De kosten voor het kind na een mislukte abortus

Het beëindigen van een zwangerschap mislukt soms.

Maar, wie draagt dan de kosten voor het ongewenste kind?

De Zaak. Bij een zwangere vrouw wordt in februari 1998 een zuigcurettage uitgevoerd om een zwangerschap van zes weken af te breken. Bij een controle in maart blijkt zij nog steeds zwanger, ongeveer vier maanden. Van een tweede abortus ziet zij af, ze bevalt later van een zoon.

Wat is de eis? Zij vraagt vergoeding van de kosten van de geboorte en het levensonderhoud van haar zoon. Ze zegt dat de gynaecoloog „toerekenbaar is tekortgeschoten” bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Aan de burgerlijke rechter vraagt zij om een voorschot van 25.000 euro.

Hoe verweren de arts en het ziekenhuis zich? Zij zeggen dat de vrouw zelf besloot geen tweede abortus te ondergaan. In haar medisch dossier heeft de gynaecoloog dat ook aangetekend. Het kind is dus geboren omdat de vrouw zich heeft bedacht, niet omdat de curettage is mislukt. Juridisch is er dan geen causaal verband meer. Daardoor vervalt aanspraak op schadevergoeding. De vrouw ontkent overigens dat zij alsnog het kind wenste, toen bleek dat de curettage was mislukt. Ook heeft ze dat niet tegen de gynaecoloog gezegd, verklaart ze.

Hoe oordelen rechtbank en gerechtshof? De vrouw verliest bij de rechtbank. Met het ziekenhuis vindt de rechter dat de geboorte van het kind een eigen beslissing van de vrouw was, die de gynaecoloog niet kan worden verweten.

Maar ze wint bij het gerechtshof. De raadsheren vinden de beslissing geen tweede abortus te ondergaan zo persoonlijk dat ze daarmee níét haar aanspraak op een schadevergoeding hoort te verliezen. Er is een duidelijk verschil tussen een abortusbeslissing bij de aanvang van een zwangerschap en na zestien weken. Die tweede ingreep zou „niet hetzelfde” zijn.

Er zijn meer risico’s.

Het hof zegt wel dat de schade alleen in het tijdstip van de geboorte zit. De vrouw had gezegd dat ze ooit wel een kind wilde krijgen.

Wat zegt de Hoge Raad? Die geeft de vrouw gelijk. De advocaat-generaal, adviseur van de Hoge Raad, noemt de uitleg van de arts dat een vrouw na een abortus van mening verandert „niet ondenkbaar, zij het doorgaans niet erg aannemelijk”. De gynaecoloog erkende dat een nieuwe abortus tot complicaties kan leiden. Dat een vrouw na een zwangerschap van vier maanden geen abortus wil, mag haar niet worden aangerekend. De verklaring van de gynaecoloog dat de vrouw het kind alsnog zelf wilde, is „niet bijster geloofwaardig”. Ook gezien haar omstandigheden op dat moment, die niet worden toegelicht. Het ziekenhuis moet betalen.

Folkert Jensma