Oedipus of Narcissus

Het cliché wil dat de moderne maatschappij steeds maar verder individualiseert en atomiseert. De oude fysieke gemeenschappen, van buurthuis tot politieke partij, kwijnen weg. In de plaats daarvan groeien virtuele sociale netwerken als kool. Facebook heeft al 425 miljoen gebruikers geregistreerd, MySpace 100 miljoen. LinkedIn claimt 65 miljoen accounts, Hyves zegt 9 miljoen leden te hebben. En dan zijn er nog Live Journal en Twitter, waarop nagenoeg alle Nederlandse politici inmiddels hun ideetjes ter grootte van 140 tekens aan de volgende kiezers kond doen.

„De privatisering van het menselijk bestaan”, noemt de Franse socioloog Alain Ehrenberg, auteur van een studie naar de geschiedenis van depressiviteit, de trend. Historicus Roger Cohen concludeerde onlangs dat Oedipus wordt verdreven door Narcissus. De pathologie is er niet minder om. „De oude vraag ‘wat mag ik doen’ maakt plaats voor de even bange vraag ‘wat kan ik doen’?” aldus Cohen. En dat lijkt op het anonieme internet ook vrij risicoloos te kunnen.

Al die honderden miljoenen mensen ‘delen’ op de sociale sites onbekommerd hun ervaringen, plannen en wat niet al. Het woord delen heeft zo een andere betekenis gekregen dan de rekenkundige. Wie op een sociaal netwerk manifest wordt, vermenigvuldigt eerder zijn ziel en zaligheid.

En dat is precies de reden waarom de sociale netwerken, van Facebook tot Hyves, commercieel floreren. De platforms zijn een ongekend marketinginstrument. Of de gebruikers hun dagboek nu uit narcisme aan de hele wereld openbaren of niet, wie iets te verkopen heeft weet dankzij de netwerken waar de klanten zitten. Vergeleken bij een goede analyse (datamining) van de ruim 400 miljoen mensen op Facebook is de bonuskaart van een supermarkt waardeloos.

Dat is een minder onschuldig vooruitzicht dan het lijkt. Ten eerste biedt het cyber-narcisme niet alleen commerciële kansen. Ook werkgevers kunnen datamining loslaten op het netwerk van een sollicitant. En overheden, zeker als die zich bedreigd voelen, kunnen via de netwerken inzicht krijgen in de politieke fantasieën en ambities van de burgers.

Ten tweede heeft de gebruiker geen finale controle over de gegevens die worden opgeslagen. Volgens Mark Zuckerberg, de net 26-jarige oprichter van Facebook, zijn de „ouderwetse opvattingen over privacy” een gepasseerd station.

De jongere generatie denkt daar inderdaad zo over. Bovendien, het staat iedereen vrij om zich al dan niet via internet bloot te geven. Maar daarmee is het laatste woord nog niet gezegd. Want iedereen die zich meldt, moet ook op zijn schreden kunnen terugkeren. En dat is bij Facebook en andere netwerken een stuk moeilijker. Registreren is een fluitje van een cent. Uitschrijven is een hoop werk. En dan nog is er geen garantie dat alle data ook werkelijk worden vernietigd.

Een Amerikaanse popgroep zong in de jaren zeventig, in de hoogtijdagen van de privacy, over een hotel in Californië dit: „You can check out any time you like, but you can never leave.” Dat is een reëel en vooral ingewikkeld gevaar.