'Sociaal-economisch gezond in het nieuwe Paars'

Alexander Pechtold (D66) wil hervormen. „Er is een generatie die een doorbraak kan forceren.” Gesprekken met lijsttrekkers, deel vier.

Het grootste probleem van Den Haag, zegt Alexander Pechtold, is dat het niet wordt gezien als de plek waar maatschappelijke discussies worden gevoerd en problemen opgelost.

De lijsttrekker van D66 zit met zijn fractie wat weggestopt in een zijgang van het Kamergebouw – waar de kleintjes zijn ondergebracht. Want klein was D66 de afgelopen jaren: na 2006 had het nog drie zetels. Het maakte Pechtold niet minder aanwezig in het debat. Scherp en vaak ook gevat voerde hij oppositie tegen het vierde kabinet-Balkenende. Hij ontpopte zich als fervent bestrijder van PVV-leider Geert Wilders. Het loonde. D66 is weer een politieke factor.

Alexander Pechtold zit erbij als Alexander Pechtold. Haar keurig in model, pretoogjes, blosjes op de wangen, verantwoorde das, niet te opvallende manchetknopen, jasje uit. Kom maar op, straalt hij uit.

Geen interview met een lijsttrekker tegenwoordig zonder examenvraag...

„99 cent? Misschien 78 cent?”

Nee, u bent van D66: wat kost een Volvo Stationcar? Met alles erop en eraan, natuurlijk.

„In denk dat die al gauw rond de 50.000 euro zit. Niet degene waar mijn vrouw in rijdt, hoor. Die zit op sloopwaarde.”

Zijn het legitieme vragen aan een politicus?

„Ik vind het niet erg. Soms is het wel prikkelend. Nadat ik Cohen bij Nova ondervraagd zag worden vroeg ik mezelf ook af hoe het met mijn parate kennis zat. Maar laten we alsjeblieft niet naar een situatie gaan waarbij lijsttrekkers alleen nog maar door dit soort quizzen heen moeten.”

Er is een vliegramp, en de verkiezingscampagne ligt vijf dagen stil, terwijl het land vrolijk doordraait. Niemand die zich durft te verzetten.

„De politiek is zich ervan bewust zeer kwetsbaar te zijn voor publieke verontwaardiging. Er hoeft maar één medium of één partij te zeggen: kijk die politici eens. Daar is een overmatige gevoeligheid.”

Ook bij D66.

„Ja natuurlijk.”

Hoezo natuurlijk? Politiek is niet voor bange mensen, horen we altijd.

„Dat is ook zo. Maar de drie grote partijen hadden hiertoe besloten en dan maak je de afweging of je er tegenin gaat en daar een publiek debat over gaat voeren.”

Is de emotionaliteit in de samenleving een vaststaand gegeven?

„Er schreeuwt een man bij een herdenking. Zijn we nu zover dat we echt angstig zijn voor een man met een baard? En kijken we dan alleen maar naar de overheid? De maakbaarheid van veiligheid, zit die daar? De overheid, die sloeg het eerst op hol op de Dam.”

De hysterie is overal?

„Het is de keerzijde van de enorme verrijking van de afgelopen vijftig jaar in West-Europa. Die heeft mensen kansen gegeven in het leven, maar ook nieuwe winnaars en verliezers gemaakt. Individuen zoeken houvast en waarden. Men kan zich niet meer vanzelfsprekend identificeren met kerk, vakbond of andere vaste ankers. Dat maakt het onrustig. Maar ik ben ervan overtuigd dat het uiteindelijk goed is voor de maatschappij. Die bestaat niet uit groepen, maar uit de som der individuen.’’

Individuen die van D66 vooral zichzelf moeten ontplooien?

„Als sociaal-liberalen dienen we wel oog te hebben voor de mensen die niet meekunnen. Er zijn 1,5 miljoen laaggeletterden in dit land. Dan kan ik met mijn kosmopolitische blik de welvaart en alle mogelijkheden schetsen, maar we moeten de voor- en de achterhoede bij elkaar houden.”

D66 is sinds de deelname aan Balkenende II in 2003 economisch toch gewoon een rechtse partij geworden?

„Volstrekte onzin. De vraag is hoe we de verzorgingsstaat die hier en daar wat uit de kluiten gewassen is verantwoord kunnen doorgeven aan een volgende generatie.”

Er wordt alleen maar hervormd omdat er een crisis is.

„Quatsch. Quatsch! Al onze plannen – voor de arbeidsmarkt, de woningmarkt – dateren van voor de crisis. Ik heb de verhoging van de AOW-leeftijd nooit als crisismaatregel gebracht, maar als oplossing voor een arbeidsparticipatieprobleem. Dat er alertheid is bijgekomen door het tekort van 30 miljard, oké! Daarom heb ik zo’n probleem met het woord bezuinigen. Het is hervormen.”

U wilt de verzorgingsstaat behouden, maar bezuinigt 4 miljard op zorg, onder meer met een hogere eigen bijdrage en meer marktwerking.

