'Balkenende is nogal snel naar rechts geschoven'

André Rouvoet (ChristenUnie) is het regeren bevallen. Macht en christelijke principes gaan samen, vindt hij. Gesprekken met lijsttrekkers, deel vijf.

De partijleider van de ChristenUnie is tevreden. Zelfverzekerd ook. En voor een lijsttrekker die drie weken voor de verkiezingen zit, praat André Rouvoet opvallend ontspannen over de politieke verhoudingen en de toekomst.

Begrijpelijk. De Nederlandse bevolking had geen enkel vertrouwen meer in het kabinet-Balkenende IV, toen dat viel over de militaire missie in Uruzgan. En toch lijdt de ChristenUnie daar niet onder, de partij die juist zo trots was op de coalitie. „Over de val van het kabinet is de laatste weken eindeloos veel geschreven”, zegt Rouvoet. „Maar één ding is duidelijk: de val wordt ons niet verweten.”

In de peilingen staat de partij zelfs al drie jaar op winst. Rouvoet, vicepremier, demissionair minister van Onderwijs en Jeugd en Gezin, benadrukt hoe bijzonder dat is. „Politicologen noemen dit uniek; de kleinste coalitiepartner die met winst uit de regeringsperiode komt. Dat zegt wel wat.”

Wát zegt dat dan?

„Dat wij concrete en zichtbare resultaten hebben geboekt. We hadden in 2006 drie speerpunten: jeugd en gezin, duurzaamheid en opkomen voor kwetsbaren in de meest brede zin van het woord. Daarin hebben we veel bereikt.”

Kunt u iets concreter zijn?

„Oké, een voorbeeld. Over het kindgebonden budget is tien jaar gesproken. Toch is het nu pas gerealiseerd, en dat terwijl wij de enige waren die het wilden. Dat is dus een herkenbaar ChristenUnie-standpunt. En neem het generaal pardon voor asielzoekers. Dat was er niet gekomen zonder ons. Vergeet niet, toen het coalitieakkoord net was getekend, schreven alle kranten: het draagt het stempel van de ChristenUnie. Vooral van de ChristenUnie. Dat was ook zo.”

Toch was er ook forse kritiek op uw bewindslieden. Eimert van Middelkoop deed onhandige uitspraken in de media, Tineke Huizinga worstelde met de taxi’s en de ov-chipkaart.

„Tineke had wegens die dossiers een moeilijke start, toegegeven. Maar hoor je nu nog iemand over die taxi’s? Nee, omdat ze het heeft opgelost. Ook heeft ze gezorgd voor de komst van een Deltafonds, waar CDA en PvdA aanvankelijk absoluut geen zin in hadden. En ja, Eimert heeft het zwaar gehad. Maar laten we eerlijk zijn: in het dossier-Afghanistan deden meer bewindslieden voorbarige uitspraken. Als kleine coalitiepartner ben je kwetsbaar. Alleen Eimert en ik zaten in de ministerraad, terwijl PvdA en CDA daar een hele club bewindslieden hadden.”

En toch die voorspelde winst bij de komende verkiezingen?

„Omdat we zichtbaar waren en niet alleen op beleidsterreinen waar mensen onze partij altijd mee associëren, zoals medisch-ethische kwesties en de Winkeltijdenwet. We hebben op landelijk niveau laten zien wat wijzélf allang wisten: dat bestuursverantwoordelijkheid in onze genen zit. We zijn een verantwoordelijke regeringspartij. Terwijl Nederland aanvankelijk dacht: als dit kabinet het niet haalt, dan komt dat omdat de ChristenUnie het niet aankan. Omdat ze niet weten hoe het is om compromissen te sluiten. Maar die veronderstelling bleek onjuist.”

Een betrouwbare regeringspartner zijn was dus van groter belang dan het halen van resultaten?

„Dat zeg ik niet. Het gaat in de politiek om het voor elkaar krijgen van kwesties die je aan het hart gaan. Tegelijk is het zo dat kiezers nu geen keuze meer hoeven maken tussen macht of principes. Wij bieden beide. Je kunt voor je christelijke principes stemmen zonder angst dat je stem verloren gaat.

„Laten we eerlijk zijn: regeringsdeelname voor de ChristenUnie leek lange tijd een utopie, een exotisch avontuur. Voor de samenleving, maar ook voor onze eigen achterban. Dat is nu voorbij. Politicologen zeggen dat wij tien tot vijftien zetels kunnen halen.”

Scheidend SGP-fractievoorzitter Van der Vlies gaf u op het tienjarig jubileum van de ChristenUnie een fles wijn, met de tip die niet met te veel water aan te lengen; een hint wat regeringsmacht volgens hem met uw partij heeft gedaan.

