Zing in het Fries, dan giet it in stik better

De eindexamens zijn deze week begonnen. NRC- redacteuren maken hun ‘slechtste’ vak opnieuw. Vanochtend was dat Fries (vmbo).

„Do kinst it”, mailde Anna Marije Bloem me, in aanloop naar het Friese vmbo-examen van vanochtend. Bloem is leraar Fries aan de christelijke scholengemeenschap Bogerman en geeft les aan twee vmbo-examenklassen, op locaties in Wommels en Koudum.

Sympathiek, want ik kin it helemaal niet, al ben ik geboren en getogen in Friesland. Ik spreek alleen een bytsje stadsfries, uit Leeuwarden. Vriendinnen die Friestalig zijn opgevoed, lachen besmuikt als ik Fries probeer te spreken, en na jaren Randstad is inmiddels ook de kenmerkende rollende ‘r’ grotendeels verdwenen.

Maar goed, dit examen zou te doen moeten zijn. Thuis stond de radio standaard op Omrop Fryslân afgestemd en op de middelbare school was Fries de eerste twee jaar verplicht. Examen heb ik niet gedaan, om de doodeenvoudige en puberale reden dat Fries onder leerlingen op onze school geen cool vak was. Als ik het me goed herinner deed één leerlinge uit onze klas examen in de Friese taal, en nee, cool was zij geloof ik niet.

Als je de cijfers er nu op naslaat, lijkt er wat dat betreft weinig veranderd: in totaal kozen dit jaar 58 leerlingen Fries als examenvak. Vanochtend bogen zich 29 vmbo-leerlingen over de Friese examenopgaven. Daarnaast doen nog veertien havo- en vijftien vwo-leerlingen examen. Zij zijn maandag 31 mei aan de beurt.

Op de school van leraar Anna Marije Bloem is het aantal leerlingen dat Fries heeft gekozen als bijvak, of in plaats van Frans, de laatste jaren juist gestegen. Haar missie is om Fries van zijn „boerige en stoffige imago af te helpen”. En dat lukt haar al aardig, zegt ze: deden vorig jaar op elke vestiging nog maar één of twee leerlingen examen, nu doen er in totaal twaalf leerlingen van het Bogerman examen.

Bloem wil Fries weer hip maken, en die boodschap lijken haar leerlingen op te pikken. Ze vinden het stoer dat zíj Fries kunnen schrijven, zegt Bloem: „Mijn leerlingen zijn elkaar in het Fries gaan krabbelen op netwerksite Hyves, en sms’en doen ze tegenwoordig ook in het Fries. Ze zeiden: gek eigenlijk, dat we onderling in onze moedertaal Fries praten, maar in het Nederlands sms’en.” Bloem heeft zelfs een paar leerlingen die van huis uit Nederlands spreken, maar toch Fries in hun vakkenpakket kozen. Juist omdat het Fries schrijven door de nieuwe media weer lijkt aan te slaan onder jongeren, vindt Bloem het jammer dat het examen van vandaag alleen op tekstbegrip is gericht, en niet ook op grammatica of de eigen kennis van het Fries. De toets bestaat uit drie teksten met in totaal 48 vragen, verdeeld over open vragen en meerkeuzevragen.

De onderwerpen zijn goed gekozen, zegt Anna Marije Bloem na afloop. De teksten over de Friese zangeres Gezina van der Zwaag, over een ‘drakenman’ uit Drachten en een blinde student, spraken de leerlingen aan. Ook waren de teksten niet al te moeilijk – en hardop voorlezen helpt vaak. ‘As ik my eefkes net sa lekker fiel, begjin ik te sjongen, dan giet it daliks in stik better’ – daaruit begrijpt een Nederlander die het Fries niet machtig is, ook nog wel dat de Friese zangeres zich beter gaat voelen door te zingen.

Al zaten er ook typisch Friese woorden en zinnen in, waarvoor ook leerlingen van Bloem het woordenboek erbij moesten pakken: ‘Stadichoan krije de slomjende ambysjes stal’, is zo’n voorbeeld: langzaam maar zeker kregen de sluimerende ambities vorm.

De vragen over de teksten zijn vergelijkbaar met tekstverklarende vragen bij Nederlandse teksten en draaien dus vooral om inzicht. Voor mij daarom gelukkig te doen. Al moet ik bij de vraag wat het hoofddoel is van het verhaal over de blinde student, wel bij twee van de vier antwoorden gokken wat de woorden betekenen: Ynformearje kan ik raden, net als oertsjûgje. Maar, oantrúnje? Dat betekent aansporen. En verdivedearje is vermaken. „Mooi woord hè”, lacht Bloem, „al hoop ik dat de kinderen óók weten wat het betekent”.

Examenopgaven en reacties op nrc.nl/onderwijs