De bevrediging

Natuurlijk zijn er vele dingen waarvan ik geniet in het leven: een Peruaanse panfluitband, tompoezen en managers op oermannencursus.

Maar er is iets wat al deze dingen overtreft. Een heimelijk genoegen, een fysieke extase. Het is een verslaving. Je kunt aan niets anders denken, het is het enige wat je wilt doen, het verlangen is zo sterk dat er geen keus meer lijkt, de craving neemt bezit van je. Dit is mijn bekentenis: mijn naam is Renske de Greef en ik ben een wattenstokjesverslaafde.

Ik weet nog hoe het vroeger was. De tijd dat mens en wattenstokje nog in harmonie leefden, waar je gewoon nog een gezinsverpakking wattenstokjes kon kopen omdat je oren nodig weer eens uitgemest moesten worden. Waar wij wattenstokjesverslaafden nog geen paria’s waren, maar het nog mocht. Het wattenstokjesritueel was een vast onderdeel van de persoonlijke hygiëne, ik wist niet beter dan dat je zo je oren schoonmaakte. Het wattenstokje zelf dacht er duidelijk ook zo over, louter bestaand uit een staafje en twee vrolijke bolletjes, één om elk oor te dienen.

Maar inmiddels hebben de betutteling en de wetenschap ons ingehaald. Plotseling is het slecht om je over te geven aan de genoegens van een simpel wattenstaafje, en schijn je het risico te lopen dat je je trommelvlies doorspietst en je oorsmeer verder naar binnen duwt, met extra vieze oren en waarschijnlijk de dood tot gevolg.

Dit besef drong maar moeilijk door. Zo vroeg een vriend van mij aan zijn huisarts: „Maar waarom zou het niet mogen? Die dingen heten toch óórstokjes?”

Nu bewaar ik mijn wattenstaafjes onder de wasbak. Tegen mijn vriendje, een rabiate antiwattenstokjesstrijder, zeg ik dat ik ze alleen gebruik om mijn make-up mee af te halen. Maar af en toe sluip ik naar de badkamer, waar ik koortsig in het bakje graai en vervolgens stilletjes mijn oren schoonmaak. O, de bevrediging. Het zachte, kietelende stokje in je oor, daarna voorzichtig rondjes draaien en tot slot tevreden het resultaat bekijken. Het allerlekkerst is het nog wel na het douchen, als er een beetje kriebelend water is achtergebleven en je jezelf met het stokje daarvan kan verlossen.

Ik heb geprobeerd om er vanaf te komen. Ik heb mijn stash weggegooid. Ik heb alternatieven gezocht: na het douchen maakte ik mijn oren schoon met de punt van een handdoek. Ik heb zelfs bij de drogisterij een soort waterpistool gekocht om mijn oren mee uit te spuiten, wat uiteindelijk voelt alsof iemand met enige kracht in je oren spuugt (ik had zeker zes stokjes nodig om daar weer bovenop te komen). Niets hielp. Niets kan jou vervangen, mijn lief wattenstokje. Wij blijven eeuwig samen.

Renske de Greef