Column

Boze barkeeper

Boze barkeeper woensdagavond. Sjoerd heet hij. We hadden met de andere stamgasten stevig staan innemen en het Nederlandse wereldnieuws doorgenomen. Het was de dag van Kom uit de fles, een initiatief van de Jellinek. Wat dat is? Het komt erop neer dat je moet toegeven dat je bij die 1,2 miljoen verslaafden hoort. Ik hoorde pas die avond dat een van de beste vrienden van Ramses Shaffy verslavingsarts is. Vind ik grappig. Heel grappig zelfs.

Natuurlijk hadden we het over de consequenties voor nieuwslezeres Eva Jinek, die het nieuwe programma Nieuwsuur niet mag presenteren omdat ze dat niet kan combineren met haar verse liefdesleven. De hele kroeg was boos. Men keek naar mij. Wat ik ervan vond? Je zal dat nieuws moeten lezen, dacht ik. Ik zou, als ik haar was, er een goede advocaat op zetten!

Maar de barkeeper was dus boos. Jammer, want het was een vrolijke avond geweest. We hadden met het halve café Louis van Gaal maar weer eens nagedaan. Hoe hij zal doen als hij vanavond de Champions League wint? Ontploft hij ter plekke? Doet hij een dansje in zijn lederhosen? Komt Truus als Frau Antje op het bordes? Laat hij de fans strak marcheren?

Verder hadden een paar mensen het over mijn column van vorige week. Waarom ik die domme Jolande van der Telegraaf doodgewenst had? Omdat anders haar kind geen wees was geweest en ik haar zwaargewonde koter geen vragen in een ziekenhuisbed had kunnen stellen. Ik legde uit dat het een column was. Een woordendingetje! Een antwoord op die enge heks, die zogenaamd per ongeluk doordrong tot de ziekenhuiskamer van die arme Ruben. Ik citeerde Louis maar weer eens: Ben ik nou zo dom?

Maar de barkeeper was dus boos. Althans op het eind van de avond toen het op betalen aankwam. Daarvoor was het leuk. We vroegen ons af waarom die Pechtold zo chic bleef tegen die dikke engerd van de Weekend? Zal Alexander tijdens deze verkiezingscampagne een lettergreep aan HP/De Tijd gunnen? Dan is hij mijn stem zeker kwijt.

Dit alles maakte de barkeeper niet boos. Ook niet toen we het over de privéreisjeskostenvergoeding van de koninklijke familie kregen. Die kakkers moeten binnenkort hun eigen portemonnee trekken als ze op vakantie willen. Een diep medelijden gonsde door de kroeg. Dat wordt kamperen in de buurt van Ommen. Mabel met zo’n pleerol richting de campingplee. En Laurentien die de bingo en het badmintontoernooi voor de bejaarde campinggasten organiseert. Dit alles in de regen.

Toch was Sjoerd de barkeeper boos. Boos omdat we niet wilden betalen. Volgens ons hoefden we ook niks te betalen. We hadden ons geld aan mijn beste vriend Patrick gegeven en die zou betalen. Dus Sjoerd moest bij hem zijn. Patrick ontkende niet dat hij het geld van ons had gekregen, maar zei dat het een oude schuld van ons aan hem was. Meer niet. Daarbij had hij geen drank besteld. Dat hadden wij gedaan. Maar wij zeiden weer dat we dachten dat we de drank van Patrick hadden gekregen. Hij gaf steeds de glazen door. Sjoerd, de barkeeper, zei daarop dat hij met ons onderlinge gesteggel niks te maken had en dat hij gewoon euro’s wilde zien. Wij probeerden hem uit te leggen dat de euro binnenkort geen stuiver meer waard is. Nog minder dan de Griekse drachme. Patrick zei dat hij wel mee gedronken had, maar dat hij niet besteld had. Hij had alles gekregen. Wij hielden vol dat wij het van hem hadden gekregen en vroegen om het juridisch bewijs van onze bestelling. Sjoerd stond te trillen van woede. Hij wilde gewoon zijn geld. Hij had bier geleverd en niet alleen bier. Ook gezelligheid, onderkomen, muziek, borrelnootjes, toiletgelegenheid en licht! We konden hem helaas niet helpen en lieten hem totaal ontredderd achter. Patrick wist niet dat Sjoerd Sjoerd heette en verliet daarom het café met een keurig „Dag meneer Kooistra”.