Persoonlijk of politiek

‘Dutch Premier In Scandal Over A Girl. Money Gifts May End His Government.’ Deze vette kop stond op de voorpagina van Engelands meest gelezen krant, de Daily Express, op 27 juni 1936. De betreffende premier was Hendrikus Colijn (1869-1944), de grote antirevolutionaire roerganger die in de jaren 20 en 30 vijf kabinetten leidde.

De krant was sensatiebelust, maar het stuk over Colijn was niet uit de lucht gegrepen. Zijn kabinet was inderdaad in een interne crisis geraakt wegens de (vermeende?) liefdesrelatie van Colijn met een ongehuwde, 35-jarige Duitse operettespeelster.

Colijn ontkende de affaire – ‘wie mij kent gelooft daarvan niets’ – maar hij had enkele weken eerder in de ministerraad wel moeten toegeven dat hij de voluptueuze Hella Schultz grote sommen geld had geschonken, zelfs nadat hem ter ore was gekomen dat zij connecties met dubieuze banken onderhield. Pas na lange discussie steunden de ministers hun premier. Ze besloten een ontlastende verklaring op te stellen voor het geval de affaire in de publiciteit zou komen. Dat gebeurde inderdaad; een obscuur fascistisch krantje bracht de primeur.

De volgende dag bleef het vrij rustig. Alle landelijke dagbladen namen, onder het mom van ‘weerlegging van achterklap’, de regeringsverklaring bijna letterlijk over: ‘de ten aanzien van dr Colijn geweven geruchten missen elken feitelijken grondslag.’ Hoewel de kranten grote vraagtekens bij deze verklaring hadden kunnen zetten – dat blijkt wel uit de enkele jaren geleden verschenen biografie van Colijn – stonden zij op het standpunt dat privé en politiek gescheiden moesten blijven. Alleen de Britse Daily Express had een andere taakopvatting van journalistiek. Maar omdat in Nederland werd neergekeken op buitenlandse sensatiekranten en fascistische blaadjes doofde de affaire als een nachtkaars.

Wat betreft de berichtgeving over privé-aangelegenheden van politici zijn inmiddels de opvattingen veranderd: het persoonlijke is politiek geworden. Nadat RTL-Boulevard de onthulling over Jack de Vries’ ‘uithuiszetting’ had geleverd, pakten de landelijke dagbladen zodanig uit dat de staatssecretaris zich genoodzaakt zag af te treden. De lancering van het politieke roddelblad Binnenhof past in dit beeld – zelfs de vuilniszakken van politici zijn niet meer veilig. Hendrikus Colijn zou aangeschoten wild zijn geweest. Maar in 1936 kon hij nog rustig drie jaar doorregeren.