We weten niet wie die Roemer nu eigenlijk is

Debatexperts Duursma en Vlam bespreken in de aanloop naar de verkiezingen de debatstijl van lijsttrekkers.

Vijfde aflevering in de serie: Emile Roemer (SP)

Emile Roemer, wie is dat ook alweer? De nieuwe SP-leider is voor veel kiezers onbekend en dat maakt – zo suggereren recente peilingen – onbemind. Toen hij op 5 maart bij Pauw & Witteman werd geconfronteerd met zijn gebrekkige bekendheid, antwoordde hij strijdvaardig: „Daar moeten we maar eens verandering in brengen!” Met nog slechts een maand te gaan tot de verkiezingen is het de vraag in hoeverre hij daarin slaagt.

Problematisch is dat Roemer tijdens toespraken en televisieoptredens vooral benadrukt wat hij vindt, maar nooit laat zien wie hij is. Bijvoorbeeld tijdens zijn speech op het SP-congres op 24 april. Daar behandelde hij het volledige verkiezingsprogramma van de partij, maar over zichzelf vertelde hij slechts dat hij uit Boxmeer kwam. Toen hem bij Pauw & Witteman werd gevraagd om een reactie op een kort filmpje met zijn biografie, was zijn korte antwoord: „Niks aan toe te voegen.”

Hij loopt daardoor het risico gezien te worden als een volstrekt inwisselbare vertolker van partijstandpunten.

Jan Marijnissen sprak gretig over zijn verleden als lasser in de metaalindustrie. De impliciete boodschap: ik ben een gewone man, net zoals de meeste SP-kiezers. Niet iedere politicus heeft zo’n levensverhaal. Maar Roemer wel: hij was zeventien jaar lang leraar in het basisonderwijs. De SP-leider zou dus veel meer over zichzelf moeten praten en zich zo moeten introduceren bij het grote publiek.

Dat hoeft helemaal niet ten koste te gaan van de inhoud, integendeel. Roemer kan uitstekend zijn levensverhaal koppelen aan een inhoudelijke boodschap. Door vanuit zijn achtergrond als leraar te pleiten voor behoud van de studiefinanciering. Of door met voorbeelden uit zijn eigen loopbaan te illustreren waarom de AOW-leeftijd op 65 moet blijven.

Op de vraag waarom hij graag lijsttrekker wil zijn, antwoordde hij dat hij een „enorme drive” heeft en er „veel voor terugkrijgt”. Dat kan beter door iets van jezelf bloot te geven en te laten zien dat je het meent.

Ons oordeel over personen werkt als filter op de inhoud. We geloven mensen sneller als ze deskundig, betrouwbaar en sympathiek overkomen. De kiezer eist authenticiteit, op straffe van zetelverlies. Doordat Roemer heeft nagelaten een duidelijk beeld van zichzelf neer te zetten, is hij kwetsbaarder voor eigen fouten en aanvallen van anderen.

In een interview met Sven Kockelman gaf Roemer aan niet te weten wat er in het SP-programma bedoeld werd met de term ‘inkomensplafond’. „Die moet ik even overslaan”, zei hij, verwijzend naar meerdere vragen die hij erover kreeg. Terecht of onterecht, al snel vormt zich een beeld van iemand die te weinig inhoud heeft.

Wat Roemer wél heeft is een plezierige debatstijl. In tegenstelling tot zijn voorganger Agnes Kant komt hij rustig en gemoedelijk over. Het SP-congres sprak hij toe met één hand in zijn zak. Vragen beantwoordt hij met gevoel voor zelfspot. Tijdens zijn eerste optreden als lijsttrekker werd hem gevraagd of hij uit de schaduw kan stappen van Jan Marijnissen. Met een glimlach antwoordde hij: „Ik ben breder, ik ben groter en ik ben forser!” En net als zijn illustere voorganger gebruikt hij graag volkse uitdrukkingen. Toen Kockelman hem confronteerde met het unanieme advies van de SER tegen verhoging van het hoogste belastingtarief, zei hij: „Daar geloof ik geen mallemoer van.” Welke andere politicus zou zulke woorden nog gebruiken?

Het is een debatstijl die prima past bij de leider van een partij die zich graag neerzet als volkspartij. Maar om deze kwaliteiten effectief in te zetten, moeten kiezers wel eerst weten wie Roemer is.

Lars Duursma en Victor Vlam coachen topmanagers en politici en trainen gemeenteraden voor trainingsbureau Debatrix.

Volgende week: hoe debatteert Geert Wilders?