Zuinig en verantwoord, goedgekeurd door CPB!

Morgen verschijnt het CPB-rapport waarin de partijprogramma’s worden doorgerekend. De kiezer moet zich niet laten foppen, betoogt Henk Folmer.

Verkiezingen draaien om het winnen van vertrouwen, waarbij de degelijkheid van het verkiezingsprogramma een belangrijke rol speelt. Daarom laten nagenoeg alle partijen hun programma doorrekenen door het Centraal Planbureau (CPB). Voorstellen met economische implicaties worden in een model gestopt, dat de Nederlandse economie op hoofdlijnen weergeeft.

Het model bestaat uit een groot aantal vergelijkingen, die de verbanden beschrijven tussen de belangrijkste grootheden zoals investeringen, lonen, werkgelegenheid, prijzen, belastingen en overheidsuitgaven. Met het model wordt berekend wat de economische effecten zijn van politieke speerpunten als bezuiniging op de overheidsuitgaven, lastenverlichting, verhoging van de AOW-leeftijd, verhoging van het eigen risico in de zorg, enzovoorts. Met het CPB-keurmerk proberen partijen tegenstanders in de debatten af te troeven en het vertrouwen van de kiezers te winnen.

Ondanks de vanzelfsprekendheid van deze jarenlange traditie zijn er kanttekeningen te plaatsen bij de CPB-berekeningen, maar nog meer bij de wijze waarop politieke partijen omgaan met de uitkomsten ervan.

Om te beginnen echter een nuancering. Het CPB ligt de laatste tijd onder vuur omdat enkele voorspellingen als gevolg van de crisis niet zijn uitgekomen en bijgesteld moeten worden. Dit betekent echter niet dat ook de doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s ernstig mank gaan. Immers, in dit geval gaat het niet om een voorspelling van de toekomst, maar om onderzoek van de financiële onderbouwing van de programma’s en van hun effecten op de belangrijkste macro-economische grootheden. Waar het wel aan schort is dat het gehanteerde CPB-model een onvolledig beeld geeft van de effecten van enkele belangrijke grootheden. Zo worden investeringen om sociale achterstand en inkomensongelijkheid te verkleinen als kostenposten opgenomen, maar blijven baten als minder criminaliteit, groter gevoel van veiligheid en minder medische kosten buiten beeld.

Politieke partijen maken handig gebruik van de onvermijdelijke onvolledigheid van de CPB-berekeningen door de voor hen positieve resultaten uit te vergroten en de negatieve weg te moffelen. Zo zullen partijen die een kleinere overheid willen, de gunstige effecten op de overheidsfinanciën van bezuinigingen op het ambtenarenapparaat voor het voetlicht brengen. Maar over negatieve effecten, die niet in de berekening aan bod komen, zullen zij zoveel mogelijk zwijgen, ook als deze evident zijn. Hogere privé-uitgaven, hogere werkeloosheidsuitkeringen door ontslagen, langere wachttijden en stakende ambtenaren vormen de keerzijde van deze bezuinigingen, maar in de CPB-berekeningen komen ze niet voor.

De voorstanders van bezuinigingen zullen deze omissie aangrijpen om deze kant van de maatregel te verdoezelen. In het CPB-model blijven ook minder gemakkelijk te kwantificeren grootheden als vertrouwen buiten beeld. Dat maakt het de partijen gemakkelijk om ook zulke effecten te negeren. Zo zullen de bezuinigingskampioenen zwijgen over de negatieve uitwerking van beperking van overheidsuitgaven op het vertrouwen van producenten en consumenten en de daarmee samenhangende bedreigingen voor het broze economische herstel.

Ook zal geen enkele partij haar goede cijfers relativeren onder verwijzing naar de foutenmarge waarmee de berekeningen van het CPB behept zijn. Immers, de berekeningen worden gemaakt met een model dat geschat is op basis van de ontwikkeling in het verleden van een beperkt aantal factoren, die met fouten gemeten zijn. Dat betekent dat het zeer onwaarschijnlijk is dat het geschatte effect het werkelijke effect is. Veeleer is er sprake van een interval waarin de ware waarde met een bepaalde mate van waarschijnlijkheid ligt. Als rekening wordt gehouden met de foutenmarge, verschrompelen er heel wat verschillen tussen de verkiezingsprogramma’s.

Ondanks hun tekortkomingen zijn de berekeningen van het CPB nuttig en informatief. Zij leggen inconsistenties en verborgen gebreken in de verkiezingsprogramma’s bloot. Zo zal het CPB ongetwijfeld de voorstellen om te bezuinigen via korting op afdrachten aan de EU aan de kaak stellen, omdat Nederland hierover nu eenmaal niet eenzijdig beslist. Ook is het mogelijk om de CPB-berekeningen aan te vullen met gegevens uit ander onderzoek. Zo berekent het CPB alleen de kosten van investeringen in een beter milieu en blijven de baten buiten beschouwing. Maar de baten worden wel berekend door het Planbureau voor de Leefomgeving. Door beide berekeningen te combineren kan een redelijk volledig beeld worden verkregen.

Kortom, door rekening te houden met de tekortkomingen van het CPB-model en met de neiging van politieke partijen om voor hen gunstige effecten uit te vergroten kan de kiezer zich toch een aardig beeld vormen.

Henk Folmer is hoogleraar economie aan de Rijksuniversiteit Groningen.