Tea Party boekt successen in boos Amerika

Joe the Plumber, zoals de gewone Amerikaan in de verkiezingscampagne in 2008 is gaan heten, is boos. Boos op de bankiers die het land in de kredietcrisis hebben gestort, boos op de politici die de banken ondersteunen met belastinggeld. En hoe de conservatieve Tea Party-beweging al die boosheid zal kanaliseren bij de Congresverkiezingen in november, was gisteren duidelijker dan ooit, volgens Amerikaanse media.

Twee anti-overheidsgezinde kandidaat-senatoren wonnen bij de voorverkiezingen de nominatie van hun partij. Democraten én Republikeinen zijn gewaarschuwd.

In Kentucky versloeg Republikein Rand Paul, een nieuwkomer met een achterban van Tea Party-aanhangers, Trey Grayson. Grayson is de hoogste ambtenaar van de staat die de steun had van de leider van de Republikeinen in de Senaat, Mitch McConnell.

In Pennsylvania werd de Democraat Arlen Specter, gesteund door president Barack Obama, na bijna dertig jaar als senator verstoten door oud-admiraal van de marine Joe Sestak.

De afstraffing van Snarlin Arlen, zoals de agressieve debater Specter wel wordt genoemd, komt na zijn overstap van de Republikeinen naar de Democraten vorig jaar, toen zijn nominatie al op het spel stond. Sestak speelde hier handig op in door Specters Democratische gehalte te betwijfelen. Sestak noemde zijn nominatie een overwinning op „ het establishment, de status quo, zelfs op Washington D.C.”

De winnaar in Kentucky, Republikein Rand Paul, omschreef zijn zege als een „enorm mandaat” voor de Tea Party. Hij had ook een boodschap voor de federale overheid die de belastingbetaler als „persoonlijke pinautomaat” leek te zien. „We zijn gekomen om onze regering te heroveren.” (AP)