De Grote Vier zijn gozers met lef

De bondscoach bepaalt natuurlijk de opstelling.

Maar Van Persie is vast duidelijk: hij wil op het WK in de voorhoede met Robben, Sneijder en Van der Vaart.

Bondscoach Bert van Marwijk riep Robin van Persie (26) vorige week even bij zich nadat de voetballer in de media openlijk zijn ideale voorhoede van Oranje had geschetst. Van Persie zag zichzelf daarin als diepste spits opereren voor het trio Arjen Robben, Wesley Sneijder en Rafael van der Vaart. Na een kort onderhoud stelde Van Marwijk vast dat de voetballer van Arsenal „slechts eerlijk had geantwoord op wat vragen van journalisten”. Nee, Van Persie had volgens Van Marwijk geen grens overschreden. „Want ook hij weet dat ik de keuzes bij Oranje maak zolang ik hier aan boord ben.” En daarmee dacht de bondscoach een discussie over ‘de Grote Vier’ in de kiem te hebben gesmoord.

Wie echter donderdag tijdens de trainingsstage in Hoenderloo bij Van Persie aanschoof, weet dat de werkelijkheid weerbarstiger is dan Van Marwijk wil doen geloven. De spits van Arsenal had er geen moeite mee toen de persafdeling van de KNVB hem meedeelde dat er bij hem aan tafel liefst twaalf journalisten zouden zitten tijdens de eerste van een reeks interviews. Van Persie, die door een enkelblessure maandenlang aan de kant stond, had bij zijn terugkeer in de Oranje-selectie zichtbaar zin om zijn visie op het WK te geven.

Van Persie zat pas een paar minuten op zijn praatstoel toen een van de journalisten hem voorlegde of het misschien toeval was dat Robben, Sneijder, Van der Vaart en hijzelf de afgelopen weken afzonderlijk van elkaar hadden gezinspeeld op een nieuw te vormen aanvalskwartet van Oranje. Van Persie ging de vraag niet uit de weg. Sterker nog, het vraaggesprek barstte los. „Ik heb die verhalen wel een beetje meegekregen ja. Het is leuk dat we de waardering voor elkaars kwaliteiten hebben uitgesproken. En dat is ook terecht”, begon Van Persie. „Robben, Sneijder en Van der Vaart zijn alle drie jongens die vooruit denken. Spelers met lef. Echte voetbaldieren. Kortom heel fijn om samen mee in een elftal te spelen.”

Van Persie ging zonder dat hem nog een vraag gesteld werd uit eigen beweging verder met zijn lofzang op zijn collega’s van Bayern München, Inter Milaan en Real Madrid. „Als wij met zijn vieren straks op het WK goed kunnen samenwerken dan zijn wij levensgevaarlijk. Als wij voor elkaar door het stof gaan is deze aanval niet af te stoppen. Robben, Sneijder en Van der Vaart zijn zo goed. Ze zijn veel beter dan de gemiddelde voetballer. Als ik met deze jongens in één team kan spelen zou dat uniek zijn. Ik kan me niet snel een betere voorhoede bedenken dan deze. Ik ben de bondscoach niet, maar naar mijn mening heb je het over vier uitzonderlijke spelers. Niets ten nadele van Dirk Kuijt. Hij is ook een goede voetballer die zijn sporen heeft verdiend.”

Het kwartet Robben, Sneijder, Van der Vaart en Van Persie speelde nog nooit negentig minuten samen in het Nederlands elftal. „Maar ik ken die jongens natuurlijk al heel lang. Met Robben en Sneijder heb ik ook in Jong Oranje gespeeld. Ik kan me nog herinneren dat we een keer tegen Tsjechië moesten spelen. We waren een jaar of negentien, twintig. Dat ging niet goed. We werden helemaal zoek getikt en verloren met 3-0. We zijn inmiddels allemaal ouder. Het lijkt me een romantisch idee om samen op een WK te spelen.”

Volgens Van Persie kan het ook gunstig zijn dat Robben, Sneijder en Van der Vaart en hijzelf door verschillende redenen een deel van de competitie hebben gemist. „Ik denk wel dat dat een voordeel kan zijn. Ik zie bij sommige ploeggenoten bij Arsenal die niet naar het WK gaan dat aan het einde de scherpte ontbreekt. Ze zijn moe na een zwaar seizoen. Kijk bijvoorbeeld naar Cristiano Ronaldo. Bij Manchester United draaide hij fantastisch, maar op het EK in 2008 kon hij die lijn niet doortrekken. Dat is gewoon lastig. Zo zie je maar dat je in het voetbal moeilijk kunt plannen. Ik had me afgelopen zomer ook van alles voorgenomen. Ik had heel veel zin in het seizoen en had het plan om na 38 competitieduels door te trekken naar het WK. En toen liep ik die blessure op tegen Italië. Dat was een pijnlijk moment. Maar je moet verder. Dan loopt alles wel anders dan verwacht, maar als je uiteindelijk zelf doet wat je moet doen, dan krijg je waar je recht op hebt. Daar ben ik van overtuigd. Dan volgt het geluk jou.”

Van Persie heeft zichzelf de afgelopen jaren stap voor stap verbeterd en is ervan overtuigd dat hij kwaliteiten voor de absolute top heeft. „Ik wil er als speler alles uit halen wat er in zit. Maar ik heb geleerd om niet te ver vooruit te kijken. Ik hou mijn doelen kort. Ik denk altijd in kleine stapjes.”

De technisch begaafde aanvaller is van een eigengereid talent bij Feyenoord uitgegroeid tot een leider bij Arsenal en het Nederlands elftal. „Het gevoel is nu anders dan in het verleden. Ik voel van mijn collega’s om me heen de waardering voor wat ik doe. Bij Feyenoord [waar Van Marwijk zijn trainer was, red.] voelde ik dat niet. En dan ben je als voetballer kansloos. Vertrouwen is belangrijk voor een speler. Je moet voelen dat je er toe doet. Alleen zal ik me als mens niet veranderen. Ik zeg wat ik denk. En dat valt soms goed en soms roept dat weerstand op. Het komt misschien ook doordat ik voetbal anders zie dan de meeste andere spelers. Het is een beroep waarin je steeds beter kunt worden. Ik kan soms al na vijf minuten zien of jongens echt goed zijn of normaal goed. Ik vind het ook mijn plicht om aan jonge gasten dingen aan te geven. Wat ze daar verder mee doen dat moeten ze zelf weten.”

Van Persie zei er tijdens het WK ook niet voor terug te deinzen om ploeggenoten terecht te wijzen. „Juist als iedereen het zelfde doel voor ogen heeft en voor elkaar door het vuur gaat dan kan dat. Ja, dan kan ik ook aan Robben bepaalde dingen aangeven. En hij kan dat andersom natuurlijk ook doen. We moeten onszelf vooraf ook niet te veel druk opleggen. We kunnen hoge ogen gooien als we gewoon doen waar we goed in zijn en iedereen zich aan de afspraken houdt.” Bondscoach Van Marwijk zal het daarmee eens zijn.