Schreeuwer mag niet onder de brug liggen

De man die op 4 mei de Dodenherdenking verstoorde, wordt ervan verdacht de koningin in gevaar te hebben gebracht.

De Amsterdamse zwerver die bekendstaat als ‘de rabbijn’ maakt een bliksemcarrière in het strafrecht. Direct nadat door zijn schreeuw paniek uitbrak bij de Dodenherdenking op de Dam, werd hij opgepakt voor ordeverstoring. Kort daarna schroefde het Openbaar Ministerie (OM) de verdenking op naar zwaar lichamelijk letsel door schuld. Een paar dagen later kwam er nog een derde verdenking bij: het in gevaar brengen van de koningin en haar familie. Volgens een zelden in stelling gebracht wetsartikel staat hierop een maximumstraf van zeven jaar en zes maanden.

Gisteren besloot de Amsterdamse rechtbank dat de 39-jarige man, die gekleed gaat als orthodoxe jood, zijn proces in de cel moet afwachten. Recidivegevaar is voor de rechters de belangrijkste reden, in combinatie met de veroordelingen voor diefstal, geweldpleging en drugsdelicten die hij al op zijn naam heeft staan.

In de paniek na de schreeuw raakten 63 mensen gewond. Leden van de koninklijke familie werden haastig in veiligheid gebracht. Maar bracht de man koningin Beatrix, prins Willem-Alexander en prinses Máxima in gevaar?

Onzin, zegt hoogleraar strafrecht Ybo Buruma. „Daarvoor stond hij veel te ver weg.” Hoogstens ging er gevaar uit van de op drift geraakte menigte. Is dat aan de man toe te schrijven? „Het OM zegt dan dat hij willens en wetens de beweging in de menigte heeft doen ontstaan waardoor de koningin in gevaar kwam.” Buruma noemt dit „knutselen met je wettelijke instrumenten om een bepaalde uitkomst te bereiken”.

Toch ziet hij hiervoor een zekere rechtvaardiging. „Ik geef het OM gelijk dat ze zoeken naar een manier om hem te straffen. En ik ben geneigd met hen te denken dat die meneer niet onder een brug moet liggen terwijl de rechter uitspraak over hem doet. Je wilt heel duidelijk maken aan iedereen: dit pikken wij niet.” Als het OM maar in het oog houdt dat zijn zaak berust op „juridisch drijfzand”, zegt Buruma. „Je bent juridisch heel lelijk aan het redeneren om te zorgen dat hij aanwezig is bij zijn proces.”

Oud-Wallenmanager Freek Salm is verbijsterd dat de man nog drie maanden vast blijft zitten. Er is elk jaar wel een toerist of een gek die op 4 mei de stilte verbreekt, zegt hij. „Dit is de paranoia van de samenleving. En van de overheid.”

Salm, ook voormalig raadslid (PvdA) en stadsdeelvoorzitter, kent de zwerver van gezicht en maakt af en toe een praatje met hem. „Er zit geen kwaaiigheid bij, vind ik. Met zo’n strafblad als hij lopen er in de binnenstad honderden rond. Ja, hij heeft een kort lontje. En vaak een borrel op. En een grote mond.”

Het OM wil de man laten onderzoeken door een psychiater. Zijn advocaat Mariëlle van Essen zegt dat hij daar niet aan mee wil werken. „Hij wil zijn privacy behouden.” Naar eigen zeggen had hij op de avond van 4 mei stevig gedronken. „Het is niet duidelijk waarom hij schreeuwt. Volgens mij weet hij het niet.”

Van Essen gaat in beroep tegen de verlenging van het voorarrest. Ze is op zoek naar getuigen die een „minder eenzijdig beeld” kunnen geven van wat op de Dam gebeurde. „Ik heb sterk de indruk dat de paniek niet alleen is ontstaan door de schreeuw van deze meneer, maar ook door het omklappen van de dranghekken en het feit dat iemand ‘bom bom’ riep.”

Ook Freek Salm denkt dat anderen de echte paniekzaaiers zijn geweest. „De twee dametjes die zijn gaan gillen en de man die ‘bom bom’ riep, díé hadden op hun verantwoordelijkheid moeten worden gewezen.” Voor ‘de rabbijn’ was ontnuchteren in de cel genoeg geweest, vindt hij. „En een goed gesprek met een lid van de koninklijke familie. Leren die ook eens onderdanen kennen met wie het minder gaat.”