Alles is nu partijretoriek

Verantwoordingsdag gaat over wat het kabinet heeft bereikt sinds Prinsjesdag.

Maar het werd gisteren vooral een debat over de CPB-cijfers en de verkiezingen.

Wat zijn beloftes waard? Juist in verkiezingstijd is die vraag extra saillant. Dus had de tiende jaarlijkse Verantwoordingsdag een extra lading. Want terwijl de politieke partijen al weken leuren met plannen uit hun verkiezingsprogramma, vergaderden gisteren alle partijleiders over de voortgang die het kabinet boekte bij de 74 doelstellingen die het zichzelf heeft gesteld. Alleen Job Cohen (PvdA) was er niet bij.

Een belangrijke debat, meende Emile Roemer, die gisteren voor het eerst in de Kamer optrad als fractievoorzitter van de SP. „Verantwoording afleggen is de kern van de democratie”. Het ging daarom over de gebrekkige onderbouwing die ministeries hebben gegeven van hun uitgaven, over klimaatdoelstellingen die het kabinet bij lange na niet heeft gehaald en over de vraag of het opzetten van honderden centra voor Jeugd en Gezin heeft geholpen.

Maar daar ging het niet alléén over. Het besef leefde ook dat het om de verantwoording ging van een inmiddels incompleet, gevallen kabinet. Dat zette ieder woord in het licht van de komende verkiezingen. Het ging er niet om het kabinet te bewegen tot meer daadkracht of nieuwe beloftes, maar om afstand tot elkaar te creëren, helder en zichtbaar voor de buitenwereld. De politiek die gericht is op beleidsveranderingen was verbannen naar een belendend zaaltje, waar Kamerleden de demissionair minister van Defensie probeerden over te halen het hele JSF-straaljagerproject af te blazen. In de plenaire zaal voerden de politiek leiders politiek als theater.

De CPB-cijfers vormden daarbij rekwisieten in een verder bekend schouwspel. Zo vroeg Roemer aandacht voor armoede onder 350.000 kinderen, vond Geert Wilders (PVV) het „belachelijk” dat niemand ziet dat miljarden verloren gaan door „bakken vol immigranten”, betreurde Alexander Pechtold (D66) de gebrekkige vooruitgang in het onderwijs, wilde Rita Verdonk (Trots) een betere verantwoording van de rijksuitgaven en bewees Jan Peter Balkenende (CDA) opnieuw dat hij antwoorden razendsnel kan voorlezen.

In al deze verkiezingsretoriek viel op hoe zwaar virtuele zetels wegen. Niemand interrumpeerde Roemer of Thieme, terwijl bijna iedereen een poging deed Rutte uit zijn evenwicht te brengen. Zijn partij leidt in de peilingen. Moeilijk kreeg Rutte het niet, al duurde het even voor hij begreep waarom zijn partij het werknemerstekort in de zorg wil laten oplopen, ondanks dat de VVD daar extra geld voor wil uittrekken.

Niemand interrumpeerde Pieter van Geel. De CDA-fractievoorzitter, die doorgaans nogal fletse verhalen houdt, pakte in zijn laatste geplande optreden in de Kamer stevig uit. Alsof hij zijn collega’s één keer eens goed de waarheid wilde vertellen. Het is belangrijk, zei hij, om realistische doelstellingen te hebben. „Ambitieuze doelstellingen die niet gepaard gaan met serieuze strategische onderbouwing over hoe die te realiseren, zijn gevaarlijk.” Want ze ondermijnen het vertrouwen in de politiek.

En dat zei hij midden in de verkiezingscampagne, die tombola van hoop en beloftes. Het was duidelijk: in dit theater hoorde Van Geel niet meer thuis.

Dat kon je niet zeggen van zijn collega-fractievoorzitters. Wilders eindigde zijn bijdrage met de oproep: „Kies PVV”. Kees van der Staaij (SGP) met de even heldere imperatief: „Kies voor het leven.”

Vanaf morgen gaat de campagne verder buiten het gebouw van de Tweede Kamer.

Lees over de JSF op pagina 8 en 9