Van Rompuy?

„Ik ben zoals dat heet ‘lid van het kabinet’ van Van Rompuy. We zijn daar met zo’n vijftien mensen. Sommigen houden zich bezig met buitenlandse politiek, anderen met economische politiek. Een derde, kleiner groepje bestaat uit woordvoerders en de speechschrijver. Van Rompuy heeft tot nu toe vier grote politieke toespraken gehouden, waarin hij zijn visie op zijn functie en op de Europese politiek uiteen heeft gezet. In overleg met hem heb ik vrij veel ruimte om die toespraken in te vullen.”

Hoe schrijf je voor iemand anders?

„Een politicus is geen acteur die willekeurig welke woorden in de mond kan nemen. Een politicus is iemand met ervaring en met een persoonlijkheid. Dus de woorden die je voor hem of haar schrijft, moeten bij die persoon passen. Ik luister goed hoe Van Rompuy praat en probeer me in hem in te leven. Ik heb zijn boeken gelezen. Die gaan helemaal niet over Europa, maar ze geven wel een goed inkijkje in zijn denkwereld.”

Toen u deze functie accepteerde, gaf u de rol van onafhankelijk commentator op – met spijt, schreef u.

„Ik vind het leuk om het af te wisselen. Ik ben filosoof en ik schrijf over politiek. En ik vind dat ik dat het beste kan doen als ik weet waar ik het over heb. Als ik de krachtsverhoudingen en de druk van de tijd heb gevoeld. Dan kun je je analyses veel levendiger maken.”

Hoe komen die ervaringen terug in ‘Passage naar Europa’?

„Ik heb zowel geput uit mijn ervaringen bij Bolkestein als meer algemeen uit de Nederlandse politiek. Waar het om gaat is dat de Europese politiek zich niet alleen in Brussel afspeelt, op deze vierkante kilometer tussen het Europees parlement, de Raad en de Commissie. De Europese politiek bestrijkt het hele continent. Zowel de 27 nationale democratieën als de Brusselse instellingen. Ook nationale parlementen hebben een Europese rol. Ik heb de kloof tussen die nationale democratieën en Brussel sterk gevoeld. Dat beschrijf ik in het boek. Op een partijbijeenkomst van de VVD waar ik was, spraken Tweede Kamerleden hun collega’s uit het Europese parlement verontwaardigd aan: ‘Wat hebben jullie nu weer besloten, daar in Europa.’ Terwijl de institutionele verhoudingen zo zijn dat elk besluit ook genomen is door de Raad van Ministers. Daar zit altijd een Nederlandse minister aan tafel. ”

Wanneer raakte u verknocht aan Europa?

„Tijdens mijn werk voor Bolkestein. Voor een filosoof is Europa een fantastisch onderwerp, omdat het onaffe politiek is. Allerlei fundamentele vragen als: wat is een staat, wat is gezag en hoe ontstaat een wij-gevoel, dat kun je hier onderzoeken. Dat zijn wezenlijke politiek-filosofische vragen, waar filosofen in onze tijd nog maar weinig over nadenken. Het feit dat er een staat is, zien ze als vanzelfsprekend. Ze denken bijna altijd vanuit de bestaande orde. Maar ik vind die fundamentele vragen veel spannender.”

Hoe vind je daar een antwoord op?

„Je probeert als filosoof grip te krijgen op de politieke werkelijkheid. Dat is in het geval van Europa moeilijk, omdat het voor veel mensen een mistige wereld is. Mensen die erin zitten, spreken een geheimtaal die mensen buiten die wereld niet verstaan. Die geheimtaal legt je voortdurend in de luren. Achter de ingesleten begrippen zitten zonder dat mensen het weten bijna altijd belangen.”

Hoe leer je die taal?

„Net als elke andere vreemde taal: door in die wereld te gaan wonen. Toen ik bij Bolkestein ging werken, heb ik de geheimtaal geleerd. De eerste keer dat ik bij een vergadering van het kabinet van Bolkestein zat, verstond ik de helft niet. Ik spreek goed Frans en Engels, maar ik wist niet waar het over ging. Ze hadden het over Barcelona, Kopenhagen, Lissabon. Dat bleken de namen van bepaalde beleidsprocessen. Voor landbouwpolitiek moet je de afkortingen in drie talen kennen: Engels, Frans en Nederlands. Anders kun je je werk niet doen. Dat leer je niet uit een boekje, maar door goed je ogen en oren open te houden. Daarna heb je als antropoloog weliswaar je terrein veroverd, maar qua analyse heb je dan nog niets. Want als je in hun wereld opgaat, word je een van hen. Dus moet je er weer uitstappen en als filosoof kijken naar die taal en de belangen en machtsverhoudingen die erachter zitten.”

Zou u zelf politicus willen zijn?

„Nee. Maar wat ik doe is in wezen wel politiek. Door mijn boek wil ik mensen anders naar Europa laten kijken. En dat is misschien wel effectiever dan dat ik in het Europees parlement ga zitten.”

Gaat het om invloed dan?

„Voor een deel. Je moet kijken waar je grootste toegevoegde waarde is.”

En ambitie?

„Ik heb mijn ambitie gelegd in Passage naar Europa, dat heel goed moest worden. Ik wil ook graag dat het buiten Nederland invloed heeft. Het wordt vertaald in het Pools, in het Hongaars en in het Frans bij Gallimard, de beste uitgever van Frankrijk. Daar ben ik heel trots op.”