De kleurenwaaier, die kent iedereen

De auto. De computer. De zeecontainer. Ze zijn de vrucht van standaardisatie.

Norm = Vorm is met zorg samengesteld door designhistoricus Timo de Rijk.

Neem de fiets.

Hoe vanzelfsprekend is het degelijke Hollandse rijwiel wel niet, met twee even grote wielen, een handzaam stuur, geen of hooguit een paar versnellingen en van zwaar metaal gemaakt.

In werkelijkheid is deze oerfiets een halve eeuw in ontwikkeling geweest en kwam de eerste aanzet uit Groot-Brittannië. Maar toen het eindelijk zijn beslag had gekregen, is er weer driekwart eeuw nauwelijks iets aan veranderd. De stadsfiets is zo standaard dat we er geen moment meer bij stilstaan.

De fiets. Het ontbijtservies van Copier. De stoel van gebogen hout van Charles en Ray Eames, die de techniek afkeken van de vliegtuigbouw. De modelkeukens van typograaf Piet Zwart en Kho Liang Ie, bekend als de interieurontwerper van Schiphol. De auto. De computer. De zeecontainer. De kleurenwaaier van Sikkens. Al deze voorwerpen en nog veel meer zijn de vrucht van standaardisatie.

De tentoonstelling Norm = Vorm gaat over de vérgaande invloed van die standaardisatie – vaak door de overheid opgelegd, vooral waar het om veiligheid gaat – op de producten waarmee we ons in de afgelopen eeuw hebben omringd. En over de manier waarop die standaards wel of niet meegaan met maatschappelijke veranderingen.

Ikea is natuurlijk hét voorbeeld van standaardisatie: de verpakking is helemaal ontworpen op containervervoer, voor de verkoop is nauwelijks personeel nodig, en de duurste processen – het vervoer en de montage – zijn uitbesteed aan de klant zelf. De voordelen zijn duidelijk: de productie en het vervoer zijn efficiënter en de producten dus betaalbaar.

Deze bedachtzame tentoonstelling is met zorg en aandacht samengesteld door designhistoricus Timo de Rijk van de TU Delft, ook auteur van het begeleidende boek. Ed Annink, tevens intendant van de overkoepelende manifestatie Den Haag, Design en Overheid, heeft die vormgegeven in een sterk stramien van 28 lage podia. Daarop zijn de voorwerpen thematisch gerangschikt; in sommige podia zijn schermen ingebouwd waarop films draaien. Veel grote namen van de twintigste eeuw zijn vertegenwoordigd, zoals Dieter Rams, Ettore Sottsass, Wim Crouwel en Kisho Kurokawa. De gemene deler per podium is niet meteen duidelijk, daarvoor zijn de teksten nodig – die soms summier zijn, bang als tentoonstellingmakers tegenwoordig zijn voor het veronderstelde ongeduld van de bezoeker.

Het boek besteedt aandacht aan een belangrijke vraag waar de expositie amper aan toekomt: hoe zit het met de spanning tussen de massaproductie aan de ene kant en de creativiteit van de individuele ontwerper aan de andere? Veel ontwerpers wenden zich nu weer tot het unieke, het ambachtelijke, het persoonlijke. Of zetten het massaproduct op z’n kop, zoals de ontwerpers die dit jaar in Milaan voor Droog Design bestaande voorwerpen – zeg maar gerust ouwe meuk – een nieuw leven gaven.

In zijn boek onderscheidt Timo de Rijk drie fases in de professionalisering van het vak van de ontwerper: als planner van het productieproces aan het begin van de Industriële Revolutie, vervolgens als kunstenaar en nu als coördinator die alle specialismen samenbrengt. Anders dan in de 19e eeuw ziet de ontwerper de industriële productie niet meer als een bedreiging – hij zet ze naar zijn hand.

Bauhaus-architect Walter Gropius had geen moeite met standaardisatie. Integendeel, hij dichtte een moreel verheffend effect toe aan ‘gelijke dingen’. „In alle grote tijdperken van het verleden is de aanwezigheid van standaarden hét criterium geweest voor een beschaafde en goed georganiseerde samenleving”, aldus het citaat dat groot op de wand is afgedrukt. „Het is algemeen bekend dat herhaling van gelijke dingen een regulerend en civiliserend effect heeft op het menselijke bewustzijn.” Over dat civiliserende kun je je twijfels hebben – de tentoonstelling laat ook machinegeweren zien als voorbeeld van standaardisatie. Deze rijke expositie toont overtuigend aan massaproductie schoonheid kan voortbrengen die binnen het bereik van velen ligt. Standaardisatie, in eerste instantie een economisch gedreven proces, kan dus wel degelijk culturele winst opleveren.

Norm = Vorm is de hoofdtentoonstelling van de nieuwe manifestatie ‘Den Haag, Design en Overheid’. Om de twee jaar vindt die plaats in samenwerking met een andere Europese regeringsstad: Berlijn, Rome, Parijs, Londen en tot slot in 2018 Stockholm.

tentoonstelling

Norm = Vorm

Gemeentemuseum Den Haag, t/m 14 aug. Inl: designdenhaag.eu