Status: zwevende kiezer

De kunstenaar van het teveel is dus iemand met zoveel bagage, levenservaring en wilde drang dat hij maar hoeft te kiezen om tot een kunstwerk te komen. Hij schift en plukt en zijn reservoir blijft even gevuld. Hij is continu zwanger en zijn enige redding lijkt verminderen en beperken.

De kunstenaar van het tekort is vertrouwd met de blanco pagina en het beginpunt. Hij moet bijeenschrapen en ophoesten. Hij is een kluizenaar en een vegetariër en alleen door stukje bij stukje te leggen komt er iets tot stand. Regel na regel ontstaat er leven en met dat moeizame leven wordt de ervaring geveinsd.

Ik noemde Mondriaan een schilder van het tekort. Omdat hij een purist was, een soort artistieke geheelonthouder. Voor hetzelfde geld had ik hem een schilder van het teveel kunnen noemen. Hij was toch op verminderen uit? Zacht is winst, roept de dirigent het Urker Mannenkoor toe. Minder is meer en bijna niks is het meest, riepen de kunstideologen tot de schilders die zeker wisten dat ze een nieuw tijdperk aan het inluiden waren.

De mondriaanachtigen waren zelden lachebekjes.

Ze vonden niet alleen dat ze een nieuw tijdperk inluidden, ze beschouwden zich ook als het station waarvan geen terugkeer mogelijk was. Het volmaakte slotakkoord. De nieuwe wereld was een feit, een gestold feit.

De kunstgeschiedenis wil graag van a naar b, in een almaar stijgende curve, de kunst zelf loopt gelukkig rondjes. Na Hans Faverey met zijn porseleinen asperges komt Ilja Leonard Pfeijffer met zijn vette zwezeriken. In de schilderkunst idem dito.

Je hebt kunstenaars met een grote, bruisende kookpot waar ze continu een volle schep uit oplepelen, met veel druppels die er naast spatten, en je hebt kunstenaars die een afgemeten zakje in de theepot hangen en daar eindeloos lang naar blijven koekeloeren. Ze maken deel uit van hetzelfde circus.

Het is moeilijk kiezen. De kunstdeskundigen willen dat je kiest. Wie te veel doet, wekt jaloezie. Wie naar afwezigheid streeft, laadt de verdenking op zich van zuinigheid.

Zo houden de kunstdeskundigen zichzelf en elkaar bezig. Maar waarom zou het publiek – de kijker, de lezer – moeten kiezen? Wees hoerig, wees een spring-in-’t-veld. Solidariteit is een onding in de kunst.

Soms houd ik van Mondriaan. Hij barst van de energie en ik word er hitsig van. Een andere keer verlang ik naar stilte en veel wit. Dan voel ik me zielsgelukkig in een rariteitenkabinet.