Voor de sopraan Jo Vincent

Na mijn eindexamen zorgde ik een paar maanden voor een bejaarde Russische gravin in Zuid-Frankrijk. Als hulp in de huishouding werd ik niet alleen geacht voor haar te koken, te wassen en haar naar afspraken bij de hartspecialist te brengen, maar ook om de grote, stinkende herder te voeren en uit te laten. Tussen de zee en de Zuid-Franse villa van mijn werkgeefster slingerde een rotspad waarover Figaro mij twee keer per dag luid blaffend aan zijn riem voorttrok.

Op dit pad kwam ik op een dag een oudere Nederlandse dame tegen met haar teckel, die me uitnodigde om chocoladekoekjes bij haar te komen eten. Ze woonde bovenin de villa, in een appartement dat vol hing met foto’s van een indrukwekkende verschijning in avondtoilet achter een microfoon of voor een orkest. Terwijl ze mij en de teckel koekjes voerde vertelde de dame dat zij dat was, op al die foto’s. Dat ze vroeger zangeres was geweest. ‘Lang voor jij geboren was, dus helemaal niet belangrijk,’

Nuchter was ze en ze nam geen blad voor de mond. Toen ze me een keer had zien roken, gaf ze me flink op mijn donder (‘Stoppen daarmee!’) en ze bemoeide zich graag met mijn toekomstplannen (‘Hoe oud? Achttien? Hoogste tijd om te gaan trouwen’).

Pas toen ik weer thuis was en mijn moeder vertelde dat ik koekjes had gegeten met ene Jo Vincent werd me duidelijk dat deze dame een van de grootste zangeressen was die Nederland ooit heeft gekend.

In een tweedehands boekwinkel kocht ik haar autobiografie Zingend door het leven, maar haar geestige, nuchtere stem vond ik er niet in terug. Later las ik ergens dat het boek was geschreven door haar tweede echtgenoot.

Wat zou ik voor haar maken, als ze nog leefde? Iets uit Recepten van de Haagsche Kookschool, denk ik, omdat dat verscheen in 1898, Vincents geboortejaar. Er staan veel vermakelijke gerechten in, waaronder verbazend veel met truffel (was er soms een overschot aan truffel rond 1900? Hoe zit dat?) Voor Mevrouw Vincent maak ik deze rechttoe rechtaan koekjes, die door de citroenschil toch buitengewoon lekker zijn. Ze dienen volgens mevrouw Manden van de Haagsche Kookschool te worden bereid met dubbelkoolzure soda, maar met bakpoeder gaat het ook prima. Meng suiker en melk, kneed daar vervolgens de boter door en voeg dan het bakpoeder, de citroenschil en de bloem toe. Goed kneden en het deeg tien minuten laten rusten. Een rol maken en daar plakjes van snijden van 1 centimeter dik. Eventueel bestrooien met kristalsuiker of bestrijken met geklopt ei. Ongeveer twintig minuten in de oven (180 graden). Opeten als ze nog een beetje warm zijn.

Wie Jo Vincent (nog) een keer wil horen zingen: op You Tube is onder meer een live opname vanuit het Concertgebouw in Amsterdam uit 1939 te beluisteren van het lied Sehr behäglich, gedirigeerd door Willem Mengelberg.

Na allerlei vooroorlogs gekuch en gefriemel met programmabladen is daar ineens haar loepzuivere, prachtige sopraan.

Gisteren luisterde ik ernaar, mijn mond vol citroen en suiker en zag haar weer voor me zoals ze was in 1987. Hangend over de rand van haar balkon, teckel onder de arm geklemd. Haar stem was inmiddels gezakt tot een diepe bariton. „Zeg, dametje”, riep ze naar me, „kom je vandaag nog koekjes eten?”