En we noemen ze...

Vertel naamkundigen je voornaam en ze weten steeds beter wie je bent, en hoe oud.

Een database met alle namen is binnenkort online.

De vraag was: hoeveel mensen in Nederland heten eigenlijk Henk en Ingrid, namen die de Partij van de Vrijheid onlangs koos om de PVV-stemmer mee te typeren?

Naamkundige Gerrit Bloothooft uit Utrecht stuurt als antwoord een grafiek waarin de populariteit van de namen te zien is sinds 1880. ‘INGRID’ en ‘HENK’ als officiële naam komen op in de loop van de vorige eeuw, en beleven hun hoogtepunt in de jaren rond 1963. In dat jaar – het geboortejaar van Geert Wilders – werden zo’n 1.600 Ingrids en 200 Henken geboren.

Dan raken ze uit de mode, Ingrid sneller dan Henk. In 2006 werden nog 7 Ingrids en 30 Henken geboren en telde Nederland in totaal 35.972 vrouwen met Ingrid en 6.892 mannen met Henk als eerste naam. Maar omdat Henk de roepnaam is van de veel meer gegeven naam Hendrik(us) zullen meer dan 250.000 mannen zo worden aangesproken.

De gegevens komen uit de Voornamenbank van het Meertens Instituut van de KNAW. De database, die op 3 juni online komt, bevat een half miljoen verschillende voornamen, want zo veel zijn er nu in Nederland.

Op de website van het Nederlandse taal- en cultuurinstituut staan nu al een familienamenbank, met ruim driehonderdduizend achternamen, en de verklaringen van circa twintigduizend voornamen.

In de nieuwe database kan van elke voor- en volgnaam per geslacht de spreiding over de geboorteplaatsen worden bekeken. Het zijn de namen van iedereen die in Nederland woonde in 2006, onttrokken aan de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Daarnaast wordt de populariteit van elke naam (of deel van een naam, bijvoorbeeld Hen-) vanaf 1880 weergegeven. De vroegste cijfers zijn gebaseerd op de registraties van voornamen van ouders.

Het is meer dan een speeltje, zegt Bloothooft, de initiatiefnemer van het project en verbonden aan de Universiteit Utrecht. „Voornamen zijn interessante sociale gegevens. Ouders worden in hun keuze beïnvloed door hun sociale omgeving, maar daar zijn ze zich lang niet altijd van bewust.”

En dus zijn voornamen een graadmeter voor maatschappelijke ontwikkeling, waarbij vooral de veranderingen sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw opvallen.

„Tot dan toe werden de meeste mensen vernoemd naar hun grootouders. Daarna kwam men los van geloof en familie. Dat zie je bijvoorbeeld terug in de populariteitscurve van de naam Maria. Tot 1950 kreeg elk jaar ongeveer 10 procent van alle meisjes als eerste naam Maria. Daarna viel het aantal Maria’s per jaar snel terug.”

De spreiding van voornamen is straks in de database te bekijken op een landkaart met alle gemeenten. En dan zie je specifieke patronen. „Nynke met een y komt vaker voor in Friesland, en klassieke gelatiniseerde namen meer in het zuiden. Traditionele Nederlandse namen vinden we nog in de bible belt en Arabische namen vooral in de steden. Maar Nienke met ie bijvoorbeeld komt vrij gelijkmatig verspreid terug op de kaart, net zoals de Engelse namen.”

Dit soort informatie is vanaf 3 juni voor iedereen online te bekijken. Maar onderzoekers kunnen nog veel meer te weten komen over namen, door die te koppelen aan gegevens over de naamdragers zelf.

Zo hing Bloothooft twee jaar geleden de Nederlandse voornamen, die ingedeeld waren in groepen als ‘traditioneel’ (Johannes) of ‘pre-modern internationaal’ (Ingrid, Astrid, Susan) aan een bestand van mediabedrijf Wegener. Daarin werden Nederlandse gezinnen ook ingedeeld, in verschillende sociaal-economische klassen met een bepaalde levensstijl, op basis van vrijwillig geleverde enquêtegegevens over zaken als inkomen, opleidingsniveau en levensstijl.

De groep namen waar Ingrid onder valt, komt bijvoorbeeld het meest voor in de levensstijlgroep ‘huiselijke senioren’. Dat zijn volgens Wegener mensen die graag puzzelen en met de caravan op vakantie gaan. Elitenamen als Amber en Charlotte, Floris en Olivier komen vooral terug bij de ‘welgestelde beleggers’, ‘sportieve luxezoekers’, ‘exclusieve shoppers’ en ‘culturele intellectuelen’.

Enkele conclusies van Bloothooft: „Je ziet dat de lageropgeleiden, de sociaal lagere klassen eerder kiezen voor Engelse namen en zich makkelijker door de media laten beïnvloeden. Hogeropgeleiden kiezen bij voorkeur Nederlandse, Friese, Scandinavische of Franse namen.”

Daarnaast speelt bij de voorkeuren levensvisie een rol, van traditioneel tot trendy. „Het vernoemen met traditionele namen hangt samen met het christelijk geloof. En onder trendy ouders zijn op dit moment korte namen als Zoë en Milan populair.”

Bloothooft wil nader onderzoeken hoe modes in de naamgeving zich over de generaties heen ontwikkelen. „Er is al eeuwen een tendens om de elite te imiteren. Geven Suzanne en Jeroen (veel voorkomend in de middenklasse) nu inderdaad internationale, korte Nederlandse of elitenamen aan hun kinderen?”

Op deze manier wordt de voornaam zelf een steeds betere indicator van maatschappelijke ontwikkelingen. Over een tijdje weten we dan dus ook of een Henk daadwerkelijk voor een Ingrid kiest, of eerder op een Rosalie valt.

Bekijk vanaf 3 juni de voornamenbank en nu al de familienamenbank: meertens.knaw.nl

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

De percentages op enkele x-assen van de grafieken bij het artikel En we noemen ze... (20 mei, pagina 28) klopten niet. De getallen bij de namen Anita, Sem, Maria en Murat moeten een factor honderd groter zijn. En in 2000 werden niet 94, maar 194 Britneys geboren: 0,2 procent van de meisjes.