Rutte heeft geluk dat het over staatsschuld gaat

VVD-leider Rutte kon gisteren vol vertrouwen aan zijn campagne beginnen.

Zijn partij doet het goed in de peilingen. Wat verklaart het succes van de liberalen?

Wat doet Rutte nu toch fout? Met die vraag opende deze krant een jaar geleden een artikel over de VVD en partijleider Mark Rutte. Partijprominenten gaven antwoord. Rutte zou zich „te veel laten opjagen” (oud-partijvoorzitter Bas Eenhoorn), zou „weinig greep hebben op conservatieve stemmers” (erelid Frits Korthals Altes) en hij ging volgens de vorige week overleden oud-partijleider Hans Dijkstal „te veel in op de incidenten van de dag”.

Het was duidelijk. Rutte, aangetreden als vierde VVD-leider in zeven jaar, leek de negatieve trend waarin de partij was beland niet te kunnen keren. Hoe anders is dat nu. Inmiddels is de vraag gerechtvaardigd: wat doet Rutte nu toch goed? Volgens de peilingen stevent zijn partij af op meer dan dertig zetels. En afgelopen week kwam de VVD in de NIPO-peiling zelfs als grootste uit de bus.

En Rutte? Die is de onbetwiste leider. En de winnaar heeft gelijk. Achteraf was het dus een goede beslissing de onruststokende Rita Verdonk uit de fractie te zetten. Ook was het verstandig geen poging te doen om Geert Wilders terug te halen – een gedachte waar Rutte eind 2005 mee worstelde. Rutte was op dat moment staatssecretaris van Onderwijs. En zelfs zijn opstelling jegens de deserterende VVD’ers blijkt electoraal goed uit te pakken. Want anders dan D66-leider Pechtold besloot Rutte de confrontatie met Wilders uit de weg te gaan. Dat leidde tot stevige kritiek, binnen en buiten de partij, maar Rutte hield voet bij stuk en ziet nu hoe PVV-kiezers langzaam terugkeren bij de VVD.

Maar is er inhoudelijk ook iets veranderd? Wat heeft Rutte gedaan om de VVD weer op de kaart te zetten?

Niet veel, zeggen vriend en vijand. Hij heeft vooral geleerd „minder” te doen, zeggen partijstrategen. Enthousiast als hij is, bleek Rutte in voor iedere gedachte die voorbij vloog. Zo wist Nederland nog maar net van zijn initiatief ‘groen rechts’ of hij sprak alweer over de mogelijkheid de Holocaust te ontkennen. Ook de prominenten, die inmiddels zijn bijgedraaid, roemen Ruttes vermogen „consequent koers” te houden. „Rutte werd in januari 2008 uitgelachen toen hij economisch zwaar weer voorspelde. Hij heeft gelijk gekregen”, zegt Patrick van Schie, directeur van het wetenschappelijk bureau van de VVD. Bovendien, zegt Geert Dales, is aan de manier waarop Rutte toespraken houdt, te zien dat hij „bevrijd is” van de interne sores die de VVD zo lang plaagden. Allen wijzen op de rol van partijvoorzitter Ivo Opstelten. Korthals Altes: „Opstelten heeft voor de interne rust gezorgd, die maakt dat Rutte niet over zijn schouder hoeft te kijken. Hij kan zich concentreren op zijn tegenstanders.”

Opstelten hielp Rutte te overtuigen van het belang van minder doen. Vorig jaar zei hij al dat Rutte moet leren te „hameren op een aantal heldere, eenduidige standpunten. Als je slim en snel bent, zoals Rutte, kan zoiets al snel saai lijken. Maar het moet.”

De les was duidelijk: je kunt als politiek leider niet duidelijk genoeg zijn en jezelf niet vaak genoeg herhalen. Wat is de boodschap van Rutte? Meer asfalt, minder belastingen. En tegelijk hard bezuinigen op sociale voorzieningen en het ambtenarenapparaat om zo de uit de rails lopende overheidsfinanciën te saneren. En: Rutte belooft niet te tornen aan de hypotheekrente-aftrek.

De politieke concurrentie zegt: hij heeft gewoon mazzel gehad. Door de crisis heeft Rutte het ‘geluk’ dat deze verkiezingen gaan over de snel oplopende staatsschuld.

Tot op zekere hoogte geven VVD’ers hun critici gelijk. Korthals Altes: „Het zijn niet de moslims die de euro onderuit halen.” Met andere woorden: het gaat niet meer over wie het beste immigratiebeleid heeft. Het gaat om aloude bread and butter-issues, waarin de koplopers in de huidige peilingen, VVD en PvdA, zich helder tegenover elkaar kunnen afzetten.

Bovendien heeft de VVD momenteel weinig last van de PVV, die in de laatste maanden op sociaal-economisch gebied de rechtervleugel heeft verlaten. Wilders’ partij strijdt tegen verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd, de versoepeling van het ontslagrecht en een verhoging van het eigen risico in de zorg. Allemaal punten waarop ze de VVD diametraal tegenover zich vindt. Het CDA staat dichterbij, maar heeft het momenteel ongewoon moeilijk met zichzelf en het matige imago dat de partij verkreeg in het kabinet-Balkenende IV.

Tegelijk speelt nog een andere oorzaak van het VVD-succes. In de politiek veroorzaakt winst vanzelf meer winst. Want mensen stemmen graag op winnaars. Politicologen noemen het wel het bandwagon effect, een term die ontleend is aan de economische wetenschap. Dat effect bestond altijd al, maar door de toenemende media-aandacht voor de verkiezingscampagne en opiniepeilingen is het effect alleen maar vergroot. Journalisten zoeken bij goede peilingen naar redenen voor succes, terwijl ze bij dalende peilingen eerder genegen zijn ontevreden partijleden aan het woord te laten en inconsistenties in verkiezingsprogramma’s bloot te leggen. In het artikel over de VVD van een jaar geleden voorzag wetenschapper Gerrit Voerman het einde van de partij.

Rutte mag daar nu om lachen. Zolang het debat over de overheidsfinanciën gaat, hoeft hij niet veel te doen om het succes voort te laten duren. Geen fouten maken, dat is het devies. Dat klinkt eenvoudig, maar is in een verkiezingscampagne misschien wel het allermoeilijkste. Toch is het zelfvertrouwen bij de VVD momenteel groot. Een enkele partijprominent waagt zich zelfs aan een optimistische voorspelling. Korthals Altes: „In tijden van economische onzekerheid zoeken mensen zekerheid bij de VVD. Dat leidde tot de kabinetten-Van Agt I en Lubbers I. En nu zal het tot het kabinet-Rutte I leiden.”

Rutte als premier. Het roept direct de vraag op of Rutte dat ook kan. Politici van andere partijen spinnen steeds wanhopiger dat Rutte als premier een geloofwaardigheidsprobleem heeft. In werkelijkheid blijken Nederlanders hem, zo blijkt uit recent onderzoek van TNS-NIPO, liever te zien als premier dan Jan Peter Balkenende. Maar het moet gezegd: Neelie Kroes scoort nog beter, niet onder VVD’ers, maar wel onder het gehele electoraat. Daardoor blijft de vraag actueel: schuift Rutte in de laatste campagnedagen Kroes alsnog als premierskandidaat naar voren? Zijn naaste adviseurs geloven er niets van. Een van hen: „Daarvoor is hij niet door al die ellende van vorig jaar gegaan.”