Voor een zwangere vriendin

Vroeger werd je in Italiaanse restaurants nogal eens bediend door van die O sole mio-obers. Van die besnorde types, die veel te hard Ciao bella signorina riepen als je binnenkwam en je vervolgens luid zingend uit je jas hielpen. Gisteravond, uit eten met hoogzwangere vriendin T, stuitten wij op een geheel nieuw type in de bediening. Het model ‘ik ben niet de ober; ik ben je beste vriend’. Iets minder luidruchtig misschien, maar minstens zo opdringerig.

Toen hij de menukaart kwam brengen, zakte hij door de knieën, leunde met zijn ellenbogen op tafel en vroeg aan mijn tafelgenote: „Hoe lang moet je nog? Laatste loodjes zeker?” Gelukkig werd onze kameraad weggeroepen voor hij over onderwaterbevallingen en kraammatrassen kon beginnen.

Even later bracht hij de antipasti del giorno die vriendin had besteld. Fijntjes wees hij de gerechten aan: „Dit mag je niet hebben want daar zit rauwmelkse kaas in, dat is gerookte zalm die vacuüm verpakt is geweest – dan komt er een bepaalde stof vrij die slecht is voor zwangere vrouwen – en tja die vitello tonnato; dat kalfsvlees is natuurlijk nooit helemáál doorbakken dus ik zou het risico niet nemen als ik jou was.” De aangewezen gerechten besloegen driekwart van het bord. „Smakelijk eten” straalde hij en vertrok naar een andere tafel om daar wat klanten het leven zuur te maken.

Terwijl; tjonge jonge, zo moeilijk is het toch niet om iets te verzinnen dat wél aan de strenge hedendaagse eetnormen voor zwangere vrouwen voldoet. Leg bijvoorbeeld een crostini met stukjes ontvelde tomaat, kruiden en goeie olijfolie op zo’n bordje. Met een bergje gebakken champignonnetjes met veel peterselie en knoflook ernaast. Hoef je echt geen Italiaanse keukenprins voor te zijn. Of wat geroosterde paprika, nog zo’n ultrasimpel succesnummer. Paprika’s in vieren snijden, zaadlijsten verwijderen, met bolle kant naar boven in schaal leggen, olijfolie zout en peper erover en een klein uur in de oven laten stoven. Eigenlijk hoor je de velletjes te verwijderen, maar dat is een heel gepeuter en ze zijn ze ook heerlijk mét schilletje. Een boterham met geitenkaas knapt er ook enorm van op. En als je de oven toch een uur laat loeien, stoof dan meteen een bolletje knoflook mee en maak het doperwten/knoflookmengsel uit How to eat van de onvolprezen Nigella. Snij het topje van de knoflookbol af, zodat de puntjes van de tenen net bloot liggen. Beetje olijfolie erover en de bol verpakt in aluminiumfolie in de oven (ongeveer 200 graden) zetten. Kook de (diepvries-)doperwten een minuut of tien. Maal ze fijn in de keukenmachine, roer er boter en Parmezaanse kaas door en de fijngeprakte knoflooktenen, die zich na een uurtje stoven makkelijk uit hun velletjes laten drukken. Zout en peper naar smaak. Flinke klodder op een gebakken stokbroodje leggen en eventueel garneren met een blaadje munt of een uitgebakken reepje pancetta.

„Nou, zet ’m op hè meid”, zei onze nieuwe hartsvriend toen we weer vertrokken. „Gewoon om een ruggenprik vragen hoor, als je het niet meer trekt.”

Vriendin en ik waren het erover eens: dan nog liever zo’n O Sole mio-type.