„Wij vragen, afhankelijk van het inkomen, een maximale eigen bijdrage van 400 euro. En we sluiten de minima daarvan uit. Marktwerking klinkt alsof we de kwaliteit te grabbel gooien. Nooit! De beschaving van een land meet je af aan de zorg en aan het onderwijs. Dat betekent niet dat je geen enkele discussie kan hebben over de betaalbaarheid ervan.”

U wilt 3,5 miljard op openbaar bestuur bezuinigen. Hoeveel ambtenaren gaat u ontslaan?

„Ik vind dat een verkeerde start van de discussie. Je moet eerst vertellen wat je niet wilt. Wij zeggen: er komen minder ministeries, provincies en waterschappen gaan samen, dubbele functies en overbodige taken verdwijnen.”

U draait eromheen. Een dubbeling is een ambtenaar. U zegt dus: er worden tienduizenden ambtenaren ontslagen.

„Die uitspraak... wil ik best voor mijn rekening nemen. Als het niet het doel op zich is. Mij gaat het om een lean en mean overheid, in tijden van bezuinigen laten zien dat je ook als overheid bent uitgegroeid.”

Het is nog nooit gelukt.

„Er is maar één die dat kan besluiten, dat is het CPB dat donderdag de bezuiniging wel of niet goedkeurt.”

Het CPB doet een voorspelling, dat is geen werkelijkheid.

„Oh... Als de vraag is, heb je het lef om het te doen? Ja!”

We hadden niet verwacht dat u nee zou zeggen.

„Ik ben voor de direct gekozen dit, en de direct gekozen dat, en het referendum. Maar de allerbelangrijkste mogelijkheid voor bestuurlijke vernieuwing is de komende vier jaar bij die provincies en waterschappen.”

U vindt dat partijen moeten vertellen met wie ze moeten regeren. Zegt u het maar.

„Ik wil een progressief kabinet. Een nieuwkomer in het spel moet daar in meer dan twee, drie televisiedebatten iets over zeggen.”

U bedoelt PvdA-lijsttrekker Job Cohen?

„Ja, ik zou willen dat we daar een beetje helderheid hebben.”

Die zit toch gewoon in de verkiezingsprogramma’s?

„PvdA, en CDA, komen alleen met wat ze allebei niet willen, en verder alleen een magisch bezuinigingsgetal. Dan is bij mij de vraag: wat gaat Job Cohen doen? Ik zie bij VVD en GroenLinks andere keuzes dan bij ons, maar het is doorrekenbaar en helder.”

Dat is toch niet hetzelfde als progressief? De VVD wil de hypotheekrenteaftrek niet beperken, is geen voorstander van beprijzen van vervuiling, wil geen kilometerheffing.

„Dat klopt, de VVD heeft inconsequente elementen. Ze noemen zich Groen Rechts, en we zullen ze uitdagen dat waar te maken.”

U geeft halve duidelijkheid. U zegt: maak tevoren duidelijk wat je als kiezer krijgt na de verkiezingen. Maar als wij vragen met welke partijen u dat wilt, valt er een stilte.

„Er valt helemaal geen stilte. Er ligt een duidelijk verhaal. Een stem op D66 zorgt dat Rutte niet met Wilders gaat, en Cohen niet de conservatieve SP erbij trekt. Dat zorgt sociaal-economisch voor een gezond midden. En dat gezonde midden zou in het nieuwe Paars een grote kans hebben.”

Het nieuwe Paars? Wat is dat?

„Een krantenkop ‘Pechtold kiest voor Paars’ zou fout zijn. Ik wil geen verwarring. Als ik nu zeg GroenLinks en VVD, en ik daag Cohen uit te vertellen of hij wil hervormen, dan denk ik dat ik duidelijker ben dan wie dan ook.”

De Britten hebben in een paar dagen een bondig coalitieakkoord gesloten. Is dat een idee voor Nederland, in plaats van dat iedereen hier weer drie maanden over het Binnenhof banjert?

„Je moet de allerbelangrijkste hervormingsknopen doorhakken, afspreken wat je wel en niet doet, en het ruilen tussen coalitiepartijen vastleggen in een akkoord. Alle details vastleggen in een dik boekwerk geeft een nodeloos moeizame sfeer aan de start.”

Hoe groot is de kans dat die wil om samen moeilijke keuzes te maken ontstaat, na een campagne waarin alle partijen vertellen hoe slecht de tegenstander voor het land is?

„Ik voel dat heel veel politici buiten hun partijpolitieke harnas formuleren. Er is een generatie die een doorbraak kan forceren. Omdat we iets terug te verdienen hebben. Niet het opgelegde gezag van de zilveren ketting van de burgemeester, of het krijtstreeppak van de bankier of de paarse jurk van de priester. Het bewezen gezag, gezag door overtuiging. Daarom zitten politieke leiders in de Kamer. De komende jaren hebben we misschien wel een krachtiger Kamer nodig dan kabinet. Laat daar maar acht mensen van statuur en verdiensten in zitten die verbazen door vindingrijkheid. Dat is mijn droom. Soms moet je dromen.”