'Dood de Boer', zong de man naar wie stadion is vernoemd

WK-speelstad Polokwane is synoniem voor politiek. „Vraag mij niet een stadion in te gaan dat de naam van Peter – dood de Boer Mokaba – draagt.”

Peter Vermaas

Wie naar het wereldkampioenschap voetbal komt, moet rekening houden met „een bloedbad”, kopte de Britse tabloid The Daily Star nog maar enkele weken geleden op de voorpagina. Engelse supporters zouden onthaald worden met machetes, de kapmessen die in 1994 in Rwanda zo dodelijk bleken. „Rassenoorlog uitgeroepen in Zuid-Afrika”, concludeerde de krant.

Het is nu rustig in Polokwane. Zo rustig als het in een uit zijn voegen groeiende provinciestad kan zijn. Vrachtwagens uit Zimbabwe denderen over Thabo Mbekistraat, handelaren proberen bij stoplichten WK-parafernalia te slijten en in het door duizenden Zimbabweaanse vluchtelingen steeds Afrikaanser ogende centrum zijn stratenmakers hard aan het werk om de laatste kraters in het asfalt glad te strijken.

De waarschuwing van de krant kwam na de moord op de rechts-extremistische voorman Eugène Terre’Bl,anche. Blanke Zuid-Afrikanen gaven Julius Malema, de leider van de jongerenafdeling van regeringspartij ANC, de schuld. Juist een paar weken voor de moord had Malema een oud anti-apartheidslied met de tekst ‘Dood de Boer’ afgestoft. Hij zong het op campagnebijeenkomsten en niet veel later werd Terre’Blanche, prototype Boer en protagonist van de apartheid, door zijn eigen personeel om het leven gebracht.

Malema komt uit Polokwane. Of eigenlijk uit Seshego, een flink dorp net buiten de stad. Totdat Terre’Blanche vermoord werd, kon hij zeggen wat hij wilde. Dat hij best bereid was te doden om Jacob Zuma aan de macht te helpen, of dat hij de Zuid-Afrikaanse mijnen wilde nationaliseren. Inmiddels heeft het ANC ‘Kiddie Amin’, zoals hij genoemd wordt, tot de orde geroepen. En zelfs in Polokwane, waar hij volgens de Zuid-Afrikaanse media zijn ‘machtsbasis’ zou hebben, is het moeilijk mensen te vinden die de polariserende jeugdpoliticus steunen. Wie je op straat naar Malema vraagt, begint te giechelen.

„Het is een vergissing geweest hem als leider te kiezen”, vindt Papiki Tjebane, die tot voor kort in de Limpopo-provincie actief bestuurslid was van de jeugdliga. „Alleen met manipulatie houdt Malema de macht”, vult jeugdligalid Makanti Mabala aan. De twee drinken rode wijn in een donkere bar waar op zes televisieschermen rugbyers over elkaar rollen. Bonkige witte mannen, brandy-cola binnen handbereik, missen geen enkele beweging van de ‘Super 14’. De jonge aspirant-politici willen vooral over politiek praten.

Want Polokwane ís politiek. Zuid-Afrika spreekt van ‘voor Polokwane’ en van ‘na Polokwane’. Voor: toen Thabo Mbeki nog stevig in het zadel zat als ANC-leider en president van Zuid-Afrika. Na: toen Mbeki na een revolte in het ANC gewipt werd door Jacob Zuma. De conferentie in deze stad in 2007 werd een waterscheiding in de ANC-geschiedenis.

„Malema is een dictator en een demagoog. En hij is een anti-communist”, klaagt Tjebane. Dat laatste is geen aanbeveling. Communisten zitten in Zuid-Afrika in de regering. Maar is door Malema de spanning tussen witte en zwarte Zuid-Afrikanen ook toegenomen? „Laat ik het zo zeggen”, begint Tjebane, voorzichtig nippend aan zijn wijn. „Als Malema zich net voor de eerste vrije verkiezingen in 1994 zo over blanken had uitgelaten, dan was er een burgeroorlog uitgebroken en hadden we nu geen WK kunnen organiseren.”

Maar Malema zat toen nog op de lagere school. Voorzitter van de ANC-jeugdliga was de destijds minstens even lichtontvlambare Peter Mokaba. Ook hij zong ‘Dood de boer’, ook hij kwam uit Polokwane – toen de stad overigens nog Pietersburg heette. En juist naar deze Mokaba is het plaatselijke WK-stadion vernoemd. Op 13 juni spelen Algerije en Slovenië daar hun eerste groepswedstrijd.

„Vraag mij niet een stadion in te gaan dat de naam van Peter – dood de Boer – Mokaba draagt”, foeterde de bekende blanke zanger en televisiepresentator Steve Hofmeyr op de begrafenis van Terre’Blanche. Hij riep op tot een blanke boycot van het WK, maar daarvan is later niet veel meer vernomen. „Ik hou meer van rugby dan van voetbal, dat is waar”, zegt een van de omvangrijke mannen in het café. „Maar als de hele wereld naar mijn stad kijkt, dan kan ik niet achterblijven. Ja, ook ik heb kaartjes voor het WK gekocht.”

„Toen Mokaba dat lied zong, was de apartheid nog niet afgeschaft”, vergoelijkt Tjebane. De net vrijgelaten Nelson Mandela gaf hem bovendien op zijn kop. „Daarna heeft hij zich stil gehouden. Mokaba was een slimme man, een anti-apartheidsheld, die hier in Polokwane altijd populair zal blijven. Malema verbleekt bij zijn statuur.”

Buitenlandse WK-bezoekers hoeven zich volgens Tjebane geen zorgen te maken. Zuid-Afrika is inmiddels „volwassen genoeg” om de na de moord op Terre’Blanche opgelaaide discussie over ras op te vangen. De rassenoorlog laat nog even op zich wachten. „We zullen met elkaar moeten leven”, zegt hij, wijzend naar de blanke mannen aan de bar.

Dit is het derde deel in een serie over de speelsteden bij het WK voetbal in Zuid-Afrika.