'Euro onhoudbaar zonder politieke unie'

De eurocrisis toont dat het economische beleid van de eurolanden teveel uiteen loopt, zegt de Belgische econoom Paul De Grauwe. Daarom moet er ook politiek meer eenheid komen. „De kans is aanwezig dat de euro uiteenspat.”

De Belgische econoom Paul de Grauwe is altijd sceptisch geweest over de euro. Landen met één munt moeten ook hun economische beleid op elkaar afstemmen, schreef hij in 1992 al in Economics of Monetary Union. Zonder zo’n politieke unie kan er binnen de muntunie een economische kloof ontstaan die niet meer met een devaluatie kan worden gecorrigeerd. Dus komen er extreme spanningen binnen de unie.

„Ik ben verbaasd over de snelheid waarmee deze waarschuwingen nu uitkomen”, zegt De Grauwe, omringd door boeken en leeggedronken espressokopjes in zijn werkkamer aan de universiteit van Leuven. Hij is net klaar met de achtste editie van zijn boek dat intussen verplichte kost is op diverse Europese universiteiten. „Maar voor de rest is het probleem van de eurolanden exact zoals ik bijna twintig jaar geleden schreef: ze zijn jarenlang economisch hun eigen gang gegaan zonder zich iets van elkaar aan te trekken. Zo is er binnen de eurozone een gevaarlijke economische kloof ontstaan. Er is maar één ding dat de eurolanden nu kunnen doen: snel aan een politieke unie werken.”

De Europese Commissie heeft vorige week al een voorstel gedaan, morgen bespreekt een werkgroep van ministers onder leiding van EU-president Van Rompuy meer economische samenwerking. Is dat hoopgevend?

„Ja en nee. De politici begrijpen het, maar dat wil niet zeggen dat ze het ook gaan dóen. Het is simpel te bedenken maar moeilijk uit te voeren. Een politieke unie betekent soevereiniteitsoverdracht: eurolanden moeten elementen van hun nationale economische beleid gaan coördineren. Ze moeten bemoeienis van buitenaf accepteren over hun economische koers. In crisistijd is dat politiek moeilijk te verkopen. Kijk naar Duitsland: crises versterken nationalistische tendensen.”

Gaat het lukken?

„Ik ben sceptisch.”

De eurogroep stelde zich vorige week garant voor 500 miljard om elkaar overeind te houden. Zo’n crisismechanisme was voorheen toch ook onbespreekbaar?

„Wie had dat gedacht! Maar er was geen andere uitweg meer. Dit was het enige juiste antwoord op de uitdaging waarmee beleggers hen confronteerden: liquiditeit op de markt gooien en landen helpen die in betaalmoeilijkheden verkeren. Nu is dáár weer kritiek op, maar elk alternatief was slechter.”

Hebben beleggers een punt met hun aanval op de euro?

„Wat mij verbijstert, is allereerst dat analisten zoveel vertrouwen in de markt hebben. Waar ze het vandaan halen is mij een raadsel. Dezelfde kredietbeoordelaars die de bankencrisis in 2007 niet zagen aankomen omdat ze de risico’s van de schulden in het bankwezen categorisch hebben onderschat, die óverschatten nu de risico’s van de overheidsschuld.

„De oorsprong van de huidige crisis ligt in de buitensporige schuld bij de privésector, laten we dat even vaststellen. Overheden werden gedwongen om in te springen. Als een hete aardappel werd de schuld zo overgeheveld naar de publieke sector. Nu rekenen dezelfde kredietbureaus deze publieke sector af op die schuld.

„Ik begrijp niet waarom wij deze bureaus geloven als ze er vorige keer zó naast zaten. Ik begrijp ook niet wat de strategie is van de financiële sector. Zij dwingen overheden nu om die schulden veel te vroeg af te bouwen. De recessie is niet voorbij. Als regeringen nu al keihard bezuinigen, smoren ze hun eigen economische herstel. En wie betaalt de prijs daarvoor? De privésector. Beleggers dwingen overheden de hete aardappel terug te schuiven naar banken, bedrijven, zichzelf. Ze zagen aan de tak waar ze zelf op zitten.”

