Wetenschap twist over gevaar aswolk

Was de concentratie vulkaanas die maandag boven Nederland hing ongevaarlijk? Of namen luchtvaartautoriteiten een terechte beslissing?

Op grond waarvan beslissen luchtvaartautoriteiten of het luchtruim moet worden gesloten? Elke keer als een aswolk van de IJslandse vulkaan Eyjafjallajökull deze kant op komt, staan ze voor een bijzonder lastige keuze. De beschikbare informatie is beperkt en de onzekerheid is groot.

Maandag ging het Nederlandse luchtruim dicht. De luchtvaartbranche sprak woedend van een „overreactie”. En Nederlandse astronomen stellen dat „autoriteiten van allerlei pluimage” zich met het dichtgooien van de luchthavens proberen in te dekken. „They try to cover their asses”, aldus de Leidse astronoom Harry van der Laan.

Zijn de luchtvaartautoriteiten te voorzichtig? Peter van Velthoven, hoofd chemie en klimaat van het KNMI, vindt van niet. Hij wijst erop dat het KNMI en de Duitse lucht- en ruimtevaartorganisatie DLR maandag boven Nederland riskant hoge concentraties vulkaanstof hebben gemeten.

De lidar, een laserapparaat van de KNMI in het dorpje Cabauw, mat een asconcentratie van 0,6 milligram per kubieke meter. Een deeltjesteller op een Duitse straaljager kwam uit op 0,8 milligram per kubieke meter.

Van Velthoven erkent dat die asconcentratie lager ligt dan de absolute bovengrens van 2 milligram per kubieke meter die fabrikanten van vliegtuigmotoren vorige maand hebben becijferd. „Maar voorzichtigheid is nodig”, zegt hij. „Omdat we te maken hebben met grote onzekerheid. Onze metingen kunnen er makkelijk een factor twee naast zitten.”

Astronoom Van der Laan gelooft niet in de gevaren van de aswolk. „Van de vulkaanas die aan de zuidkust van IJsland wordt uitgestoten valt 99,9 procent in zee voordat die ons land bereikt”, zegt hij. „De modellen die weersinstituten en de Vulkanische As Advies Centra gebruiken om de asconcentratie in het Europese luchtruim te berekenen houden met die uitval geen rekening.”

Volgens Van Velthoven is die kritiek niet terecht. Hij legt uit dat de kaarten die de Vulkanische As Advies Centra publiceren uitgaan van een bepaalde hoeveelheid as die vanuit IJsland de lucht in vliegt. Ook de hoogte van de askolom is in de modellen van belang. „De hoeveelheid as die de Eyjafjallajökull uitspuugt weten we niet precies. Dat is nog een extra reden om de limieten die de internationale luchtvaartautoriteiten hebben gesteld met voorzichtigheid te hanteren.”

Van Velthoven: „Het computermodel dat de aswolk voorspelt gaat uit van duizenden asdeeltjes die boven IJsland worden losgelaten. Van elk van die asdeeltjes beschrijft het computermodel een baan door de lucht. Dit traject is afhankelijk van de windsnelheid, horizontaal en verticaal, maar ook van de valsnelheid van de deeltjes. Dat aspect wordt in de modellen dus wel degelijk meegenomen.”

Volgens astronoom Van der Laan kwam de asconcentratie die uit de modellen rolde „over het algemeen wel”, maar „niet altijd” overeen met de werkelijke concentratie die boven Nederland en de Noordzee werd gemeten.

Van der Laan heeft nog een reden om aan te nemen dat de luchtvaartautoriteiten te voorzichtig zijn. „In april hadden we ondanks de aswolk te maken met strakblauwe hemels”, zegt hij. „En ook in de afgelopen dagen was er weinig van te zien. Van metingen die wij hebben uitgevoerd in de omgeving van onze sterrenwacht op La Palma weten we dat je 2 milligram stof per kubieke meter zou moeten kunnen zien. De lucht oogt dan witter, dat weten wij uit ervaring.”

Volgens Van Velthoven was de aswolk vanaf de grond begin deze week wel degelijk waarneembaar, al heeft hij dat zelf niet kunnen constateren. Hij voegt eraan toe: „Misschien ziet Saharastof er in de atmosfeer anders uit dan vulkaanas. Zeker is in elk geval dat de mensen van het Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium die in de afgelopen dagen de lucht in zijn geweest met een Cessna Citation de aswolk wel hebben waargenomen. Hij hing tussen tussen 3,5 en 6 kilometer.”

Volgens Van der Laan blijven er op grote afstand van de vulkaan alleen kleine deeltjes over. „Die deeltjes komen niet in de vliegtuigmotor terecht”, zegt hij. „Ze stromen weg langs de romp en ook de voorruit van de cockpit wordt er niet door beschadigd.”

Het KNMI en de astronomen zijn het erover eens dat de asconcentraties die in de afgelopen weken zijn waargenomen in de buurt liggen van de concentraties zand boven Europa die soms gepaard gaan met een Saharastorm. Van der Laan: „Waarom wordt er in dat Saharazand wel doorgevlogen en niet in een aswolk?”

KNMI-directeur Van Velthoven laat even een stilte vallen voordat hij die vraag beantwoordt. Dan zegt hij: „We hebben nu eenmaal te maken met de normen die de International Civil Aviation Society ons oplegt.”