Gelukkig is er het afscheidsvers voor Lesbia

De eindexamens zijn deze week begonnen. NRC- redacteuren maken hun ‘slechtste’ vak opnieuw: gisteren was dat Latijn.

Lang nadat ik het gymnasium had afgerond kocht ik in een antiquariaat een oud boekje met idioom voor conversaties in het Latijn, vermoedelijk bestemd voor leerlingen van seminaria. Haud multum latinum scio luidde het eerste zinnetje: ik beheers het Latijn niet goed. Dat zette me aan het denken.

Zes jaar lang (in mijn geval zeven) elke week gemiddeld vijf uur Latijn – en wat had het me gebracht? Een paar flarden uit gedichten in het hoofd, het vermogen om met veel moeite lapidaire inscripties te ontcijferen, de kennis van een enkele uitdrukking. Noli me tangere, raak me niet aan. Die was misschien nog nuttig geweest voor seminaristen.

En ik heb natuurlijk – in 1984 – een proefvertaling gemaakt, ofwel een tekst vertaald die ik niet kende. Tegenwoordig bestaat het eindexamen Latijn, dat gisteren is afgenomen, nog maar voor de helft uit een proefvertaling en voor de andere helft uit voorbereide teksten. Onlangs heeft een commissie voorgesteld om de proefvertaling helemaal te schrappen, omdat te weinig leerlingen dat nog zouden kunnen. Het debat daarover is heftig.

Mijn proefvertaling was een geestelijke beproeving. De zenuwen voor het examen hadden vooral te maken met het feit dat ik de leraar niet wilde teleurstellen. Het Latijn beheerste ik redelijk en nooit was ik het mikpunt van het sarcasme van de leraar, die zijn minachting voor onkunde niet kon verbergen. Eén leerling, die later een handig politicus en bekwaam organisator werd, liet hij rustig een kwartier stuntelen met een vertaling, voordat hij vroeg: „En wat staat er echt?”

In zijn lessen, waarin hij het Latijn moeiteloos vermengde met literatuurwetenschap en Karel van het Reve, liet hij merken wel wat te verwachten van leerlingen als ik. Bovendien had ik kort ervoor een 10 + 1 gehaald voor een schoolonderzoek over Cicero. Dat schiep verwachtingen.

In werkelijkheid vertaalde ik helemaal niet zo vlot. Bij de voorbereiding van een schoolonderzoek Livius of Vergilius kostte de eerste pagina een uur, waarna de snelheid toenam tot een pagina per 20 minuten – nooit sneller.

„Het vertalen van een Latijnse tekst is als het maken van een über-sudoku”, vindt Eric Schneiders, leraar klassieke talen aan het Amsterdamse Cygnus Gymnasium/Pieter Nieuwlandt College. „Je moet puzzelen, je tanden erin zetten en volhouden.”

Dat lijkt mee te vallen met de proefvertaling van gisteren, een aanklacht van Cicero tegen een wrede stadhouder. De tekst is eenvoudig en ook zonder woordenlijst goed te volgen. En dan worden woorden als ‘socius’ (bondgenoot) en ‘tantum’ (zoveel) ook nog uitgelegd. „Toch zullen veel leerlingen een onvoldoende halen”, denkt Schneiders.

Want door de spectaculaire groei in de afgelopen jaren tellen gymnasia meer dan vroeger leerlingen als mijn stuntelende klasgenoot. En de leerlingen krijgen nog maar drie uur per week Latijn. Wat ze in die korte tijd leren, lijkt trouwens erg interessant. Het voorbereide deel van het examen bevat scherpe vragen, die dwingen om goed te redeneren. Zo moeten leerlingen uitleggen hoe Cicero de getuigen belachelijk maakt met het woord ‘provincia’ (een soort ambtelijke functie).

Vier van de vijf teksten zijn van Cicero, politicus en advocaat. Beetje veel misschien, ook al zijn de felle redevoeringen nog altijd actueel in een tijd waarin politiek en rechtszaken op een vuistgevecht lijken. Gelukkig is één tekst van Catullus, lyrisch dichter van vieze en verheven gedichten, en wel het mooie afscheidsvers voor de geliefde Lesbia. Vale puella! Iam Catullus obdurat. Dag meisje, Catullus verhardt zijn hart al.

Dat is nu zo’n gedicht dat is blijven hangen. Mijn oud-leraar Latijn vroeg onlangs wat we hadden overgehouden van zijn lessen. Het puzzelen, antwoordde ik, dat heeft me altijd geholpen bij het ontcijferen van rapporten en het lezen van lastige literatuur. Maar natuurlijk ook de literatuur als die van Catullus, dichter van ‘Odi et amo’. Ik haat en heb lief. Dat geldt ook voor de proefvertaling Latijn.

Examenopgaven en reacties op nrc.nl/onderwijs