Hallo Madrid? Hier Tokio

Verwarring aan het prijzenfront: komt er nu een periode aan van hoge inflatie, of juist een van deflatie? Met name in Duitsland is de angst groot dat de prijzen versneld zullen stijgen, omdat het monetaire beleid al sinds het begin van de kredietcrisis buitengewoon ruim is. Lage officiële rentes zijn gepaard gegaan met uitbundige geldschepping door de Europese Centrale Bank (ECB). Het besluit van de ECB van vorige week om ook nog staatsobligaties op te gaan kopen valt slecht – ook al is de 16,5 miljard die inmiddels is gekocht monetair gezien een druppel in de oceaan.

In Portugal, Ierland en Spanje is inmiddels sprake van lichte prijsdalingen. Ook daar zijn er zorgen. Net zoals inflatie de waarde van schulden uitholt, blaast deflatie deze juist op. Het probleem van het Zuiden wordt daardoor alleen maar erger. Maar in wezen zou noordelijke inflatie en zuidelijke deflatie wel kunnen helpen om de balans in de eurozone te herstellen.

Vanaf begin 1999, toen de euro werd ingevoerd, lopen de prijsstijgingen binnen de eurogroep sterk uiteen. In Duitsland bedroeg gemiddelde jaarlijkse prijsstijging tot en met 2008 – tot in de herfst het laatste goede economische jaar tot de kredietcrisis – 1,7 procent. In Finland was dat 1,8 procent, en in Frankrijk en Oostenrijk 1,9 procent. Dat is keurig binnen de definitie van ‘dichtbij, maar ten hoogste’ 2 procent die de ECB voor de inflatie hanteert. België deed het ook goed, met 2,2 procent. Nederland zit overigens, vooral met dank aan de inflatieverhogende belastingherziening in 2001, op 2,4 procent – evenveel als Italië.

Zet daar de gemiddelde prijsstijging in Portugal (2,9 procent), Spanje (3,2 procent), Griekenland (3,3 procent) en Ierland (3,4 procent) tegenover, en het huidige probleem van de eurozone tekent zich kraakhelder af. Duitsland werd gedurende tien jaar euro in totaal 20,6 procent duurder, Griekenland meer dan 38 procent.

Om de balans binnen de eurozone recht te trekken zal het zuiden een periode van prijsdalingen moeten doorstaan, het noorden een periode van forse inflatie, of beide een beetje. Maar ga een Duitser maar eens vertellen dat zijn inflatie bovengemiddeld omhoog moet voor het nut van het algemeen.

Dat geeft een probleem. Stel dat Duitsland de eerstvolgende vijf jaar geen inflatie wenst van meer dan 2 procent. Dan zullen de prijzen in Portugal elk van die vijf jaar met 0,3 procent moeten dalen om in 2015 op het Duitse prijspeil uit te komen. In Spanje en Ierland zullen de prijzen met 1 procent per jaar moeten dalen, en in Griekenland elk jaar met maar liefst 1,4 procent. Japanse toestanden, maar dan aan de randen van Europa.

Maarten Schinkel