Briljant KCO creëert kosmische orgasmes

Klassiek Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mikhail Pletnev, Alexander Gavrylyuk piano. 19/5 Concertgebouw, Amsterdam. Herh: 20 en 21/5, 22/5 Doelen. ****

Natuurlijk is het een gemis dat de eigenzinnige Mikhail Pletnev nooit meer als pianist wil optreden. Maar voor elke afzwaaiende meesterpianist staan er vele tientallen debutanten in de rij. En van die nieuwe generatie behoort Alexander Gavrylyuk (1984) tot de onbetwiste voorhoede.

Pletnev, nu fulltime dirigent, is zeer kieskeurig met collega-solisten. Voor zijn tweede programma bij het Koninklijk Concertgebouworkest ging hij akkoord met de Oekraïense Gavrylyuk, die in de serie Meesterpianisten al bewondering wekte en nu in het genadeloos moeilijke Tweede pianoconcert van Prokofjev zijn reputatie glansrijk bevestigt. Het eerste deel speelde Gavrylyuk romantisch als Rachmaninov, maar met behoud van de droogkomische speelsheid die aan Prokofjev eigen is. Zonder angst beet hij zich vast in de monstercadens. In de virtuoze finale dansten zijn handen een volmaakte pas de deux, daar waar mindere goden rare sprongen maken. De betrokken dirigent droeg bij aan de algehele opwinding in de zaal; als toegift bood de Vocalise van Rachmaninov welkome rust.

Ook Pletnev blonk als pianist uit in klankkleurtovenarij, een talent dat hij nu uitstekend naar het orkest vertaalt. Na de pauze werd Rachmaninovs Dodeneiland gekoppeld aan Skrjabins verblindende Le poème de l’extase. Grommend werd de vermoeide gang van Charon richting dodeneiland ingezet. De sinistere sfeer kreeg een monumentale gestalte, al grensde de oplaaiende levenslust soms aan hysterie. Die geëxalteerde aanpak werkte des te beter in de hallucinaties van Skrjabin: het smachten in alle kleuren van de regenboog culmineerde dankzij het briljant spelende KCO in niet één maar twee kosmische orgasmes.