Vangnet euro kan groter worden

De lidstaten van de eurozone hopen dat hun steunpakket van 520 miljard euro voor Spanje, Portugal, Ierland en Griekenland nooit helemaal hoeft te worden aangesproken. Maar als ze ernaast zitten, zou de rest van de eurozone ongeveer 7 procent van het bruto binnenlands product (bbp) moeten bijdragen. Hoewel dat voor de meeste landen dragelijk is, zou het de schuldenlast van Italië doen oplopen tot 125 procent van het bbp.

Aanvankelijk zou de door de diverse overheden toegezegde steun niet al te ernstige gevolgen mogen hebben voor de financiën van de lidstaten. Het eerste deel van het pakket omvat leningen ter waarde van 80 miljard euro ter ondersteuning van Griekenland. Deze kredieten zijn voorwaardelijk en kunnen pas na drie jaar volledig zijn opgenomen. Maar dit bedrag valt in het niet bij de 440 miljard euro aan garanties die de lidstaten hebben beloofd ter beschikking te zullen stellen via een zogenoemd ‘speciaal vehikel’ (SPV).

Met een beetje geluk zullen deze garanties helemaal niet nodig zijn. De Europese Centrale Bank koopt staatsobligaties op en verstrekt ongelimiteerde kredieten aan banken om de markten soepel te laten functioneren. Zolang het plan werkt en er geen beroep moet worden gedaan op de garanties, hoeft het volledige bedrag van 440 miljard euro niet te worden opgenomen in de verhouding tussen de staatsschuld en het bbp.

Maar dit rooskleurige scenario kan anders uitpakken als de zwakkere staten er niet in slagen de markten ervan te overtuigen dat ze hun financiën onder controle kunnen krijgen, waardoor de SPV alsnog in actie zou moeten komen. Het zou kunnen dat Duitsland uiteindelijk 123 miljard euro van het geld op tafel moet leggen, en Frankrijk en Italië respectievelijk 92 en 81 miljard euro. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat alle lidstaten van de eurozone - met uitzondering van Griekenland - hun garanties gestand kunnen doen. Als dat niet het geval is, zouden de sterkere landen nog meer moeten inbrengen. Het totale steunpakket zou dan een omvang bereiken van 7 procent van het bbp, ervan uitgaande dat Portugal, Ierland en Spanje allemaal wegvallen, en inclusief de 80 miljard euro voor Griekenland. De rekening voor Duitsland zou dan 169 miljard euro kunnen bedragen, die voor Frankrijk 127 miljard euro en die voor Italië 112 miljard euro.

De extra lasten hoeven niet evenredig te worden verdeeld. Het aandeel van de Duitse overheid kan met een vijfde worden verhoogd, afhankelijk van goedkeuring door het parlement. Als het aandeel van de zwakkere staten vervolgens wél evenredig wordt verdeeld onder de rest, zou de omvang van de Italiaanse staatsschuld van de voor dit jaar voorspelde 118 procent van het bbp stijgen naar 125 procent van het bbp. Als de garanties ooit nodig mochten zijn, zou de crisis van de eurozone een nieuwe fase ingaan.

Neil Unmack