Azië doet toch niet helemaal mee

Toch gek. Azië is in opmars, op alle fronten. Maar kijk naar de top-1000 van best bezochte films van de afgelopen tien jaar, dan ontbreken Aziatische films. Wong Kar Wai, Zhang Yimou, Park Chan Wook: het zal best. Bottom line: maar één min of meer Aziatische film in die top-1000: Crouching Tiger, Hidden Dragon. Op plaats 580.

In het filmhuis doen Aziatische films mee, als middenmoters. Neem het prachtige Japanse gezinsdrama Tokyo Sonata: zevenduizend bezoekers. Leuk, zegt distributeur Cinéart, maar het Spaanse Yo, también haalt dat in een week. Aziatische genrefilms vallen helemaal in een zwart gat. Vorig jaar ging er maar één in roulatie: de bloedstollende Koreaanse thriller The Chaser: 3.300 bezoekers.

Een dapper besluit dus van het Aziatische filmfestival Cinemasia in het Amsterdamse Ketelhuis om de bakens te verzetten richting genrefilm. Het festival opende gisteravond met Hong Kong-thriller Dream Home, waarin een jongedame seriemoord niet schuwt om een appartement met uitzicht op zee te bemachtigen. In 1993 begonnen als Queer & Asian, breidde Cinemasia zijn aanbod aan homo- en lesbische films aanvankelijk vooral uit richting arthouse. Maar die films, aldus organisator Doris Yeung, vinden hun weg ook via andere festivals – Rotterdam voorop – en filmhuizen. „Wat ontbreekt, is commerciële Aziatische film, popcultuur.”

Een opvallende lacune, ook omdat in de genrefilm wereldwijd het gros van de stilistische innovaties al heel lang uit Azië komt. Manga en anime, ‘martial arts’, actie aan koorden. Samoeraizwaarden. ‘Heroïsch bloedvergieten’ uit Hong Kong. J- en K-horror met bleke, sinistere emospoken. Het vindt zijn weg naar Hollywood en Europa, via remakes of gerecycled door bewonderaars. We prefereren de kopie boven het origineel.

Doris Yeung houdt het op distributiepatronen. Voor Aziatische arthouse bestaat een geolied wereldwijd circuit, voor genrefilms niet. Een ander obstakel is wellicht het ‘cross-racial recognition deficit’, ofwel het ‘ze lijken allemaal op elkaar’-syndroom. Ons brein werkt inherent racistisch: het codeert gezichten naar een paar opvallende trekken. Het blanke brein neemt vanzelfsprekend aan dat een acteur blank is: dan gaat hij op zoek naar flaporen, moedervlek, kuiltje in de kin. Ziet hij een Aziatische acteur, dan neemt hij lui genoegen met ongewone huidskleur en oogvorm. Ziet datzelfde brein een film met louter Aziatische acteurs? Verwarrend, alsof iedereen dezelfde pruik en bril draagt. Het schijnt een kwestie van blootstelling te zijn. Wie een maand in Japan woont, gaat individuen beter onderscheiden. En ook van concentratie: wie zijn best doet, ziet de verschillen. Tot die moeite is een filmhuispubliek bereid, maar de Pathé-bezoeker?

Doris Yeung hoopt met deze editie van Cinemasia een steentje bij te dragen aan de gewenning. Veel programmeren, dan volgt acceptatie. „Iemand uit een Brabants dorp vindt dat alle zwarte mensen op elkaar lijken. Woon je in de Bijlmer, dan ligt dat toch anders.”