Zorgpersoneel wil cao zonder staken

Na de ambtenaren en de schoonmakers strijden nu ook werknemers in de zorg voor een betere cao. Tweehonderd van hen trapten gisteren de acties af.

„Ssst, we blijven wel netjes, jongens. Geen lawaai!” Op de smalle trappen van een congrescentrum aan de rand van Nieuwegein wachten tientallen werknemers uit de zorg gespannen tot ze de ruimte binnenmogen waar directeuren van zorginstellingen vergaderen over een nieuwe cao voor de 400.000 werknemers in de thuiszorg en verpleeg- en verzorgingstehuizen.

De verwachtingen zijn hooggespannen. Nu zowel de schoonmakers als de gemeenteambtenaren de afgelopen weken een loonsverhoging binnenhaalden, lijkt het ook voor het zorgpersoneel een kwestie van tijd voor ze hun zin krijgen. Met een groot verschil: waar de ambtenaren en schoonmakers hun werk neerlegden om hun eisen kracht bij te zetten, is staken voor werknemers in de zorg geen optie. „We kunnen onze cliënten nu eenmaal niet in de steek laten”, klinkt het uit verschillende monden. Wat wel kan is een milde variant: minimale zondagdiensten draaien, bijvoorbeeld. Of de urenadministraties niet bijhouden.

Getooid met knalroze hoofdbanden (‘Actie Nu!’) en witte vakbondshesjes betreedt een deel van de actievoerders even later verlegen lachend de vergaderzaal. Daar legt cao-onderhandelaar Wim van den Hoorn van vakbond AbvaKabo FNV hun eisen op tafel („Eisen, dus nog net geen ultimatum”): een loonsverhoging van 1,5 procent om de koopkracht op peil te houden, scholingsafspraken, vrijstelling van nachtdiensten voor 55-plussers en handhaving van de onregelmatigheidstoeslagen. „We draaien om elkaar heen”, zegt Van den Hoorn tegen de werkgevers in de zaal. „Dit is een laatste poging om eruit te komen, anders volgen hardere acties.”

De onderhandelingen voor nieuwe arbeidsvoorwaarden liepen begin vorige maand stuk op het eindbod van de werkgevers, verenigd in werkgeversorganisatie Actiz. Zij hielden vast aan de nullijn, waarop de vakbonden de onderhandelingen staakten en de achterban mobiliseerden voor „een reeks van protestacties”.

Gistermiddag vond de aftrap plaats. Door een haag van ongeveer tweehonderd joelende en klappende werknemers banen directeuren van zorginstellingen zich een weg naar de ingang van het congrescentrum. Sommigen lachend, anderen gehaast en zichtbaar geïrriteerd. „Daar gaan de tweetonners”, roept een van de actievoerders. Het is een kreet die het gevoel van veel werknemers in de zorg verwoordt: terwijl zij moeten knokken om een loonsverhoging van 1,5 procent, hebben de managers en directeuren een salaris dat in sommige gevallen ver boven de Balkenende-norm ligt.

„De meeste managers weten niet eens wat ons werk inhoudt”, zegt verzorgende Atte Houtsma (57). „Ze hebben geen benul van de zorg, verdienen veel geld, maar geven ons geen cent extra. Dat leidt tot veel kwaadheid.”

Oudgediende in de thuiszorg Ria Roques (60) wil voor een keertje best de nullijn accepteren. Maar, zegt ze, wijzend op een van de directeuren, „ík raak mijn ouderendagen kwijt en zíj gaan er op vooruit. Dat klopt niet.”

Jaap Knoppert, van Actiz, kan zich „dat gevoel” wel voorstellen, maar noemt het „niet helemaal terecht”. „Uit mijn hoofd: het gemiddelde salaris van zorgdirecteuren ligt rond de 120.000 euro. De salarissen die daar ver bovenuit schieten, bepalen het beeld. Dat is heel jammer.”

Voor Gerda Boer (33), die 14 jaar als verzorgende in de thuiszorg werkt, zijn de directiesalarissen niet het grootste probleem. Zij staat hier om de toekomst van haar vak veilig te stellen. „Er móet gewoon een betere cao komen, anders is er straks niemand meer om dit werk te doen”, zegt ze.

Boer is met haar 33 jaar een van de weinige jongeren in de zorg. De branche vergrijst snel. Binnen nu en een paar jaar zijn duizenden nieuwe mensen nodig. Maar de zorg is niet aantrekkelijk. Dat werd deze week weer eens duidelijk door een enquête van zorgverzekeraar Menzis onder ruim 4.000 werknemers in de zorg. De helft van hen klaagt over het gebrek aan geld en tijd en denkt serieus na over een baan buiten de zorg.

„Jongeren kiezen niet meer voor dit vak”, zegt Wim van den Hoorn van AbvaKabo. „En een slechte cao kan mensen binnen de zorg net het zetje geven om over te stappen naar een andere branche.” Terwijl de laatste werknemers het congrescentrum verlaten, kijkt hij tevreden om zich heen. „Het ging goed, de opkomst was hoger dan ik had verwacht. Ik denk dat we snel weer verder kunnen praten met de werkgevers.”

Godfried Verkerk, onderhandelaar namens de werkgevers, is hoopvol. „Eén ding is zeker: er komt altijd een cao.”

„Ja, maar wij willen een goede cao”, lacht Van den Hoorn.