Sensuele strips over de mannenliefde

In Nederland groeit de mangascene. Leden van ‘dojinshi circles’ proberen hun werk onder aandacht van uitgevers te krijgen.

„Mannen die met mannen vrijen. Vrouwen hebben die fantasieën. Misschien is het hier nog niet zo in strips doorgedrongen, maar in Japan is het onder vrouwen een populair subgenre van de manga.”

Striptekenaar Marissa Delbressine (27) begon ruim vijf jaar geleden haar eigen groep van verwante tekenaars om zelf zulke sensuele strips te kunnen maken. Haar groep, een zogeheten ‘dojinshi circle’, heet Openminded en bestaat inmiddels uit zo’n vijftien vrouwen. De term porno voor hun werk vindt ze te beladen. „Het lijkt eerder op boeketreeks achtige, ontluikende liefdes. Het genre heet Boys’ Love, voor vrouwelijke lezers die ongegeneerd naar mooie mannen willen kijken. Het wordt nu wereldwijd ontdekt en er is ook een zachtere variant, die romantischer is, en de daad niet afbeeldt.”

Het subgenre laat zien hoe breed het spectrum van de manga is. Manga betekent strip in het Japans en de diversiteit is niet minder dan bij film: van actie en romantiek tot documentaire en geschiedenis. Ook in Nederland worden de Japanse strips steeds meer gelezen nu er sinds enkele jaren veel wordt vertaald. Stripwinkels hebben aparte mangakasten.

Daarnaast zijn er de amateuruitgaves van de circles, die hun zelf getekende en gedrukte werk verkopen op de mangaconventies. Komend weekend is de grootste van het jaar, de Animecon, waar ruim vijftienhonderd fans worden verwacht. „Manga lezen is een intense beleving”, zegt Delbressine. „Westerse strips geven mij een toneelervaring. De ervaring bij manga is eerder die van een game of film.” Delbressine houdt van manga vanwege de emotie die er vrijkomt, opgeroepen door de sterke sfeer en de eigenzinnige cameravoering: „De tekenaar laat zijn blik rondgaan tijdens een scène. Het is niet alleen maar van paneel naar paneel de beweging voortzetten. Er is tijd voor bedachtzaamheid.”

Dat zijn geen kenmerken van de gemiddelde manga. Die valt op door stijlkenmerken als figuren met grote ogen, de dynamiek en de gering detaillering in de zwart-wittekeningen. Aimeé de Jongh (21), ook tekenaar, houdt juist van de snelheid van het medium. „Het is net film. Het tempo ligt hoog, en daarmee is het heel geschikt voor een generatie die is groot geworden met televisie.”

De Jongh en Delbressine zijn de meest succesvolle exponenten van de Nederlandse mangascene, die wordt gekleurd door een tiental dojinshi circles. Deze clubjes liefhebbers, vaak studenten animatie of illustratie dan wel animatoren en illustratoren die het naast hun werk doen. Elke groep brengt fraaie pockets uit met eigen werk. Delbressine: „De circles creëren hun eigen markt. Er is voor manga geen infrastructuur in Nederland. Als tekenaar had je geen podium. Dus doen we het zelf.”

De circles zijn een fenomeen dat is overgewaaid uit Japan. Ze begonnen als fanclubs die striphelden natekenden en parodiëren. De beroemdste circle is Clamp, gevormd in de jaren tachtig. Deze vrouwengroep werkte steeds professioneler. Ze maakten bijvoorbeeld Cardcaptor Sakura, een serie die in Nederland ook op tv was te zien. Clamp is het grote voorbeeld voor dojinshi circles wereldwijd. Ook in Nederland, waar de leden van de circles hopen dat hun werk de aandacht van uitgevers trekt. Delbressine: „Iedereen droomt van zo’n doorbraak.”

De Jongh, al zes jaar lid van de circle CheeseCake! Studio, had in 2006 de primeur met haar boekje Aimée TV, een strip waarin haar personage een tv-programma presenteerde dat elke aflevering een element van manga uitlegde voor de leek.

Voor Delbressine is het bijna zo ver. Van het Fonds BKVB kreeg ze vorig jaar bijna 25.000 euro subsidie toegekend voor een driedelige mangastrip, Itshou. Zij tekent, en twee ervaren tekstschrijvers werken haar concept uit.

„Ik kreeg het idee voor Itshou toen ik in Brussel stage liep en verdrietig in de metro zat, omdat mijn vriend het had uitgemaakt. Dat overkomt Itshou ook. Zij leeft in een perfectionistische wereld waar je leven gedoemd is zonder hoge opleiding. Itshou zakt voor haar examen. Haar verloofde maakt het daarop uit. In één klap is ze alles kwijt. Ze zit in de metro als er een aanslag wordt gepleegd en zo komt ze terecht in een gemeenschap van tunnelmensen.”

Belangrijk wordt het spirituele aspect, zegt ze. „Itshou wordt gevonden door een blinde ziener, die haar wijsheden bijbrengt. De echte kennis van de wereld bevindt zich diep onder de grond.”

Probleem is dat de beoogde uitgever failliet is, maar Delbressine heeft een „goed gevoel” over haar kansen bij andere uitgevers. „Mijn boek wordt een cross-over tussen manga en graphic novel en dat is uniek voor Nederland. Er is hier niets eigens op het gebied van manga. Bovendien wordt mijn boek een werk van een nieuwe generatie tekenaars, met een frisse kijk op wat strips zijn.”

De leeftijd van de bezoekers noemt zij ook het grote verschil tussen Animecon en een traditioneel festival als de Stripdagen in Haarlem. „In Haarlem komen vooral veertigplussers. Dat zijn verzamelaars, op zoek naar die ene druk. Bij Animecon is iedereen tussen de veertien en dertig. Veel bezoekers doen aan cosplay: ze verkleden zich als een manga- of computerspelpersonage, van Dragonball Z tot tetris-blokje. ” Mangatekenaar De Jongh: „De circles hebben een grote schare fans. De manga die wij zelf uitbrengen, wordt goed verkocht op dit soort beurzen. Soms wel honderd op een dag. Dat zijn aantallen waar gewone striptekenaars alleen van kunnen dromen. Als die signeren op een stripfestival verkopen ze misschien vijf albums.”

Van Delbressine wordt er ook manga in Duitsland op de markt gebracht. „Voor jonge meisjes, een romantisch schooldrama, over knappe jongens.” Haar projecten leggen druk op het liefdewerk voor haar dojinshi circle. „Ik moet kiezen. En ik wil graag een mooi boek maken. Als twaalfjarige moest ik huilen bij de strip Elfquest. Dat is toch prachtig: dat een strip je zo raakt en in je hoofd blijft spoken. Dat wil ik ook bereiken.”

Animecon. Vrijdag 21 t/m zondag 23 mei, Almelo. Inl: animecon.nl