Een wereldwijze partij die wel wil gaan regeren

GroenLinks komt voort uit pacifisten en communisten. Maar het zijn andere tijden.

Waarom zouden we op ze stemmen? Deel vijf van een serie.

Wie zin heeft in de toekomst zou eens goed naar GroenLinks moeten kijken. Want het is misschien niet de partij die je denkt dat het is. Tofik Dibi zei het vorig jaar al: dat ‘links’ van GroenLinks moest maar eens uit de naam. „Die term drukt een heel zwaar stempel op de partij. Je denkt daarbij aan een donkergroene, zure, socialistische groep mensen die denkt dat ze de wereld kan verbeteren door de aanleg van een moestuintje.” Maar het is niet alleen slecht voor het imago, het dekt de lading ook niet meer, vond Dibi. „Meer nog dan links zijn we progressief.”

Toen was Dibi net 29 jaar en precies drie jaar Tweede Kamerlid. Nu staat hij derde op de kandidatenlijst van GroenLinks voor de verkiezingen. De enige man bij de eerste zes – over progressief gesproken.

Wat Dibi zegt, is waar. Als GroenLinks iets niet is, is het wel behoudend, zo blijkt uit het verkiezingsprogramma van de partij. Het leest als een ingrijpend renovatieplan om een tot ruïne vervallen kasteel om te toveren tot een moderne bungalow: één verdieping, een dak van gras, veel glas en warme kleuren. En natuurlijk energieneutraal. In de 277 concrete punten van het verkiezingsprogramma vervangen de GroenLinks-denkers de fundamenten van de maatschappij, het dak – en alles wat er tussen zit. Je zou er bezorgd van worden. Hoe ambitieus kan een architect zijn zonder dat het bouwwerk als een kaartenhuis in elkaar dondert?

Nu zul je zeggen: andere partijen hebben ook lijstjes met voornemens in hun programma’s staan. Maar het ene lijstje is het andere niet. Laten we even een (willekeurige) vergelijking met het CDA maken. Die partij wil „schoner rijden” stimuleren. Wat doet de partij eraan? Het CDA „juicht de vernieuwingen op het gebied van schonere brandstof en motoren toe”. Erg ambitieus klinkt dat niet. Nee, dan GroenLinks: „Autorijden op fossiele brandstof wordt zo snel mogelijk vervangen door rijden op groene stroom of andere duurzame energiebronnen. Kopers van elektrische auto’s kunnen een laagdrempelige lening krijgen, die wordt afgelost met hun besparing op brandstof. Taxi’s gaan elektrisch.”

En zo gaat het maar door, lange reeksen concrete maatregelen. Soms klein, soms heel groot. Hypotheekrenteaftrek? Een ouderwetse maatregel, die bovendien averechts werkt omdat het „de hogere inkomens bevoordeelt”. Weg ermee. De maximale WW-duur van 38 maanden kan terug naar één jaar. Want na die tijd zouden mensen verplicht moeten kiezen voor bijscholing of (vrijwilligers)werk. „Tegenover geld van de gemeenschap staat in alle gevallen een plicht tot participatie”, schrijft de partij. De tijd van een AOW-leeftijd van 65 jaar is ook voorbij. Als het aan GroenLinks ligt, ga je na 45 jaar werken met pensioen. Dat is ook weer eerlijk voor mensen die jonger zijn gaan werken, vaak laagopgeleiden.

Achter al deze hervormingsdrang schuilt één constante: de gelijkheid onder mensen bevorderen. Want daar is het GroenLinks om te doen. Daar past ook de ontboezeming van GroenLinks-leider Femke Halsema bij dat ze het wel eens moeilijk heeft als ze die gesluierde gezichten van moslims op de school van haar kinderen ziet. „Ik kan niet wachten op het moment waarop ze in vrijheid hun hoofddoek zullen afslingeren. Ik zie het liefst elke vrouw in Nederland hoofddoekloos.”

Wie vindt dat het soms vrij rechts klinkt – een kortere WW, een verplichting te werken, weg met de hoofddoek – die begrijpt het verkeerd. En is daarin niet de enige. Toen de VVD-jongeren Halsema in 2006 bombardeerden tot Liberaal van het Jaar, dacht ze eerst dat haar „een kunstje werd geflikt”.

Toegegeven, zei Halsema: „Als je nagaat dat een van de voorlopers van GroenLinks de Communistische Partij Nederland is, dan zijn we inderdaad van ver gekomen.” Maar op de VVD wilde ze totaal niet lijken.

Maar na wat langer nadenken, vertelde Halsema bij de uitreiking van de onderscheiding, vond ze het eigenlijk een terechte titel. Een échte liberaal, vindt ze, strijdt voor de vrijheid van álle mensen. En dat betekent het wegruimen van de obstakels van mensen die het minder makkelijk hebben. Omdat ze arm zijn, omdat hun ouders laag zijn opgeleid, omdat ze in een ander land zijn geboren of omdat ze worstelen met een nieuwe cultuur. Gelijkheid: niet als doel, maar als weg naar de vrijheid.

Dat mochten de zichzelf liberaal noemende VVD’ers zich wel aantrekken, zei Halsema: zij maken van vrijheid „een schaars goed dat vooral toevalt aan Nederlandse autochtone burgers die wat ouder zijn, die bemiddeld zijn, beter zijn opgeleid en mondig zijn, en die zich vrijwillig bewegen binnen de benauwde burgermansmoraal van CDA en VVD.”

