De opkomst van de bubbels

Titel: De Weduwe Clicquot; het verhaal van de vrouw die aan de basis stond van een champagne-imperium. Auteur: Tilar Mazzeo Uitgever: Artemis & co, 2009, 303 pag., 17,95 euro.

Prik of schuim in de wijn betekende in de zeventiende eeuw dat de wijn van inferieure kwaliteit was, het was ‘wijn van de duivel’. Honderd jaar later ontwikkelde champagne, uit de streek rond Reims in Noordoost-Frankrijk, zich echter in enkele decennia tot een van de duurste wijnen.

Midden in die hausse ontstond in 1772 het champagnehuis van Barbe Nicole Clicquot Ponsardin. Zij werd op 27-jarige leeftijd weduwe en zette de handel in wijn van haar man zelfstandig voort. Al snel kwam het bedrijf, dat voor een groot deel afhankelijk was van de export, in moeilijkheden door de napoleontische oorlogen. Bijna ging ze failliet door de handelsboycot van Engeland, maar export naar Rusland redde het bedrijf. Op haar veertigste behoorde ze tot de rijkste vrouwen van Europa.

Geschreven bronnen over het werk en leven van de weduwe Clicquot zijn schaars. Maar auteur Mazzeo vult die lacune in met haar goed gedocumenteerde fantasie. Aanvankelijk wekken de veelvuldige ‘misschiens’, ‘wellichts’, of ‘mogelijks’ nog de indruk dat de auteur onzeker is van haar zaak, maar gaandeweg weet zij steeds beter te overtuigen en komt het verhaal tot leven.

De dichterlijkheid wint het uiteindelijk van de historische feitelijkheid. ‘De weduwe Clicquot’ laat zich lezen als een roman.

Soms schemert de persoonlijke, feministische agenda van Mazzeo door. Zij koos de veuve Clicquot omdat zij haar bewondert als allereerste beroemde zakenvrouw. „Volgens sommigen was zij zelfs de eerste vrouw die aan het hoofd stond van een internationaal handelsimperium”, schrijft ze. Maar het glazen plafond voor zakenvrouwen, waartegen Mazzeo ageert, was aan het begin van de negentiende eeuw nog geen begrip, laat staan een probleem. Het is maar zeer de vraag of Barbe Nicole zich in dit feministisch angehauchte gedachtengoed had kunnen vinden.

Dat zij een succesvolle ondernemer werd, kwam door een mengeling van geluk, durf en zakelijk inzicht. Het bedrijf kreeg in 1816 een beslissende voorsprong op concurrenten door de uitvinding van de zogeheten remuage. Voor een heldere champagne moet de droesem van de nagisting nog uit de fles worden gehaald. Dat was een secuur werkje, waarbij de champagne voorzichtig in een nieuwe fles moest worden overgegoten. Bij Veuve Clicquot ontdekten ze dat als ze de flessen ondersteboven bewaarden en regelmatig draaiden, de droesem zich onder de kurk verzamelde en veel sneller te verwijderen was. Tien jaar lang wisten ze dit proces – nu dé methode om champagne te produceren – geheim te houden.

Mazzeo wil iets te graag een bijzondere rol toedichten aan Veuve Clicquot, maar haar bedrijf was een van de tientallen andere champagnehuizen in de streek die opbloeiden. Ze noemt niet dat Veuve Clicquot sinds 1987 met zijn grootste rivaal van weleer, Moët et Chandon, nu onderdeel uitmaakt van hetzelfde beursgenoteerde concern in luxe merken LVMH. En Clicquot moet het in de moderne tijd tegen Moët afleggen in prestige. Alleen zijn naam is nog als de M in deze vierletterige afkorting terug te vinden.

De uitvoering van het boek is helaas wat sober. Een duidelijk kaartje van het Champagnegebied, een tijdsbalk, een familiestamboom en foto’s of tekeningen van de huizen en kastelen uit de bezittingen van Clicquot ontbreken. Ook krijgt de lezer slechts drie zwart-witafdrukken te zien van reproducties van schilderijen van Veuve Clicquot, zonder verklarend bijschrift. Dat is een gemis, want hoe kleurrijk Mazzeo ook schrijft, deze hulpmiddelen zouden de lezer echt helpen bij de verbeelding.