Voor twee Engelse zussen

Mevrouw B, de Russische gravin voor wie ik een paar maanden zorgde na mijn eindexamen, woonde in een lichtroze villa aan de Franse Rivièra. Ooit had zij met haar gezin het gehele pand bewoond, maar door omstandigheden was haar kapitaal verdampt en zag ze zich genoodzaakt grote delen van het huis onder te verhuren.

Op de begane grond leefden twee Engelse zussen in een eenkamerappartement. Toen ik op de thee werd gevraagd, mocht ik plaatsnemen op de rand van het bed. De zussen waren in de tachtig maar hadden niets breekbaars, liefs of oma-achtigs. Hun lichtblauwe ogen schitterden fel en ondanks hun gevorderde leeftijd was de theeconversatie vol boosaardige humor. Ze waren dol op roddel en achterklap en hoorden me uit over de gravin. Ik smulde op mijn beurt van hun verhalen over de bewoners van de omringende, kapitale villa’s. Achter de gietijzeren hekken en driesteens dikke muren woonden – als ik de zussen moest geloven – hordes homoseksuele prinsen die krankzinnig waren geworden en alcoholische ex-filmsterren die hun dagen sleten naast het zwembad met liters vermout onder handbereik .

Een van de zussen schreef, de andere schilderde. Bij de plaatselijke toeristenshop werd wel eens een aquarelletje verkocht, maar de schrijvende zus raakte haar manuscript aan de straatstenen niet kwijt. Nadat alle Engelse uitgevers het hadden afgewezen vroeg ze aan familieleden van de gravin of die het misschien eens in Nederland wilden proberen. Toen dezen in het vliegtuig naar huis nieuwsgierig het manuscript inzagen bleek het pornografie. Van het stevigere soort.

Elke namiddag liepen de zusters over de steile weg naar het dorp om thee te drinken. De plaatselijke boulanger/patissier had speciaal voor hen een pot gekocht en zij hadden hem uitgelegd hoe je thee moest zetten, „Because, they don’t have a clue, really.”

Wat zou ik de twee boze feeën graag nog eens op de thee noden. Ik zou ze frambozentaart voorzetten en schalen vol madeleines met een vleugje sinaasappel of citroen (want hoe je iets bij de thee moet maken, dat snappen de Fransen dan weer wel). En cucumber sandwiches natuurlijk. Die in en in Britse boterhammetjes, waarvan je er, als je niet oppast, zo twintig in je holle kies stopt.

Schaaf een komkommer in dunne plakjes, sprenkel er zout en wittewijnazijn overheen, laat een half uur staan, druk er zoveel mogelijk vocht uit en dep de komkommerschijfjes droog met keukenpapier. Smeer 16 casinoboterhammetjes in met (gezouten) boter, beleg met komkommer, leg de boterhammen op elkaar, haal de korstjes eraf en snij twee keer overlangs, zodat vier mooie driehoekjes ontstaan. Natuurlijk zijn er allerlei heerlijke variaties op dit thema te verzinnen. Vervang de boter bijvoorbeeld door creamcheese vermengd met munt. Of meng zoute boter met dragon en kervel. Ook heerlijk: sandwiches met roomkaas en waterkers. Deze poppenboterhammetjes zijn ook zeer geschikt als zomerse borrel- of picknickhap.

Helaas is dit slechts een imaginaire tea party. Beide zussen zijn overleden. De oudste had baarmoederproblemen maar weigerde zich te laten onderzoeken „down there”. Ze stierf, doodsbang voor ziekenhuizen, in het eenkamerappartement. Haar zus leefde nog een tijdje alleen door. Niet lang.