Wat dan wel weer erg links van GroenLinks is: het is de overheid die deze vrijheid moet regelen. Dat laat je niet over aan de vrije krachten van de economie of aan het vermogen van mensen om zichzelf aan die ongelijkheid te ontworstelen. Daarom is het ook niet zo gek dat de partij zich al jaren opwerpt als de ideale coalitiepartner. Demonstraties en debatten zijn leuk. Maar alleen vanuit de Trêveszaal kan je Nederland ingrijpend veranderen. Dat is misschien wel het grootste verschil met het GroenLinks van vroeger: de honger naar regeringsmacht. Halsema zei het op het verkiezingscongres ten overvloede: „Wij zijn klaar om te regeren.”

Kamerlid Tofik Dibi is ook in een ander opzicht een voorbeeld voor zijn partij. Hij straalt altijd een lichte verliefdheid op partijleider Halsema uit. Zij inspireerde hem in de politiek te gaan. Niet gek natuurlijk. Het is onder leiding van Halsema dat GroenLinks van een club postcommunistische, naïeve activisten veranderde in een wereldwijze mainstream politieke partij die door iedereen zeer serieus wordt genomen.

Door zich kwetsbaar en menselijk op te stellen – via getwitterd wel en wee weet zij de harten van haar 45.000 volgers te stelen – toont Halsema zich een vernieuwer in de stijl van Amerikaanse politici. „Na interview in vliegende vaart nieuwe zomerjas voor dochter gekocht: armpjes staken wel erg ver uit de mouwen.” Of, na het winnen van de Thorbeckeprijs voor politieke welsprekendheid: „Op mijn werkkamer een flesje wijn soldaat gemaakt, nu naar huis.” Het maakt haar geen lichtgewicht. Zij weet het politieke debat regelmatig te domineren, ondanks de relatieve bescheidenheid van haar fractie.

Van haar aantrekkingskracht kan de partij profiteren. De leden begrijpen dat. Niet voor niets kreeg ze van het partijcongres dispensatie om zich, tegen de regels in, na twaalf jaar Kamerlidmaatschap weer kandidaat te stellen voor de Kamer. Maar Halsema – hoogopgeleid, cultuurminnend, welbespraakt, altijd modieus gekleed en rechtstatelijk ingesteld – staat ook symbool voor een zwakte van GroenLinks. De partij wordt door tegenstanders graag afgeschilderd als grachtengordelpartij. Wouter Bos deed het begin dit jaar weer eens, toen hij het over integratie had: „GroenLinks is een grachtengordelpartij, heeft niks met volksbuurten.” Op het GroenLinks-congres zei een vrolijk nieuw partijlid het anders: „De mensen waar wij ons zorgen over maken, stemmen niet op ons.”

Nu vraag je misschien: dit gaat allemaal over mensen, waar is het milieu, waar zijn de dieren? Geen zorgen, het ‘Groen’ zit stevig verankerd in de partij.

En dan niet alleen in het menu van het verkiezingscongres, waar de helft van de broodjes veganistisch en lactosevrij is, maar natuurlijk ook in het verkiezingsprogramma: alle subsidies voor niet-duurzame activiteiten worden afgebouwd, het belastingstelsel „vergroend”. Energiebedrijven moeten elk jaar meer duurzame energie produceren. De visvangst moet drastisch omlaag. Dierenrechten horen in de Grondwet, de vee-industrie wordt afgebouwd.

En GroenLinks levert er de boegbeelden bij: Liesbeth van Tongeren, ex-directeur van Greenpeace, staat op de zesde pek van de lijst. Maar zet haar niet weg als zo’n linkse milieuactivist, die zich met publiciteit aan mensen opdringt. Ze kwam dan wel van Greenpeace, zei Van Tongeren toen ze zich aan het partijcongres presenteerde, maar ze wilde meer dan actievoeren: „Ik ben iemand die resultaten wil boeken.”

Toch is de partij haar activisme en morele verontwaardiging niet volledig kwijt. Zo vegen de tekstschrijvers van het programma de vloer aan met het casinokapitalisme van het neo-liberale marktdenken, dat de schuld krijgt van de economische crisis. Ook de bezetting door Israël van de Palestijnse gebieden blijft – meer dan enig ander conflict – grote aantrekkingskracht houden op de partij.

En mocht je vinden dat de partij de verkeerde kant op gaat: meld je aan als lid. GroenLinks is de enige partij waar de leden alles te zeggen hebben. Ze kunnen rommelen met het partijprogramma en de kandidatenlijst. En doen dat ook naar hartelust, bleek bij het laatste congres weer.

Want hoe volwassen GroenLinks politici ook zijn, het blijven gelukkig idealisten. Een belangrijk deel van het verkiezingsprogramma gaat over de kracht van Nederland. Maar GroenLinks definieert die kracht niet als economische groei. Die is niet zaligmakend, sterker nog: schadelijk, vindt GroenLinks. De partij wil de welvaart van Nederland afmeten aan het begrip Bruto Nationaal Geluk. Want „we moeten af van de fixatie op geld als hoogste waarde”. Geluk, schrijft GroenLinks, is een betere maatstaf voor geslaagde politiek.