Crisis brengt Vic in opstand tegen migranten

Het Catalaanse migrantenstadje Vic wil illegalen weren door hen uit te sluiten van zorg en onderwijs. Het plan verdeelt het stadje en leidde tot nationaal debat.

Onder de paarse hoofddoek van Latifah Bouaddi laait de woede in haar ogen op, zodra de burgemeester van haar woonplaats Vic ter sprake komt.

„Welke burgemeester bedoel je? De echte of die Anglada”, sneert de 23-jarige Spaans-Marokkaanse kapster, terwijl ze met haar zus en een nicht op een bankje tussen hun flats een zak zonnebloempitten wegwerkt. „Er is geen verschil. Het zijn allebei racisten.”

‘Anglada’ is Josep Anglada, de leider van de extreemrechtse partij Plataforma per Catalunya (PxC). In het Catalaanse stadje Vic werd hij bij de laatste verkiezingen, in 2007, met 18 procent van de stemmen de tweede partij in de gemeenteraad. Een succes dat Anglada vooral te danken had aan zijn felle kritiek op het grote aantal migranten in Vic. Dankzij de bloeiende lokale vleesverwerkende industrie is naar schatting een derde van de 40.000 inwoners er van buitenlandse komaf.

Hoewel drie andere grote partijen een bonte coalitie vormden om Anglada’s PxC in de oppositie te houden, namen ze zijn anti-migratieboodschap ter harte. Eind vorig jaar maakte het stadsbestuur bekend illegalen niet langer op te willen nemen in de gemeentelijke basisadministratie. Volgens de Spaanse vreemdelingenwet kunnen ook buitenlanders zonder geldige verblijfspapieren – slechts een paar procent van het totale aantal – zich inschrijven in hun woonplaats om aanspraak te maken op zorg en onderwijs.

Het plan van het stadsbestuur van Vic leidde de afgelopen maanden tot een nationaal debat. De regering noemde het voornemen in strijd met de wet en dreigde met juridische stappen. Begin deze maand trok Vic het plan weer in: het wil nu alleen migranten weigeren wanneer zij duidelijk met hun papieren hebben geknoeid.

De polemiek in Vic is er echter niet mee geluwd. En de massa-immigratie – waar het land de afgelopen jaren zo soepel mee omging – dreigt nu mede door de economische crisis in meer Spaanse steden en regio’s een belangrijker electoraal thema worden (zie inzet).

„Onze burgemeester is een held”, zegt de 65-jarige Angela Diez, nadat ze twee stokbroden heeft afgerekend in een bakkerij in de zuidelijke migrantenwijk van Vic. „De stad is de afgelopen jaren veel te snel veranderd. De sfeer op straat, de overlast, het samenleven, de veiligheid”, vindt ook de eigenaresse van de winkel.

Het signaal dat het stadsbestuur met dit plan afgeeft, zal de komst van nieuwe migranten een halt toeroepen, verwachten beiden. En het zou nationale navolging moeten krijgen, vindt Diez. „Laatst was ik op reis elders in Spanje. Toen mensen hoorden dat ik uit Vic kwam, zeiden ze: ‘Jullie hebben tenminste een burgemeester met ballen’. En zo is het.”

Een deur verderop in de kleine halalslagerij is klant Jamal minder enthousiast. „Het verpest de sfeer”, zegt hij. Slager Hassan, die zijn vleesassortiment heeft aangevuld met exotische producten als cassavewortelen, toont zich onverschillig. „Die politici zijn toch allemaal racisten.”

Wethouders Josep Rafus en Josep Burgaya wijzen dat verwijt van de hand. Op het stadhuis leggen ze uit dat Vic van oudsher een zeer gesloten, conservatief, katholiek en Catalaans-nationalistisch stadje is. In de jaren 80 veranderde dit toen de eerste, voornamelijk Noord-Afrikaanse, migranten kwamen, waarna tussen 2005 en 2009 een tweede golf volgde. De bevolking groeide met 10 tot 15 procent per jaar. Vic heeft nu de grootste Ghanese gemeenschap van Spanje. De laatste lichting migranten komt vooral uit Azië: Indiërs, Bengalen en Chinezen.

„Hoewel er geen grote conflicten zijn geweest tussen gemeenschappen of buren, kunnen we wel spreken van een botsing der culturen”, zegt Rafus. „Het kost ons moeite in dit tempo migranten op te nemen. En de crisis zorgt voor nog meer spanningen.” Met het plan illegalen af te schrikken naar Vic te komen, zegt hij, wil de stad de integratie van de aanwezige nieuwkomers meer kans geven. Bovendien is het een manier, erkent Burgaya, om de onvrede die Anglada verwoordt serieus te nemen. „Wij willen natuurlijk niet dat hij nog groter wordt.”

Josep Anglada zelf noemt de nieuwe koers van het stadsbestuur ongeloofwaardig. „Ik stelde dit al in 2003 voor en zij verwierpen het. Wij hebben ons hiermee bewezen als coherente partij, terwijl zij zich nu van een demagogische en populistische kant laten zien, wat ze ons altijd verwijten”, stelt de politicus. „Net als in andere Europese landen als Frankrijk, Oostenrijk, België en Nederland, zal blijken dat ook in Spanje behoefte is aan partij die echt opkomt voor de nationale identiteit.”

Ecuadoriaan Carlos Ordoñez is door het debat dat nu in zijn stad woedt teleurgesteld in alle partijen. „Wij migranten willen geen strijdros voor politici worden”, vertelt hij in zijn appartementje op de rand van het historisch centrum. In de hoek scharrelen twee cavia’s in een piepschuimen doos: over een maand of twee zijn ze dik genoeg om op te eten. „We willen juist meer rechten krijgen, niet minder. Ik betaal ook belasting.”

Ordoñez vindt het vreemd dat het stadsbestuur nu deze harde koers kiest. De inwoners van Vic zijn zich juist soepeler gaan opstellen tegenover de migranten, merkte hij in de bijna tien jaar dat hij hier nu woont. „Eerst deden ze in de winkel vaak alsof ze mijn Spaans niet begrepen. Dat overkomt me al jaren niet meer.”

De drie Marokkaanse meisjes op het bankje zeggen hetzelfde. „Moesten we eerst nog met leraren in discussie of we wel een hoofddoek op mochten op school. Nu is dat geen punt meer.”

Integratie, sommen ze op, is de taal spreken, naar school gaan, werk hebben en verschillende mensen leren kennen. „Ik heb werk. Ik spreek drie talen vloeiend”, zegt Latifah Bouaddi. „Ik heb vrienden van alle nationaliteiten. Kijk maar op mijn Facebook. Wat willen ze nu nog meer?”, vraagt haar zus Kirzak. „Waarschijnlijk dat we onze hoofddoek afdoen en een minirokje aantrekken”, antwoordt Latifah. „Wij, de migranten, hebben dit dorp tot een stad gemaakt. Ze zouden ons dankbaar moeten zijn.”