Eensgezindheid over nieuw stelsel jeugdzorg

De jeugdzorg gaat binnenkort ingrijpend veranderen. Alle politieke partijen in de Tweede Kamer zijn het op hoofdlijnen eens met minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, CU) hoe de hulp aan kinderen met problemen verbeterd moet worden.

De parlementaire werkgroep Jeugdzorg presenteerde gisteren haar ‘toekomstverkenning’ voor een veel effectievere jeugdhulp. De verantwoordelijkheid voor alle vrijwillige jeugdzorg wil de werkgroep van de provincies naar de gemeenten verleggen. Bureaus jeugdzorg hoeven de behoefte aan deze zorg niet langer te beoordelen (indiceren). Zo kunnen kinderen snel in of dicht bij huis hulp krijgen. Door gemeenten uiteindelijk al het geld voor jeugdhulp te laten beheren, moet de versnippering van de hulp afnemen. Het stimuleert gemeenten ook om te investeren in het voorkomen van problemen in plaats van ze af te schuiven op provincies.

In zijn eigen toekomstvisie op de jeugdzorg bepleitte Rouvoet namens het kabinet vorige maand bijna hetzelfde, met twee belangrijke verschillen. De werkgroep wil gemeenten ook verantwoordelijk maken voor de psychische hulpverlening, de jeugd-ggz. Rouvoet niet. Volgens de werkgroep zouden de jeugdbescherming en jeugdreclassering bovendien geen gemeentelijke, maar een rijksverantwoordelijkheid moeten worden. Het risico zou anders ontstaan dat gezinnen die bij een gemeentelijk loket hulp vragen bij diezelfde instantie te horen krijgen dat hun kind uit huis geplaatst wordt. Dat zou mensen afschrikken om hulp te vragen.

Afgelopen maanden deed zowel Rouvoet als de werkgroep onderzoek naar de hardnekkige problemen in de jeugdzorg, waar kinderen door gebrek aan samenwerking vaak adequate en tijdige hulp ontberen. Voor de Kamer is zo’n toekomstverkenning een nieuw instrument. Uit reacties van zorginstellingen bleek gisteren dat zij direct met de gewenste veranderingen aan de slag gaan.