Dat klinkt destructief.

„Dat is het ook.”

Denkt u dat er een soort oorlog woedt tussen de financiële sector en overheden?

„Oorlog veronderstelt een bepaalde orde. Generaals die hun mannetjes in gelid opstellen. Strategie. Hiërarchie. Maar de markten zijn nauwelijks georganiseerd. Het enige wat je ziet is kuddegedrag: enige spelers zetten een stap, de rest springt er achteraan. Ook overheden zijn slecht georganiseerd. Het kostte de eurogroep vier maanden om Griekenland te hulp te schieten.”

Wat is de betekenis van de Griekse crisis?

„Griekenland is te klein om een systeemcrisis te veroorzaken. Het was een katalysator. De markten overreageerden. Regeringen waren er compleet door verrast. Zij onderschatten de situatie en kwamen te traag in actie. Toen ze eindelijk iets voor Griekenland hadden bedacht, speculeerden beleggers al op Spanje. Spanje heeft echt geen grotere kans om onderuit te gaan dan Groot-Brittannië of de VS. Maar beleggers maken categorieën. Noord, zuid. Gevaarlijk, niet-gevaarlijk. Dat gebeurt op basis van gevoel.”

Angelsaksische kranten reppen ineens van ‘cultuurverschillen’ binnen de eurozone.

„Precies. Beleggers die plotseling vaak in de media worden geciteerd, worden gedreven door emoties, sentiment. Daarna pas rationaliseren ze het, maken ze er een verhaal bij. Dan zeggen ze bijvoorbeeld: ‘De rentevoet is onhoudbaar’. Wacht even, denk je dan, wie heeft die rentevoet zo hoog gemaakt, dat zijn diezelfde markten toch? Als overheden snel een eenheid hadden gevormd, hadden ze die bizarre opeenvolging van gebeurtenissen kunnen stoppen. Maar de eenheid ontbrak. Dat voedde speculatieve bewegingen.”

Waarom stopte de enorme reddingsactie vorige week de speculatie niet?

„Omdat het symptoombestrijding was. De structurele problemen van de eurozone zijn niet opgelost.”

Namelijk een gebrek aan politieke unie?

„Ja.”

Bondskanselier Merkel wil het Pact versterken. Ze wil dat eurolanden begrotingsdiscipline in hun grondwet vastleggen, net als Duitsland.

„Begrotingsdiscipline op zich is niet het probleem van het Pact. Het probleem is dat er grote economische divergenties zijn ontstaan tussen eurolanden. Spanje en Ierland waren tot voor kort de besten van de klas. Keek je naar het Pact, dan zag je enkel de succesverhalen van ‘Booming Barcelona’ en de ‘Celtic Tiger’. In 2007 had Ierland een schuld van 25 procent van het bruto binnenlands product, en Spanje ongeveer 40 procent. Je kunt het moeilijk beter doen!

„Maar intussen ontstonden in deze dynamische wonderlanden gevaarlijke bubbels in de privésector, die niet op de radar van het Pact verschenen. De bubbels spatten kapot en zadelden bedrijven en overheden op met schulden. Om beter zicht te krijgen op de euro-economieën moet je naast de publieke sector ook de privésector in het Pact weergeven. Die zijn niet los van elkaar te zien. Als je de omvang van de kredietverlening én de economische groei van een land vermeldt, krijg je al een idee. Als wij daarbij óók van elk land loonbeleid en concurrentiepositie in het Pact hadden gezet, en minder gefixeerd waren geweest op begrotingstekorten, hadden we eerder gezien dat eurolanden bezig waren uit elkaar te groeien.’’

Heeft u een voorbeeld?

