'Duitsland is in de schuldenval getrapt'

De meest gezaghebbende econoom van Duitsland vindt dat de eurolanden zijn land in de maling nemen. „Het is Duits noodlot dat dit gebeurt.”

De Duitse econoom Hans-Werner Sinn wil zijn stem verheffen. En wel om te voorkomen dat hem later wordt verweten dat hij niet gewaarschuwd heeft. „Het vangnet voor de euro schaadt de Duitse belangen. Het is de grootste fout in de naoorlogse geschiedenis van de Bondsrepubliek”, zegt hij stellig.

Sinn (62) is directeur van het Institut für Wirtschaftsforschung van de Universiteit van München. Hij geldt als de meest gezaghebbende Duitse econoom en wordt geprezen en gevreesd om zijn heldere, niets verhullende uitspraken.

Sinn maakt zich ernstig zorgen over de afspraken die de Europese leiders en ministers van Financiën in het weekeinde van 8 en 9 mei hebben gemaakt. Voor de redding van de Europese eenheidsmunt wordt 440 miljard euro vrijgemaakt, als kredietgaranties voor noodlijdende landen van de eurozone. Duitsland staat borg voor 123 miljard euro, een bedrag dat in noodgevallen tot 150 miljard kan worden verhoogd.

„Duitsland”, zegt Sinn, „is in dat bewuste weekend door andere landen van de eurozone, Frankrijk voorop, über den Tisch gezogen” – te grazen genomen. Volgens de econoom kon dat gebeuren omdat minister Wolfgang Schäuble (Financiën) plotseling in een Brussels ziekenhuis moest worden opgenomen. Van die situatie is misbruik gemaakt. „Het is Duits noodlot dat dit is gebeurd. De zitting had met de ziekmelding van Schäuble moeten worden verdaagd.” Het besluit, genomen onder grote tijdsdruk, „betekent voor Duitsland een onberekenbaar avontuur. De economische groei zal er zeker door worden afgeremd.”

Hans-Werner Sinn is de eerste Duitser van gezag die dit zo duidelijk zegt. Tot nu toe rustte er een taboe op spreken over Schäuble’s ziekte en zijn herhaaldelijk uitvallen tijdens belangrijke vergaderingen over de eurocrisis. De bewindsman, die in een rolstoel zit, is de afgelopen maanden geopereerd aan z’n achterwerk en zou last hebben van slecht helende wonden en medicijnen die hij niet verdraagt.

Sinn ontkent dat de euro in acuut gevaar verkeert. En hij vindt de politieke bewering – inmiddels meermaals gedaan door bondskanselier Angela Merkel – dat er voor de getroffen maatregelen geen alternatieven zijn, „grote flauwekul”. De euro, zegt hij, „is nog steeds overgewaardeerd. Kijk maar naar de koers sinds zijn uitgifte. De munt is in deze crisis nog geen moment echt in gevaar geweest. Wat wel werd bedreigd, was de mogelijkheid van Europese schuldenlanden als Griekenland om zo goedkoop mogelijk geld te lenen. En er dreigde en dreigt gevaar voor de belangrijkste crediteuren van de Europese schuldenlanden: Duitse en Franse banken”.

Wat er de komende tijd volgens Sinn zal gebeuren, is dit: vanaf het moment dat het vangnet wet wordt – in Duitsland waarschijnlijk morgen al – staat Berlijn de facto borg voor de schulden van andere eurostaten. „Dit brengt grote risico’s voor de begroting met zich mee. En behalve dat zal het gevolgen hebben voor de Duitse economie.”

Duitsland is als grootste en tot nu toe meest stabiele economie van Europa „in de schuldenval getrapt”. Volgens Sinn zal steeds meer Duits kapitaal naar Europese schuldenlanden vloeien, „geld dat niet in ons eigen land kan worden geïnvesteerd en dat niet voor de groei van het bruto binnenlands product kan worden gebruikt”. De schuldenbel zal volgens de econoom zo groot worden „tot hij een keer met een daverende knal uit elkaar barst”.

Een alternatief voor de reddingsmaatregelen is er volgens Sinn wel degelijk. En hij somt op dicteersnelheid op: „Er dient faillissementsrecht voor staten te komen, waaruit klip en klaar blijkt dat er geen winnaars zijn als een land bankroet gaat. Dat schuldeisers zoals banken een deel van hun geld kunnen verliezen. Dan worden ze vanzelf wel voorzichtiger met het uitlenen ervan. Je kunt hun risico’s niet onbeperkt afdekken met geld van de belastingbetaler. Dan houdt het gokken en speculeren nooit op.”

Verder pleit Sinn voor een soort Europees openbaar ministerie, dat zondaars met te hoge schulden snoeihard aanpakt. „Nu is het zo dat de eurolanden dat zelf doen. Maar hoe moeten we ons dat voorstellen? Dat is alsof misdadigers over hun eigen strafmaat beslissen.” Voor landen die het te bont hebben gemaakt, ziet hij als uiterste straf voorlopige uittreding uit de euro, „en als dat niet helpt volledige uitsluiting”.

Sinn wijst erop hoe in zulke gevallen in de Verenigde Staten wordt gehandeld. „In Amerika redt niemand een staat die in betalingsmoeilijkheden verkeert: noch de centrale overheid noch andere staten. Ook New York heeft niemand gered toen het eind jaren zestig aan de financiële afgrond stond. De stad werd door een bevoegde toezichthouder onder curatele gesteld, moest harde bezuinigingen doorvoeren en een deel van zijn belastinginkomsten aan z’n schuldeisers verpanden. Als je in aanmerking neemt dat Europa een statenbond is en geen bondsstaat zoals de VS, zou het toch plausibel zijn als wij met onze reddingsacties niet boven de maatstaf uitgaan die in Amerika geldt.”