'We hebben gedaan wat niemand durft'

Vakbondsleider Andy Stern haalde de vakbeweging in de VS uit een dal. Gisteren zette hij zijn concept van organizing uiteen bij het congres van de AbvaKabo.

Heeft de Amerikaanse vakbondsleider Andy Stern het geheime wapen voor zijn Nederlandse kameraden op zak om jonge mensen naar de bond te lokken? „Ik voel me net als Johnny Appleseed’’, zegt Stern. Deze Amerikaanse bomenkweker introduceerde lang geleden in de staat Ohio appelbomen door overal zaden te strooien. Sterns zaadjes heten: organizing.

De vakbondsman, vijftien jaar lang de leider van de grootste Amerikaanse vakbond in de publieke sector (SEIU), was gisteren de sterspreker op het Bondscongres van AbvaKabo FNV in Rotterdam. De grootste ambtenarenbond houdt een tweedaags congres om over de koers te praten en om een nieuw bestuur te kiezen.

Dat spant er om, want de top van de AbvaKabo onder leiding van Edith Snoey ligt onder vuur. Er is een hevige machtsstrijd ontbrand waarbij ontevreden kaderleden een compleet nieuw bestuur in de race hebben gestuurd dat bij de verkiezingen vanmiddag de zittende top van de troon wil stoten.

‘Strijdbaar’ en ‘keiharde belangenbehartiging’ zijn leuzen van de tegenkandidaten. Ook het huidige bestuur is daar niet helemaal afkerig van en nodigde Stern uit ter inspiratie. Want Stern is de bedenker van organizing, een activistische methode uit de VS waarmee de schoonmakers in Nederland vorige maand bij hun stakingen succes boekten. FNV Bondgenoten is intussen bezig het aantal organizers fors uit te breiden.

Ook AbvaKabo heeft er oren naar. „Voor de Amerikaanse vakbeweging is organizing de strategie om te overleven’’, zegt Stern. Vorige week trad hij af als voorzitter van zijn bond om actief te worden in de commissie van president Obama die adviseert hoe het overheidstekort kan worden verlaagd.

Wat is zo bijzonder aan organizing?

Stern: „Voor onze bond is deze methode bittere noodzaak. In de jaren vijftig en zestig was ruim 30 procent van de werknemers lid van een bond. Dat is teruggevallen tot 12 procent. In de marktsector is nog maar 7 procent van de werknemers georganiseerd. Dus zeiden we ruim tien jaar geleden: we willen een bond die wint. Vakbonden worden niet sterker als ze steeds leden verliezen.

Toen hebben we onze focus verlegd van politiek en beleidswerk naar groei van het aantal leden. We zijn nu de snelst groeiende bond ter wereld. We hebben 2,2 miljoen leden. Vorig jaar kwamen er alleen al 90.000 nieuwe leden bij.”

Hoe gaat een organizer te werk?

„De bond moet in de vuurlinie liggen. Organizers gaan direct naar de werkvloer, naar de lopende band in de fabriek of de steigers op in de bouw. Daar staan ze naast de werknemers en horen ze direct wat iedereen dwars zit: te weinig salaris, de werkdruk. Dan kiezen we samen een doel waarop actie gevoerd wordt. In New York City vertegenwoordigen we nu elke schoonmaker: 60.000 mensen.’’

Wat leverden acties in New York op?

„Schoonmakers wilden een betere cao omdat ze tot de slechtst betaalde werknemers hoorden. Nu heeft een schoonmaker in New York een van de beter betaalde banen, met gemiddeld 40.000 euro per jaar.”

U gaat onconventioneel te werk. Wat gebeurt er behalve hard actievoeren?

„Organizers stappen ook direct naar de raad van bestuur en naar de aandeelhouders. We organiseren niet alleen de werknemers, maar ook de werkgevers. De power of persuasion, noem ik dat. We doen een moreel appèl op hen als mensen worden onderbetaald.

„Zo bleek bijvoorbeeld dat het Afrikaanse personeel van een groot Brits-Deens beveiligingsbedrijf tijdens overuren sterk onderbetaald werd. Toen we dat tegen aandeelhouders op hun vergadering zeiden, waren ze ontzet. Daar willen ze niet aan meewerken. Ze hebben er direct voor gezorgd dat de leiding van het bedrijf de normale hogere tarieven voor overwerk ging betalen.”

Trekt deze methode niet de meer radicale vakbondsleden aan?

„Dat hoeft niet. Het gaat erom waarop je mensen organiseert. Als je acties rondom de kwaliteit van het werk organiseert, stappen andere werknemers naar voren die mee willen doen. Het vereist van de organizers veel tijd en energie die in de werknemers op de werkvloer moet worden gestoken. Het gaat er tenslotte om vertrouwen te winnen van mensen die nog niet lid zijn van een bond.”

Is deze methode niet te kostbaar? Veel bonden moeten al inkrimpen omdat ze leden verliezen?

„We hebben iets gedaan wat bijna niemand durft: verhoging van de contributie. Dat heeft ons de laatste tien jaar 1 miljard dollar opgeleverd. Onze leden betalen dat omdat ze er iets voor terugkrijgen.

„Als de vakbeweging in dit tijdperk van globalisering niet in staat is zichzelf te veranderen, dan wordt ze door de veranderingen zelf platgewalst. Veel bonden verliezen aanhang. Ook in Nederland is de organisatiegraad in 50 jaar gehalveerd naar 20 procent.”

Wat is de oorzaak hiervan?

„Natuurlijk speelt de tijdgeest een rol. Door de toenemende individualisering willen mensen zich niet organiseren. Maar het ligt ook aan de vakbondsleiders. Velen zijn niet in staat om mensen te enthousiasmeren. De publieke sector in Amerika is gepolitiseerd. Vakbondsmensen gedragen zich als werkgevers. Ze zijn te veel bezig met politiek en verliezen de behoeften van werknemers uit het oog.

„Ook moet de vakbeweging nieuwe werknemers zien te bereiken die in heel andere sectoren van de economie werken. De meeste bonden zitten in industriële bedrijfstakken. In nieuwe sectoren – in de diensten, in de software – zijn ze nauwelijks present.

„Maar ook daar willen mensen betere arbeidsvoorwaarden. De globalisering leidt in veel landen tot stagnatie van lonen. De kloof tussen armen en rijk wordt groter. Mijn boodschap is simpel: Werknemers in de wereld, verenigt u.”