„In Duitsland en Oostenrijk daalden de loonkosten jarenlang. Elders stegen die. Ierland schoot de pan uit: 30 procent boven het gemiddelde. Als je één munt hebt, kun je niet devalueren om verschillen te corrigeren. Ierland moet dus drastisch omlaag met de lonen. Maar dat is niet genoeg. Om de verhouding recht te trekken, moeten lonen in Duitsland en Oostenrijk eigenlijk omhoog. Dat vergroot het probleem: alles is relatief. Wat de één doet, heeft effect bij de ander. Zijn landen bereid dit te doen? Wie moet hen dat vertellen?”

Nu beslissen landen zelf wat er gebeurt als één van hen het Pact schendt. Kan dat zo blijven?

„Nee. Iedereen bekritiseert Griekenland. Maar Duitsland en Frankrijk overtraden het Pact het eerst, in 2003. Wat deden ze? Ze veranderden de regels. Dit bewijst dat niet landen, maar een onafhankelijke instantie erover moet beslissen: de Commissie. Dat betekent meer Europa. Ik weet niet of de politici het voor elkaar krijgen – er zijn overal verkiezingen en Europa is impopulair – maar er is geen andere mogelijkheid.”

Als het niet lukt, wat dan?

„Als we er niet in slagen politieke integratie vorm te geven, is de euro niet houdbaar. Dan zullen bepaalde landen er genoeg van krijgen en eruit stappen.”

Wie, Duitsland?

„De Duitse angst is dat de eurozone instabiel wordt. Maar ze zullen er niet zomaar uitstappen. Ze betalen daar een hoge prijs voor: ze hebben een verstandig beleid gevoerd, zijn economisch geslaagd, zijn een enorme exportmachine geworden.’’

Kun je zo’n verstandig land vragen zich aan te passen?

„Iedereen moet zich aanpassen. De Duitsers moeten weten: hun economische verbetering gaat ten koste van de anderen. Als Spanje meer competitief wil worden, moet Nederland matigen. Je helpt elkaar, anders gaat het niet. Dat staat haaks op wat er nu gebeurt: iedereen probeert zelf uit de crisis te komen.”

Overleefden vroegere muntunies zonder politieke unie?

„De Latijnse muntunie van Frankrijk, België, Italië en Zwitserland, uit de negentiende eeuw, hield stand tot de Eerste Wereldoorlog. Zij hadden alleen een overeenkomst om elkaars munt te accepteren. Er was niet één centrale bank. Die unie was minder hecht dan de onze. Ook de Scandinavische muntunie strandde door de schok van de oorlog. Groot-Brittannië en Ierland hadden een muntunie, die overleefde tot Ierland toetrad tot het EMS.’’

Waarom overleefde die wel?

„Het was een asymmetrische unie, met één dominant land. Zo overleefde de Franse frank in Afrika. Je ziet het ook bij landen die aan dollarisatie doen. Zij voegen zich naar elke beslissing van de Fed.”

Kan dit in Europa werken?

„Nee. Je kunt Frankrijk niet vragen oekazes van Duitsland op te volgen.

„De euro was voor de Fransen juist een mogelijkheid om daar vanaf te komen. Van 1979 tot 1999, in het Europese muntstelsel, deelde de Bundesbank de lakens uit. Als die de rente verhoogde, moest Frankrijk volgen. De Fransen hadden de macht over de rentevoet verloren. De euro was voor president Mitterrand een kans om volwaardig aan tafel te komen. Bij de Europese Centrale Bank beslist Frankrijk mee.”

Frankrijk zal dus nooit als eerste uit de euro stappen?

„Precies. Ze zullen er zo lang mogelijk in willen blijven.”

Is er een scenario voor?

„Voor een euro die uit elkaar spat? Nee. Als de een het wil, wil de ander het niet. Dus is er geen scenario. Het zullen unilaterale beslissingen zijn. Het enige wat je kunt voorspellen, is chaos.”

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

Bij het artikel ‘Euro onhoudbaar zonder politieke unie’ (20 mei, pagina 14) staat dat Paul De Grauwe hoogleraar is aan de Koninklijke Universiteit van Leuven. Dat moet zijn: de Katholieke Universiteit.