Balkanlanden vrezen voor Grieks 'rimpeleffect'

Griekenland was afgelopen jaren een voorbeeld in de Balkanregio, een motor achter de EU-toenadering van die landen. De Griekse problemen bemoeilijken nu die toenadering.

Belgrado, 20 mei. - Een paar dagen na zijn aantreden in oktober vorig jaar sprak premier George Papandreou van Griekenland de ministers van Buitenlandse Zaken van de buurlanden in Istanbul toe. Griekenland zou de rest van de Balkan helpen bij toetreding tot de Europese Unie, beloofde hij. Papandreou ontvouwde de Griekse ‘Agenda 2014’. Honderd jaar nadat in de Bosnische hoofdstad Sarajevo letterlijk het startschot voor de Eerste Wereldoorlog werd gelost zou ook de hele Westelijke Balkan, waaronder Bosnië en Servië, EU-lid moeten zijn.

2014 is „ambitieus, maar haalbaar”, zei Papandreou. En Griekenland zou de buurlanden als „standvastige en onvermoeibare vriend” ter zijde staan. Wat Papandreou betreft was de uitbreidingsmoeheid van de EU voorbij.

Een paar dagen later maakte zijn minister van Financiën bekend dat het Griekse begrotingstekort vier keer zo hoog was als toegestaan. En twee keer zo hoog als gerapporteerd. De financiële crisis die daarop volgde toonde aan dat de EU onaf is. Maar niet op de manier die Papandreou bedoelde.

Agenda 2014 lijkt vergeten. Op de Servische radio B92 wordt met luisteraars gediscussieerd over de vraag of het armere Servië nu misschien het bevriende Griekenland te hulp moet schieten. Natuurlijk niet, snauwt een vrouwelijke beller. „We zouden er allemaal toch nog steeds het liefst morgen heen verhuizen?” Maar bezorgd over de gevolgen van de crisis om de hoek zijn de Serviërs wel.

„Servie zal lijden door Griekenland”, zegt econoom Sasja Djogovic van het Servisch Instituut voor Marktonderzoek in Belgrado. „De EU zit nu zelf in de problemen en moet eerst intern herorganiseren. Terwijl ze daarmee bezig zijn hebben ze geen zin om nog meer lasten, zoals ons, mee te torsen.”

Griekenland is binnen de EU economisch en politiek geen zwaargewicht, maar in Zuidoost- Europa wel. Het land was de afgelopen decennia een voorbeeld in de regio. De Balkanstaat die al in 1981 – lang voor alle buren – tot de EU wist toe te treden en daar zichtbaar van profiteerde. Bulgarije en Albanië, die beide een lange grens met Griekenland delen, waren achtergebleven arme dictaturen in vergelijking met Griekenland. Ooit was Joegoslavië welvarender dan Griekenland, maar dat veranderde radicaal toen het land in de jaren 90 door oorlog uiteenviel.

De Grieken hebben hun financiële voorsprong en kennis van de regio de afgelopen jaren gebruikt door te investeren in onder meer energie en telecom in Macedonië, Servië en Bosnië. Buurland Albanië is in hoge mate afhankelijk van het geld dat de meer dan een half miljoen Albanese gastarbeiders vanuit Griekenland naar huis sturen. Griekse banken hebben in hoog tempo filialen geopend en leningen verstrekt in omliggende landen. Nu wordt gevreesd dat zij hun kapitaal terugtrekken om hun moederbanken te versterken.

Van een voorbeeld voor de buurlanden is het land veranderd in een schrikbeeld voor Noord- en West-Europeanen, denkt Jens Bastian van de Griekse buitenlandsezakendenktank ELIAMEP. Hij woont sinds dertien jaar in Griekenland, maar komt uit Duitsland. „Alsjeblieft, niet nog een Griekenland erbij, wordt daar gedacht.” Bastian voorspelt dat na de aanstaande toetreding van Kroatië, waarschijnlijk in 2011, de uitbreiding even stokt.

De toetredingsprocedure voor de overgebleven Balkanlanden – Macedonië, Servië, Kosovo, Bosnië-Herzegovina, Albanië – zal daarna steeds meer een financieel en economisch examen zijn. Daarin draait het om budgettaire transparantie en betrouwbaarheid van statistieken. ‘Indirecte criteria’, noemt Bastian ze, die de landen die lid willen worden zullen gaan voelen door bijvoorbeeld de uitgebreidere bevoegdheden van het EU-statistiekbureau Eurostat. Bij eerdere uitbreidingsrondes wogen vooral politieke afwegingen.

Strenge monitoring tijdens de toetredingsprocedure zou volgens de Servische econoom Djogovic voor zowel de EU als Servië zelf goed zijn. „De EU heeft een vergissing begaan door Roemenië en Bulgarije op te nemen terwijl ze vooral op justitieel vlak niet klaar waren.” Zonder wetshandhaving heb je corruptie, geprivilegieerde spelers op de markt, schetst hij. Zakenlieden van twijfelachtig allooi bezitten grote bedrijven. Politieke inmenging in de economie en gebrek aan transparantie schrikken investeerders af.

Uitstel van toetreding is niet zo’n ramp, afstel is dat wel, zegt Djogovic. De belangen van rijke tycoons zijn groot en de regering zwak. Als de EU het land niet bij de hand blijft nemen „lukt het niet”. „We zijn net kinderen. We kunnen het niet alleen.”

Ook Griekenland noemt hij in de reeks voorbeelden van hoe Servië de EU-toetreding niet moet gebruiken. „Hopelijk leren we er wat van.” In plaats van motor achter de EU-toenadering, is Griekenland nu eerder een stok in het wiel.