Kiev en Moskou flirten weer

Nieuwsanalyse

Het staatsbezoek van de Russische president Medvedev aan Oekraïne onderstreept de nieuwe verhoudingen. Maar Kiev loopt niet aan de leiband.

Op het eerste gezicht lijkt de liefde tussen Oekraïne en Rusland weer even onstuimig te bloeien als in de jaren voorafgaand aan 2005, toen de Oranjerevolutie in Kiev politici aan de macht bracht die het Westen boven Rusland prefereerden.

De opgewektheid over de ‘terugkeer’ van Oekraïne naar Rusland was dan ook onafgebroken te lezen van het gezicht van president Medvedev, die tijdens zijn tweedaagse staatsbezoek aan zijn Oekraïense collega Janoekovitsj (gisteren en eergisteren) grappend opmerkte dat de zware regen in Kiev de slechte verstandhouding tussen beide landen had weggespoeld. Vervolgens was het tijd om met Janoekovitsj een reeks samenwerkingsverdragen te ondertekenen, op gebied van vliegtuigbouw, inlichtingendiensten, en de omstreden grens tussen Rusland en het Oekraïense schiereiland de Krim. Ook beloofde Medvedev een drievoudige groei van de handel tussen de landen, in een jaar tijd.

Maar al meteen op de eerste dag van het bezoek bleek dat Oekraïne baas in eigen land wil blijven en dat de komst van Medvedev – zijn eerste bezoek aan Oekraïne – niet betekent dat het in het vervolg aan de leiband van Rusland loopt. Dat laatste vreesden diverse Oekraïense analisten en oppositiepolitici, nadat Rusland eind april in ruil voor een miljardenkorting op gasleveranties de toezegging van Janoekovitsj had gekregen dat de Russische Zwarte-Zeevloot nog zeker 25 jaar op de marinebasis in Sevastopol op de Krim mag blijven, als in 2017 het huurcontract afloopt.

Toen Medvedev een krans legde bij het monument voor de Holodomor – zoals Oekraïne de hongersnood van de jaren dertig noemt, waarbij miljoenen mensen omkwamen – kreeg hij namelijk niet te horen wat hij had gewild. In de weken voorafgaand aan die plechtigheid had Janoekovitsj weliswaar toegegeven dat die Holodomor geen genocide was gericht tegen alleen Oekraïners, maar tegen iedereen die in die tijd in Oekraïne leefde. Maar ook zei hij dat die Holodomor georganiseerd was door Stalin, en dat stelde het Kremlin minder op prijs.

Ook heeft Janoekovitsj, tot ergernis van sommige Russische politici, zijn verkiezingsbelofte niet waargemaakt om het Russisch tot officiële staatstaal te verheffen en de op scholen gebruikte en onder Joesjtsjenko ingevoerde geschiedenislesboeken af te schaffen waarin Rusland als een vijandige staat wordt omschreven.

Maar het belangrijkste teken van Janoekovitsj’ weigering om onderhorig te zijn, lijkt vooralsnog zijn afhouden van het door premier Poetin voorgestelde plan om het Russische staatsenergiebedrijf Gazprom toegang te geven tot het pijpleidingstelsel in Oekraïne. Dat stelsel vervoert 80 procent van het Russische gas voor Europa. Gazprom wil het liefst fuseren met Naftogaz, het Oekraïense staatsgasbedrijf dat leidingen beheert. Maar Janoekovitsj wil dat alleen op gelijke voorwaarden, waarbij hij de fusie vooral ziet als een mogelijkheid om de verouderde pijpen te moderniseren.

Vooralsnog moet Janoekovitsj dus het voordeel van de twijfel worden gegeven als het gaat om het voeren van een onafhankelijke politiek. Aan de vooravond van zijn verkiezingsoverwinning in februari zeiden veel analisten dat Janoekovitsj in de eerste plaats een Oekraïense patriot zou blijven, die de belangen van zijn vaderland op de eerste plaats stelde.

Dat hij op het gebied van Sevastopol heeft toegegeven, is misschien de enige belangrijke concessie die hij heeft gedaan. Maar ook daar valt iets voor te zeggen, omdat hij zowel de economie van zijn land een nieuwe impuls heeft gegeven, als de Russen in Rusland en eigen land te vriend heeft gehouden.

Want net als zijn voorganger zal Janoekovitsj beseffen dat een verdere gang naar het Westen van levensbelang voor Oekraïne is, aangezien hij de hulp van de EU en het IMF bar nodig heeft voor het vlottrekken van de economie.