„Bij regeringsdeelname moet je niet altijd de nadruk leggen op wat niet mogelijk is. In 2006 zei ik ook tegen de eigen achterban: draai het eens om. Stel, je kunt een deel van je programma realiseren en je doet het níét? Dat is pas onverantwoordelijk. Maar we regeren niet tegen iedere prijs. Een nieuw kabinet met ons erin zal niet alles weggeven wat wij hebben bereikt. Neem ontwikkelingshulp. Daarop bezuinigen lijkt nu goed te liggen in de samenleving, maar wij peinzen er niet over. Omdat het direct ingaat tegen onze uitgangspunten. Juist in crisisdagen, is internationale solidariteit belangrijk.”

Toch sluit u zelfs de mogelijkheid niet uit met D66 te regeren, uw seculiere tegenhanger.

„Ik zie aanknopingspunten, zoals verhoging van de AOW-leeftijd en versobering van de hypotheekrenteaftrek. Maar een coalitie met D66 ligt niet voor de hand. Ze hebben financieel-economisch een behoorlijk rechts programma, op medisch-ethisch terrein liggen we ver uit elkaar. Dat geldt ook voor drugsbeleid, bestuurlijke vernieuwing, Europa, noem maar op. D66 maakt principieel andere keuzes dan wij. Zij gaan ervan uit dat de wereld bevolkt wordt door louter autonoom opererende individuen, terwijl mensen leven in relaties, in gezinnen. Als je ziet wat zij allemaal willen, van het afschaffen van gratis schoolboeken tot flinke ingrepen in de kinderbijslag en het kindgebonden budget, dan zie je dat ze een forse lastenverzwaring voor gezinnen voorstaan.”

Welke coalitie wilt u wel?

„Verder gaan met PvdA en CDA zou voor ons de natuurlijke weg zijn. Maar ik ben teleurgesteld hoe het CDA openlijk inzet op een kabinet met de VVD. Zelfs de aftrap van hun verkiezingscampagne deden ze samen. Nogal klef.”

Bent u verbaasd over die keuze van het CDA voor de VVD?

„Het verraste me niet. De laatste jaren hebben wel bewezen dat het sociaal-economische hart van het CDA rechts klopt. Dat blijkt ook uit het verkiezingsprogramma. Niets doen aan de hypotheekrenteaftrek, gedraai rond de kilometerheffing, snijden in de sociale zekerheid. Bovendien kwam de omslag wel erg snel, wat de vraag oproept of Jan Peter Balkenende, de persoon, de lijsttrekker, maar ook de demissionair minister-president, zich de missie van onze christelijk-sociale coalitie van de afgelopen drie jaar wel echt eigen heeft gemaakt. Was het zijn missie of was het hem opgedrongen, en had hij eigenlijk niet altijd heimwee naar zijn tijd met de VVD?”

Toen Balkenende de stemwijzer invulde, bleek de VVD zijn tweede keus. En niet de ChristenUnie.

„Het kabinet valt, het CDA schrijft een nieuw verkiezingsprogramma, en direct eindigt de VVD als tweede, de PvdA onderaan en ook de ChristenUnie kwam niet erg hoog. Dat bevestigt mijn conclusie dat de neiging om met de VVD te regeren veel groter is dan met PvdA of ChristenUnie. Het CDA komt bij mij ook niet als tweede uit de stemwijzer. Veel lager. En zelfs als ik extra gewicht toeken aan kwesties die vaak als typisch christelijk worden beschouwd, komt het CDA niet dichterbij. Dat zegt ook iets over die partij: abortus komt niet meer voor in het CDA-programma, de paragraaf over euthanasie is oppervlakkig.”

Bij u kwam de PvdA als tweede uit de stemwijzer. Vijfentwintig jaar geleden hadden de partijen die later opgingen in de ChristenUnie nog het predikaat ‘klein rechts’.

„Dat is waar. Maar dat lag niet zozeer aan ons, als wel aan onze omgeving. Het waren de nadagen van PvdA-leider Den Uyl, waarin overspannen verwachtingen bestonden over de rol van de overheid. Onze voorgangers RPF en GPV onderstreepten dat er ook nog zoiets als eigen verantwoordelijkheid bestaat. Later is dat in kabinetten met VVD en CDA dik aangezet. Het kreeg een kille, liberale invulling, die mij als christelijk-sociaal politicus niet aanstond. En onze partij ook niet.”

De ChristenUnie is wel sociaal?

„Christelijke politiek is per definitie sociaal. Wij komen op voor de kwetsbaren in de samenleving. Dat hebben we altijd gedaan, maar we kregen dat niet goed over het voetlicht. In het verleden maakten wij vaak mee dat wij pas aan de beurt kwamen, ook bij verkiezingen, als de debatten over de grote sociaal-economische kwesties al met de grote partijen waren gevoerd. Ons werd alleen gevraagd naar medisch-ethische standpunten. Dan kregen wij weer het verwijt: jullie praten alleen over abortus en euthanasie. Maar die christelijk-sociale visie hoorde altijd al bij ons. Door de regeringsdeelname heeft iedereen dat gezien.”